Weekbrief Leo Fijen – 30 september

Brand

Het weekend halverwege september had een feestweekend moeten worden voor de katholieken van de Urbanuskerk in Bovenkerk. Op zaterdag zag het er nog zo veelbelovend uit en werden bijna 200 vrijwilligers bedankt voor hun tomeloze inzet in de afgelopen jaren. Ze hadden van de bouwval van hun kerk weer een prachtig Gods huis gemaakt en ze genieten daar al twee jaar van. Ze zijn vastbesloten om hun geloof en visioen niet te laten afpakken door alle ruzies en schandalen in de top van de kerk. Ze horen thuis in Bovenkerk en vieren daar met elkaar het geloof. Op zaterdagmiddag horen ze het feestprogramma voor zondag en worden ze nog toegezongen door twee oudere volkszangers uit West-Friesland. ‘Ik zal er altijd voor je zijn’, zingen ze, als laatste lied van het feestprogramma. De honderden vrijwilligers zijn helemaal stil en horen hoe God er voor iedere mens is, ook als het duister om je heen is en alles lijkt weg te vallen. De vrijwilligers van de Urbanuskerk weten niet hoe profetisch deze woorden zijn. Want nog geen anderhalf uur later gaat hun droom in vlammen op en duurt het tot bijna middernacht voordat de brandweer alles onder controle heeft. De katholieken van de Urbanuskerk kunnen het niet bevatten, hun levenswerk is in vlammen opgegaan. Ze geloven hun eigen ogen niet. En ze komen overal vandaan, van Ouderkerk, Muiderberg, Weesp en Amstelveen. Ze huilen tranen met tuiten als ze naar de brandende resten staren. Maar in al hun ellende worden ze niet alleen gelaten. Pastoor Eugène Jongerden is dag en nacht bij hen en komt woorden tekort om zijn parochianen te troosten. Aan het einde van de zaterdagavond vraagt hij in het wijkcentrum de aandacht van zijn verslagen mensen. ‘Zullen we bidden’, vraagt hij hun. Hij wacht het antwoord niet af. Als woorden te kort schieten kunnen we altijd bidden, in onze opperste nood. Pastoor Jongerden en zijn parochianen bidden door hun tranen heen. Om kracht en steun in deze moeilijke uren. En ze moeten dan denken aan het laatste lied dat in de toen nog wonderschone kerk heeft geklonken: ‘Ik zal er zijn voor jou’. Daar in Bovenkerk hebben ze die God meer dan ooit nodig.

Leo Fijen