Zeventiende zondag door het jaar B – Het vijfde brood

29 juli 2018
Schiftlezingen: 2 Koningen 4,42-44 en Johannes 6,1-15

‘Daarop nam Jezus de broden, en na het uitspreken van het dankgebed deelde Hij ze uit onder de aanwezigen, en zo ook de vissen, zoveel ze maar wilden. ‘(Johannes 6,11)

Ons misboekje noemt als thema van onze viering de ‘wonderbare broodvermenigvuldiging’. Toch komt het woord ‘vermenigvuldigen’ in het verhaal van het broodwonder niet voor, wel ‘delen’: Jezus nam de broden, dankte God en liet ze uitdelen, evenals de vissen. Delen en vermenigvuldigen hebben we op school geleerd en we wisten al gauw: als je deelt hou je minder over, als je vermenigvuldigt krijg je meer. Maar bij God telt blijkbaar een andere rekenkunde. In die goddelijke rekenkunde is het delen de basis van alles.

Die wonderlijke rekenkunde trekt door heel de schepping heen. Hele korenvelden komen tot stand door eindeloze processen van celdeling. Bisschop Augustinus merkte naar aanleiding van het evangelie van vandaag op dat iedereen versteld staat van het broodwonder, waardoor Jezus een paar duizend mensen te eten geeft, terwijl niemand zich schijnt te verbazen over het wonder van de graankorrel, waardoor de Schepper van alle dingen een hele mensheid weet te voeden.

Het broodwonder begint met vijf broden en twee vissen. Dat je om te delen veel moet hebben, is dus een misvatting. In het crematorium zei de dochter bij de uitvaart van haar demente moeder: ‘Ik stond met lege handen. Maar stap voor stap leerde ik hoe ik met jou om moest gaan, dingen delen, samen doen. Als we de stad in waren geweest en je wilde niet terug naar het verpleeghuis, zei ik: “Wees maar niet bang, we gaan samen!” Zo ging het steeds beter. De afgelopen twee jaar hebben me veel gegeven en dat terwijl ik met lege handen stond.’

Jezus was zo arm dat Hij niets anders had om te delen dan zichzelf. Op de avond voor zijn lijden nam Hij brood, dankte God, brak het en deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor u.’ Hij vraagt ons dit ook te doen, tot zijn gedachtenis. In museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam is een prent waarop de Vlaamse graveur Adriaen Collaert het broodwonder uitbeeldt. Het onderschrift luidt: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen’. Toch zie je op de prent maar vier broden. Misschien bedoelt de kunstenaar wel: ‘Het vijfde brood, dat ben jij!’

Jan Hulshof

 

afbeelding: www.GeheugenvanNederland, Adriaen Collaert, Wonderbare broodvermenigvuldiging, 16e eeuw