Weekbrief Leo Fijen – 16 juni

Stilte

De kamer is sober, zonder douche. De gang op de eerste verdieping kent geen geluiden. Er heerst hier stilte, absolute stilte. Want de douche op de gang mag niet gebruikt worden na 21.00 in de avond en voor 8.30 uur in de ochtend. Ik ben te gast in de Lieve Vrouwe Abdij van Oosterhout, het slotklooster van de benedictinessen. De dag wordt afgesloten met de completen. De zusters zingen de regels van Anton van Duinkerken. ‘Wanneer mijn werk gedaan zal zijn, mijn adem stil, mijn ogen dicht’, klinkt het uit de hoge stemmen van 23 benedictinessen. Ik verkeer in een afgesloten wereld. Afgesloten door een omheining, afgesloten door de stilte, afgesloten door de vaste structuur van gebeden en vieringen. Ik leef in een andere wereld en merk dat de afzondering me goed doet. En ik begin steeds beter te begrijpen waarom zuster Martha voor dit leven heeft gekozen, een leven in afzondering. Ik schrijf deze regels na de completen in een wereld waar alles stil gevallen is. Juist die stilte geeft een mens de kans om de aandacht te richten op dat ene. Zuster Martha studeerde theologie, werkte als pastoraal werkster, maar vond niet de diepste vervulling. Er was te veel afleiding in haar leven. Ze kon niet meer bij haar bron komen. Daarom ging ze op zoek naar een wereld die wel de weg naar de bron kon openen. Ze gaf daar veel voor op: haar baan, de kans op kinderen, de gezelligheid van vrienden. En ze stelde haar moeder teleur die wist dat ze nooit oma zou worden. De trek van God was onweerstaanbaar. En ze wist dat die trek meer kans zou hebben in een leven van afzondering. Want daar is alle concentratie op God mogelijk. Deze zuster Martha is nu de abdis van dit bijzondere klooster. Ze weet dat dit leven niet voor iedereen is weggelegd. Maar voor haar is dit de weg. Om in de beslotenheid een met de ene te worden. Ik leer van haar dat afzondering soms nodig is om weer verbonden te zijn met de bron. Dat lukt beter in de stilte.

Leo Fijen