Weekbrief Leo Fijen – 25 oktober

Bidden als teken van hoop in een wereld van moedeloosheid

Als je niet weet wat je moet leer je door een ritueel weer wat je wel kunt doen. Deze woorden komen niet van mij, maar van Erik Borgman, een paar dagen geleden in het Nederlands Dagblad. Ze zijn zeer van toepassing op de huidige situatie in Nederland. Want we zijn sprakeloos geworden en weten eigenlijk niet goed waar we het moeten zoeken. We werken zoveel mogelijk thuis, we kunnen niet of nauwelijks naar de kerk, we komen niet verder dan de huiselijke sfeer en we moeten vooral afstand houden, met de mondkapjes op. Daar zijn geen woorden voor, daar helpen rituelen. Ze geven in onzekere tijden houvast aan het leven, ze brengen structuur aan in een tijd dat niets zeker is en alles elke dag verandert. We leven in een periode dat iedere dag opnieuw vorm moet worden gegeven. Dat kost energie, daar wordt iedereen moe van. Het is dus ook niet vreemd dat mensen moedeloos worden. Als iedere dag anders is, heeft iedere dag een andere tijdsindeling. Ook daar worden we moe van: om elke dag opnieuw het wiel uit te vinden. Daarom zoeken we naar houvast en hoop.

Als je bidt gaat de hemel boven je open
Het oudste ritueel is het gebed en biedt ons handvatten om met het dagelijks leven om te gaan. Anselm Grün, de bekende Duitse monnik, leerde me dat rituelen ook de tijd structuren en daar een heilige tijd van maken, een tijd die aan God toebehoort. Als we het oudste ritueel van gebed volgen dan ervaren we voor het eerst weer ruimte en perspectief, ook als we vaak thuis moeten werken en voor het grootste deel thuis leven. Zoals Anselm Grün zegt; als je bidt gaat de hemel boven je open. Voor het eerst ervaren we in ons isolement en in onze vermoeidheid de ruimte van de hemel: die geeft energie en vrijheid. En ze doen meer dan dat volgens die Duitse monnik: ze laten ons weer thuiskomen. Want als we bidden gebruiken we dezelfde rituelen en woorden als onze ouders en voorouders en delen we in iets dat groter is dan onszelf: onze familie en onze God. Als we bidden ervaren we diep in onszelf dat we niet alleen zijn. We bidden op de schouders van vader en moeder, van opa en oma. En in hen worden we gedragen door God.

Verschil tussen eerste en tweede golf
Deze week belde Marinus van den Berg me. Hij is de bekendste geestelijk verzorger van Nederland en gaat met zijn 73 jaar nooit met pensioen. Daarom heeft hij in de eerste golf geluisterd naar verhalen van coronapatiënten die lang in coma hebben gelegen. Bij alle problemen met hun fysieke herstel worstelden ze vooral met die ene vraag: waar leef ik van, wie geeft me leven? Wat voor de coronaslachtoffers geldt, gaat in zekere zin voor ons allemaal op: we zijn allemaal geconfronteerd met de vraag wat de echte betekenis is van ons leven. Marinus van den Berg constateert dat die betekenis voor veel mensen zoek is. In de tweede golf meer dan in de eerste golf. We weten niet hoe lang het nog duurt, we kunnen geen plannen maken, we ervaren minder gezamenlijkheid, we staan er meer alleen voor. We waren al moe, we worden moedeloos. Nederland is moedeloos geworden bij gebrek aan enig perspectief.

Onze wereld hongert naar woorden van gebed
Er is de afgelopen weken in de verschillende kranten heel veel over de kerken geschreven. Te vaak ging dat over binnenkerkelijke vragen of juridische kwesties. Dat maakt mensen nog moedelozer. Meer dan ooit hebben mensen behoefte aan perspectief en aan hoop. Als christenen ergens het verschil kunnen maken, dan is het in het uitdragen van die hoop. En als die van niet van seculiere aard is, laten we die hoop dan koesteren in ons hart. Daar kunnen we bidden en zo verbonden raken met onze wortels. Daar kunnen we het oudste ritueel volgen en zo thuiskomen bij God die ruimte, wijdheid en geborgenheid is. Als christenen is dat op dit moment onze belangrijkste taak: laten we bidden in huiselijke kring, als een teken van hoop in een moedeloze wereld. Ik stelde afgelopen weken een gebedenboekje samen als bemoediging in coronatijd. Het moet nog van de drukker komen. Er zijn op dit moment al tussen de 13.000 en 14.000 exemplaren van verkocht. Gisteren heb ik besloten om er nog eens 4000 extra te laten drukken. De totale oplage is nu 18.000 stuks. Dat zijn getallen die astronomisch zijn voor onze kleine uitgeverij Adveniat. Het geeft vooral aan: dit is een teken van deze tijd. Onze wereld hongert naar woorden van gebed om het uit te houden in een wereld zonder plannen en perspectief. We hongeren naar woorden om te bidden. Omdat dan de hemel open gaat in een verduisterde wereld.

Leo Fijen

 

Van Allerheiligen tot Kerstmis, bidden in tijden van afstand en verwachting,

144 pagina’s, uitgave van Adveniat.

Voor meer informatie, klik hier.

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!