Weekbrief Leo Fijen – 6 november

Praten met de hemel

In de nacht van zondag op maandag slaap ik altijd slecht. Als tiener al, want dan wist ik dat er weer een week ploeteren op school voor de deur stond. De vrije ruimte van het weekend maakte plaats voor het strakke ritme van lessen in Latijn en Grieks, met wiskunde, natuurkunde en scheikunde als toetje. Dat kantelend gevoel van zondag naar maandag is nooit meer uit mijn systeem verdwenen, niet in de wereld van media, ook niet in het bestaan van de uitgeverij. Zeker niet toen ik eind vorige week hoorde dat de barcode van de eerste druk van onze gebedenboeken voor Kerstmis niet goed is. Ik zat vorige week vrijdag dus al met de handen in het haar, want de gebedenboeken konden daardoor niet via het Centraal Boekhuis verzonden worden. En daardoor zouden alle 15.000 boeken naar Baarn komen, 6 pallets vol. Ik heb afgelopen zondagnacht geen oog dicht gedaan. En ik voelde me een duikelaar die niet meer wist hoe die zou landen. We zijn bijna een week verder. En ik weet nu dat ook de ergste duikvlucht opgevangen wordt. Door mijn collega’s die bergen werk hebben verzet, door kerken en ouderenorganisaties die zelf de bestelling kwamen afhalen en door vele handen die meehielpen. De vlieger kan vliegen omdat hij of zij gevangen wordt. Door je naasten, door je collega’s, door vrijwilligers. Vijf dagen verder, ons kantoor ziet er onberispelijk uit. En niemand die kan zien hoe groot de chaos dinsdag en woensdag was. Dat voelt als een groot geschenk, als genade.

Genade op Allerzielen
Woensdagavond was ik moe, uitgeput bijna van duizenden boeken die naar auto’s zijn gesjouwd, van alle ontmoetingen die hartverwarmend waren maar ook energie kostten. En toen moest de viering van Allerzielen in mijn eigen dorpskerk nog beginnen. Ik sleepte me er naar toe. Negen doden van dit jaar werden er herdacht, veel meer namen werden er genoemd, ook van hen die veel langer geleden gestorven zijn. We hadden broodjes en soep voor de nabestaanden van dit jaar, we hadden 110 boekjes laten drukken, we stonden klaar om half zeven bij de open deuren van de kerk. Tot tien minuten voor aanvang was de kerk leeg, op het koor na. Hadden we ons daar zo druk voor gemaakt. Ik stond daar in de deuropening en voelde me leeg. Totdat het begon te lopen, eenlingen, echtparen, gezinnen, hele families. En er waren ook nabestaanden van dit jaar die zich hadden afgemeld en toch kwamen. Er was een gezin dat nog nooit in de kerk was geweest en nu op de eerste rij ging zitten. Ik ben naar hen toe gelopen, heb hen welkom geheten en gevraagd wie ze waren. Het was het gezin van de man die meedeed aan kerkbalans maar voor de rest nooit zijn gezicht liet zien. Begin oktober was hij overleden. We twijfelden of we zijn gezin moesten uitnodigen. We wisten echt niet wie ze waren. Uiteindelijk hebben we het toch gedaan. Ze waren er allemaal. Zoals er zoveel meer onverwachte gasten waren, meer dan 110. Want we hadden boekjes te weinig. Het werd een intense viering die mijn hart verwarmde en die me opving terwijl ik weer dacht te vallen. Genade op een woensdagavond.

Hoe ziet de hemel eruit?
Donderdagochtend vloog ik naar Haarlem, naar de begraafplaats van Sint Barbara in Haarlem, de plek voor de overledenen in de Jozefkerk, de Groenmarkt en de Bavo. Met een kapel die altijd open is, alle dagen van de week. In 2005 heeft de beheerder Rob Lagerweij daar intentieboeken neergelegd. Daar kunnen nabestaanden wat inschrijven. Tot op de dag van vandaag. Het is een unieke plek, een missionaire kerk die naar de mensen toekomt en gemeenschap sticht voor allen die hun naaste missen. Iedereen is welkom, bijna iedereen praat daar hardop met de overledenen. Via de intentieboeken. Michaëla Bijlsma heeft bijna alle boeken doorgelezen en daar de mooiste uitspraken verzameld, zonder naam. Ik heb daar kleine columns over geschreven, alles anoniem gemaakt. En ik vraag me sindsdien werkelijk af of Nederland minder in de hemel gelooft, zoals SCP en CBS ons altijd voorhouden. Want nabestaanden in Haarlem praten elke dag met hun overledenen. Sterker nog, ze weten ook hoe de hemel eruit ziet. Ze drinken een borrel, vieren er verjaardagen, genieten van een kopje koffie met een lekker gebakje erbij en kijken uit naar Kerstmis. Nabestaanden praten met de hemel, op de scharniermomenten van het leven. Verjaardagen, Vaderdag, Moederdag, Pasen en Pinksteren, Oud en Nieuw. En met Kerstmis, want het gemis is het grootst in de Kerstdagen. Het is ontroerend om te lezen dat de doden niet dood zijn maar voortleven, in hun hart en bij God. Dat leren de intentieboeken in de kapel van Sint Barbara. Een spiegel daarvan is neergeschreven in een klein boekje, onder de titel Praten met de hemel. Gisteren werd dat gepresenteerd in de kapel van Sint Barbara. Priester Bob van Oploo vertelde daar dat hij laatst in een droom zijn overleden broer zag. En hij riep op met elkaar te blijven praten over onze doden. Want dan blijven ze voortleven en dan zijn ze ons tot troost. Want door onze dromen en onze tranen te delen geven we betekenis aan ons verdriet en onze liefde. Ik luisterde naar deze priester en hoorde instemmend gemompel van de vele aanwezige nabestaanden. Dat gemompel was pure genade.

Leo Fijen

Foto’s: gemaakt door Willem Brand. (Haarlems Nieuwsblad)
Van links naar rechts: Rob Lagerweij, Bob van Oploo, Michaëla Bijlsma en Leo Fijen

Meer informatie Praten met de hemel

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!