Zusters van Liefde van Tilburg – Missie en Cultuurshock

Op de website van het Brabants Erfgoed is een deel ingericht voor het onderwerp Religieus Brabant. Op de tijdlijn kan doorgeklikt worden naar de Brabantse kloosters. Behalve de geschiedenis van het Brabantse kloosterleven is hier ook een overzicht te vinden van de verschillende kloosters en van kloosterkunst. Prachtige artikelen geven inzicht in de geschiedenis of het huidige leven in de  kloosters.

Maud Ramakers schreef over de Zusters van Liefde van Tilburg.

Missie was een belangrijk thema binnen de kloostercultuur van de negentiende en twintigste eeuw. De overgang van het leven in Nederland naar het leven in een missieland vroeg om het nodige aanpassingsvermogen. Wennen was niet altijd makkelijk. Toch blijkt dat het de Zusters van Liefde uit Tilburg bijzonder goed lukte zich aan hun nieuwe thuisland aan te passen.

Vele honderden zusters trokken in de afgelopen eeuwen naar het buitenland. Hun doel was het bekeren van de lokale bevolking tot het katholicisme, en het bieden van medische zorg en onderwijs. Van Duitsland tot de Verenigde Staten en van Suriname tot Indonesië: een zuster die op missie ging kon in de meest verre uithoeken van de wereld belanden. Ook de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, moeder van Barmhartigheid uit Tilburg gingen in groten getale op missie.

De congregatie van de Zusters van Liefde ontstond in 1832 in Tilburg. Van de zusters die nu nog leven, woont een groot deel in het oorspronkelijke moederhuis in Tilburg, aan de Oude Dijk. Maar ook elders in Nederland zijn zusters gestationeerd. Sommigen zijn zelfs blijven wonen in het land waar zij op missie gingen. In 2004 werd een aantal Zusters van Liefde geïnterviewd door Dolly Verhoeven en Annemieke van der Veen. Ze vertelden over de periode van de jaren 1960 tot nu, waarin velen van hen op missie gingen. Die interviews vormen de basis voor dit artikel.

Zusters die graag op missie wilden, konden zich aansluiten bij speciale zogeheten missiecongregaties. Deze congregaties hadden missiewerk als voornaamste doel. Maar ook wanneer je je niet had aangesloten bij een missiecongregatie, kon je voor de missie worden gevraagd. De congregatie van de Zusters van Liefde was geen zuivere missiecongregatie, maar zond relatief veel zusters uit. Zo waren alleen al in 1966 maar liefst 129 Zusters van Liefde op missie. De Tilburgse congregatie stond daarmee in de top vijf van Nederlandse congregaties met de meeste zusters in de missie.

Veel zusters die op missie werden gestuurd, waren nog nooit buiten de grenzen van Nederland geweest. Zij beleefden een cultuurshock. Dat gold niet alleen voor de zusters die naar andere continenten reisden. Zusters die dichter bij Nederland bleven moesten evengoed hard hun best doen om aan het nieuwe land te wennen. Een zuster die werd uitgezonden naar Duitsland vertelt: “Ik wist helemaal niks van Duitsland, ik kende er niks van.” Op de vraag of ze ooit eerder op reis was geweest, antwoordde een zuster die naar de Filipijnen ging: “Nooit! Nooit. En dan zit je aan het andere eind van de wereld. Dat is ook een hele ervaring hè.”

Als Zuster van Liefde ging je niet zomaar op missie; je moest ervoor worden gevraagd. Voor sommige zusters was het krijgen van zo’n vraag een vervulling van een lang gekoesterde wens. “Ik wilde zelf naar de missie, vanaf het begin af aan al eigenlijk. Dus toen ik werd gevraagd, was ik daar heel blij mee,” zo vertelt een van de zusters. Voor andere zusters kwam de vraag om op missie te gaan meer onverwachts. Toch weigerden de zusters bijna nooit. “Tsja, als men vroeger in de jaren ’66 een beroep op je deed, dan was het in die tijd Gods Heilige Wil hè, zo zag je dat.”

Nadat de zusters voor de missie werden gevraagd, hadden ze vaak nog een aantal weken de tijd om zich op de reis voor te bereiden. Een andere taal dan Nederlands spraken de meeste zusters niet. Daarom kreeg een deel van hen taalles voor vertrek naar het missieland. Voor die taalles reisden de zusters soms al naar andere landen. Zusters die op missie zouden gaan naar de Verenigde Staten of de Filipijnen kwamen zo eerst terecht in Engeland. En Engeland mag dan een stuk minder ver zijn dan Amerika; hier moesten de zusters evengoed behoorlijk wennen. “Ik kende geen woord Engels toen ik daar naar toe ging! Ik ging alleen met de boot. Van Oostende naar Dover. En ik kwam bij de douane en ik zei maar: Study, study, study. Haha, ik wist niks, geen woord!” Anderen moesten het met minder voorbereiding doen. Zij werden zonder taalles naar hun nieuwe woonplaats gestuurd.

