Zevende zondag door het jaar A – Religieus geweld en goddelijke pedagogie

Schriftlezingen: Leviticus 19,1-2+17-18; 1 Korintiërs 3,6-23 en  Matteüs 5,38-48

Gods wijsheid en eigen wijsheid

We zijn een tempel van God en de Geest van God woont in ons, houdt de apostel Paulus ons voor in de eerste Korintenbrief. Dit betekent dat er in ieder van ons iets heel moois leeft en werkt een goddelijke kracht en een goddelijke presentie. We hebben zeker onze zwakke kanten, onze eigen wijsheid of we nemen de ‘wijsheid’ van de wereld over, maar in ons werkt ook de wijsheid van God. De wijsheid van de wereld en onze eigen wijsheid hebben gewoonlijk te maken met rijkdom, lust en macht; die ‘wijsheid’ leidt veelal tot geweld, tot haat en verdeeldheid: gewelddadige woorden, gewelddadige daden, onderdrukken en heersen. Maar de wijsheid van God leert ons eenvoudig, dienstbaar en nederig te zijn naar het voorbeeld van onze Heer Jezus Christus. Hij leert ons vriendschap: “Ik noem U geen dienaars meer maar vrienden” (vgl. Joh. 15,15). Die wijsheid leidt tot kuisheid, verdraagzaamheid en naastenliefde, in het bijzonder tot liefde voor wie aan de kant staan, onmachtig zijn, uitgestoten en arm.

Geweld en religie

Nogal eens een keer wordt religie verbonden met geweld, macht en misbruik. Dat hoort bij de wijze waarop godsdienst wordt ‘geframed’. Bijvoorbeeld wordt verwezen naar een geschiedenis vol geweld – voor wat de christenen betreft gaat dat meestal over de kruistochten – of naar gewelddadige heilige boeken, de Koran of de bijbel. Wat die kruistochten betreft: die begonnen als een onderneming om de moslims te verdrijven uit de heilige plaatsen, die zij eeuwen eerder hadden bezet. Daarbij is zeker veel gebeurd dat niet door de beugel kan en er zijn ook andere gewelddadigheden in de geschiedenis geweest die we beslist moeten veroordelen. Als gewelddadige teksten in de bijbel worden genoemd, gaat het gewoonlijk over het Oude Testament.

Goddelijke pedagogie

Hoe kijken wij als katholieken daar tegenaan? Want we noemen de bijbel het woord van God; daarmee besluiten we een lezing uit de Schrift en dat is ook terecht. Maar wat verstaan we daar onder? Het betekent niet dat de bijbel zo als die is uit de hemel is neergedaald en woord voor woord door God is gedicteerd. Maar God heeft mensen geïnspireerd om woorden op te schrijven die hen zouden helpen om met God te leven en hun de weg te wijzen in een bepaalde tijd. God maakte daarbij gebruik van mensen met een denkkader en een manier van leven, die eerst heel primitief was; we hebben het over een tijd vele honderden jaren voor Christus. Geleidelijk heeft God de mensen door Zijn Woord de goede weg gewezen. We spreken daarom wel van “Goddelijke pedagogie”: God heeft Zijn volk begeleid en opgevoed zodat het eens de boodschap van Jezus, Gods Zoon zou kunnen ontvangen. Want daar leidt alles naar toe: naar Jezus, Woord van God, mens geworden. Daarom zegt de brief aan de Hebreeën in het Nieuwe Testament dat het nieuwe verbond van Jezus beter en volmaakter is dan het Oude Testament dat alleen een voorafbeelding is. Alles wat in het Oude Testament staat, moeten we lezen in het licht van Jezus.

Geweldloos

In het evangelie lezen we hoe Jezus denkt over geweld: Jezus gaat voor geweldloosheid: bied geen weerstand aan het onrecht, keer de andere wang toe, bemin uw vijanden. Zijn boodschap is er dus niet één van geweld, maar juist van vrede, niet van oorlog en terreur, maar juist van het afzien van geweld, niet van een heilige oorlog, maar van vrede op aarde voor alle mensen van goede wil. De verbinding van religie met geweld kan dus wat ons betreft de toets der kritiek niet weerstaan. Het is belangrijk dat alle religieuze leiders keer op keer  afstand nemen van geweld en terreur. Dat hebben de laatste pausen dan ook vele malen gedaan. Bijna wekelijks neemt paus Franciscus stelling tegen religieus geweld.  Geweld dat wordt beoefend in naam van een godsdienst is een werk van de duivel. Geen religie kan zich erop beroepen God te dienen  en tegelijk geweld goed keuren dat in naam van een godsdienst wordt uitgeoefend. Daarom zijn alle godsdienstige leiders die geweld afkeuren onze medestrijders voor de vrede. Hoe duidelijker die boodschap vanuit alle hoeken en overal klinkt,  des te beter kan worden verstaan dat een verbinding tussen religie en geweld nooit kan en mag worden gelegd.

Tempels van de Geest

Wij zijn tempels van de heilige Geest, maar die geest van God bepaalt lang niet altijd ons denken en handelen. Geweld begint bij onszelf en in ons eigen hart. Het begint niet bij concrete oorlogvoering of een terroristische aanslag, maar bij de gedachten van ons eigen hart.  We zijn geroepen om lief te hebben, hartelijk te zijn en een ander tegemoet te komen, zelfs degenen die ons benadelen, die ons pijn hebben gedaan, die ons het leven zuur maken. “Bemint uw vijanden, bidt voor wie U vervolgen”, zegt Jezus in het evangelie. Meestal zijn we graag bereid tot naastenliefde en zijn we het er helemaal mee eens: we moeten onze naasten liefhebben, voor een ander klaar staan, de arme als onze vriend beminnen. Op een gegeven moment zal het ons toch moeilijk vallen; want we moeten liefhebben met concrete daden, maar vaak komt het ons niet uit om die daden te stellen, of de persoon voor wie we iets moeten doen, staat ons niet erg aan, of iemand heeft ons iets gedaan waardoor wij pijnlijk werden geraakt. In het boek Leviticus zei de Heer tot Mozes  dat we moeten praten, niet haatdragend moeten zijn als iemand iets verkeerds heeft gedaan: “Wijst elkaar terecht”. Dat betekent ook  dat we zelf nederig genoeg moeten zijn om een op- of aanmerking te kunnen aanvaarden; vaak roddelen mensen liever over iemand dan met die persoon in gesprek te gaan.

De uitnodiging aan ons als tempels van de heilige Geest is dus om de vrede te bewaren, onrecht te verdragen, minder bezig te zijn met wat ons is aangedaan dan met wat wij voor anderen kunnen doen.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!