Één ding hadden alle missiezusters met elkaar gemeen: van de cultuur van hun nieuwe land wisten ze allemaal bijna niets. Met name voor de zusters die naar een ander continent afreisden, was de overgang groot. Dat was al meteen bij aankomst merkbaar. Een zuster die op missie ging naar de Filipijnen beschrijft: “Een schitterende reis! Dus op de 6e van de 6e 1966, dat weet ik nog zo goed, kwamen wij in Manilla aan. En er was ook een notaris op die boot en die zei: so, little sisters, so hot. Ik hoor het hem nóg zeggen! Want dat was natuurlijk een hìtte ineens! Die volle zee en toen ineens die hitte!”

Eenmaal aangekomen begon het avontuur pas echt. Veel zusters ervoeren een cultuurshock. Ieder land had zo zijn eigenaardigheden. Terwijl de zusters in de Filipijnen probeerden te wennen aan het reizen in overvolle, kapotte bussen, moesten de zusters in Zimbabwe wennen aan de slangen die nachts onder de kier van de deur door kronkelden. Maar ook zusters die naar westerse landen gingen liepen tegen verschillen aan. Een zuster herinnert zich over haar aankomst in de Verenigde Staten: “Het is onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar! Alles is anders, maar ook alles! Zelfs de liftknopjes waren andersom!”

Wanneer de Zusters van Liefde herinneringen ophalen aan deze tijd valt één ding duidelijk op. Heimwee naar Nederland hadden ze bijna nooit. Sterker nog: de meeste zusters omarmden de cultuur van hun missieland juist. Velen van hen pasten zich uitstekend aan de nieuwe gewoontes en gebruiken aan. Zusters in Indonesië vonden het een feest als ze een keer nasi mochten eten met hun handen. Zusters in Suriname wenden aan het pittige eten en leerden Surinaams koken. Zusters in Zimbabwe dronken naar goed lokaal gebruik voortaan een glas Fanta ter ere van kerstmis. De slangen die in hun hutjes onder de deur door kronkelden, leerden ze de kop af te hakken. Maar ook de lokale taal en omgangsvormen leerden alle zusters na verloop van tijd goed kennen. Zo goed zelfs, dat sommige vreemde woorden ook na thuiskomst in Nederland bleven hangen. Zo vertelt een zuster die terugdenkt aan haar missie in Brazilië: “Ik heb soudadis. Dat hebben hun ook, allemaal soudadis, dat is een soort heimwee.

Natuurlijk was de cultuuroverdracht geen eenrichtingsverkeer. De Nederlandse zusters namen ook eigen gebruiken mee naar het missieland. “Ik ben in zeven fietsenwinkels geweest en er was geen één damesfiets! Want de dames fietsen daar niet!” vertelt een zuster die op missie ging naar de Filipijnen. “Er fietste daar niemand in ieder geval. Ja, maar dat begon wel te komen zo zachtjes aan, maar het was niet netjes voor de vrouw om te fietsen. Toen heb ik een mountainbike gekocht. Dus ik heb altijd gefietst daar op een mountainbike.”

Ook in landen dichter bij huis brachten zusters Nederlandse cultuur mee. “Sinterklaas, dat kennen ze in Duitsland niet, maar dat werd gevierd!” vertelt een van de zusters over haar missie in Duitsland. “Ik ben een keer Sinterklaas geweest. Bij een van de zusters op school. En toen zat er een jongetje zó te kijken! Zei niks, en maar kijken. En opeens roep ie héél hard: ‘Nicolaus, wenn Sie heute Abend zu Hause sind, machen Sie die Bard wieder ab, nicht?’ Enig!”

Bepaalde stukjes Nederlandse cultuur misten de zusters dus wel, maar uiteindelijk voelden bijna alle zusters zich in hun missiegebied thuis. Een ding in hun herinneringen valt met name op: allemaal benoemen ze het gevoel van gastvrijheid en saamhorigheid dat ze tijdens de missie ervoeren. Saamhorigheid met de zusters van de congregatie onderling maar ook met de lokale bevolking. Het zorgde ervoor dat het makkelijker werd om in het nieuwe land te aarden. “Ze waren blij dat wij er waren! En gastvrij. Ik voelde me echt welkom daar, de bevolking vond ik ontzettend vriendelijk.” Vertelt een zuster over haar tijd in de Filipijnen. Een zuster die op missie ging in Brazilië deelt die ervaring: “Het is een heel vriendelijk volk (…). Je wordt geaccepteerd daar, je wordt echt geaccepteerd.” En zelfs in Duitsland, in de jaren veertig nog oorlogsvijand, werden zusters een paar jaar later warm onthaald: “Die mensen waren allemaal zo vriendelijk en die kwamen ons allemaal nog excuus vragen van de oorlog die geweest was (…) ze waren heel dankbaar en het trof hen zo van alle Hollanders, dat ze zo gemoedelijk waren.” Bijzonder is ook dat de meeste zusters pas heimwee kregen, toen ze van het missieland naar Nederland moesten terugkeren. Velen van hen verlangden bij thuiskomst terug naar die saamhorigheid.

Missie kon met veel onzekerheid en tegenslagen gepaard gaan. Afreizen naar een onbekend, ver land waar je niets vanaf weet, in de wetenschap dat je daar voor langere tijd zult wonen, is niet niks. Het is dan ook bewonderenswaardig dat het de Zusters van Liefde zo goed lukte zich aan hun nieuwe leefomgeving aan te passen.

Artikel afkomstig van de site van Brabants Erfgoed
Afbeelding: Beeld van de kapel en het woonhuis van de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid in Padang, Indonesië

 

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!