Weekbrief Leo Fijen – 22 januari

Beste Andries,

Als je geroepen wordt moet je gaan. Ook als je geroepen wordt door een vrouw die vaker vraagt of ik aan haar ziekbed langs wil komen. Dat doe ik nu al bijna een half jaar, elke zondag rond de klok van half tien in de ochtend. Zij vertelt over haar afgelopen week, ik begin met gebed, zij neemt het over met een Onze Vader en een Wees Gegroet. Dan geef ik haar de communie en ga zelf naar de dorpskerk. Iedere zondag is het een bijzonder moment in de serene stilte van haar appartement. Daarom doe ik het graag. Ook als ze me vraagt om zaterdag op een ongemakkelijk moment te komen. Toch doe ik het. En daar heb ik achteraf geen spijt van. Want als ik binnenkom zie ik het direct, ze is hard achteruit gegaan, sterk vermagerd en soms warrig in haar praten. Dat is niets voor haar, deze sterke vrouw met Friese wortels. Daar is ze trots op, iedereen zal het weten. Ze heeft altijd een goed verhaal en is duidelijk aanwezig. Maar niet deze zaterdag, ze is zichzelf niet. Ik vraag haar hoe het komt. Misselijk, antwoordt ze. En steeds meer afvallen, weet ze ook te vertellen. Ze heeft zelfs de huisarts gebeld. Hoe kan dat nou, afvallen? Ik zeg haar: dat weet je toch, je bent ziek, je wordt niet meer beter. Ik bid weer, zij neemt het over en ontroert me als ze afsluit met het Wees Gegroet in het Fries. De volgende dag ben ik voorganger in de kerk en vertel ik over haar: dat ze meeluistert, samen met haar dochters en dat ze het Wees Gegroet meebidt, weer in het Fries. Zo kun je verbonden zijn in God ook als je elkaar niet ziet. En als dat hier op aarde is, zal dat toch ook wel in de hemel zijn. Op woensdag ben ik voor het laatst bij haar. Ze kan niet meer praten, ze lacht als ze me ziet. En ze tekent een kruisje op mijn voorhoofd. De stervende zegent mij, met een kruisje en een glimlach. Zo zijn we voor altijd verbonden, door de dood heen. Door de genade van haar kruisje en haar glimlach. Twee dagen later sterft ze, deze sterke en goede Boukje.

Beste Andries, dit is mijn antwoord op jouw woorden over genade, rond hervormingsdag. Niet door goede werken, maar door Gods gerechtigheid in Christus. Dat is de genade die tot mij komt door mensen, heel nabij. Dat is de glimlach als ik die woensdag aan haar sterfbed kom. Ze kan niets meer, Boukje, er breekt een bevrijdende glimlach door. Dat is Christus zelf die me toelacht. En dan het kruisje. Ze trekt zachtjes aan mijn hand. Niet ik zegen haar, zij zegent mij. En in haar zegent Christus mij. Met deze genade in mij en over mij kom ik thuis. Eigenlijk stroom ik over, mijn vrouw ziet het meteen. Ik kan geen woord uitbrengen, ik moet letterlijk huilen van deze genade. En ik besef op deze momenten weer dat ik adem op de ontmoeting met de ander en leef van de onverdiende genade aan het sterfbed.

Er is een monnik die het anders formuleert, Anselm Grün: opstijgen naar God door af te dalen in de diepste diepte van het leven. Daar gebeurt het. Ik was laatst bij hem, de meest bekende monnik van het westen, in zijn abdij te Münsterschwarzach. Hij bad met mij het gebed om vergeving, met gebalde vuisten. Heer, gij ons de moed om onze boosheid en teleurstelling te zien, geef ons de deemoed om verder te kijken dan deze schaduwen in ons bestaan. Daarna liet hij de vuisten los en bad weer: Geef ons de kracht om los te laten wat op ons drukt, deze tijd van polarisatie en tegenstellingen, geef ons de nederigheid om onze schaduwen neer te leggen bij God zelf. Vervolgens draaide hij zijn handen om en toonde de lege palm van de handen. Heer, geef ons de vrijheid om de gebrokenheid en kwetsbaarheid te tonen, geef ons de eenvoud om de lege handen te laten zien en die te vullen met Uw gerechtigheid en genade. Tenslotte vouwde hij de handen tot vingers die vrede sloten, vriendschap zochten en wilden bidden. Heer, geef ons de ruimte om onze naaste te zoeken, in goedheid samen te leven en ons over te geven aan U in gebed. Van gebalde vuisten, naar handen die loslaten, naar lege palmen van de hand om te eindigen met een gebed om genade. Een andere monnik, André Louf, hij stierf in 2013 als kluizenaar, gaf me nog weer andere woorden: “Als we niet buigen, kan God niet bij ons komen. Op het nulpunt van ons leven kunnen we pas buigen en gaan we open voor die genade”.

Dit gebeurt telkens aan mensen, het voltrekt zich voortdurend aan mij. Aan het sterfbed waar ik geregeld mag zijn, in de beproevingen die we als kerk juist in deze tijd van corona en energiecrisis over ons heen krijgen, daar gebeurt het. Maar juist daar wordt een nieuw begin geschreven, door Christus. Kijk maar, trek er op uit, werd ons twee weken geleden geleerd in het Evangelie. Laat je zien, geef je over en wees dankbaar. Als we dat durven, kunnen we open gaan voor nieuwe kansen. Soms zullen we struikelen, maar veel vaker zijn we erbij als juist in deze tijd christenen een nieuw begin maken. Zelf doen we dat in huiskringen die tot Kerstmis bij elkaar komen, vrouwen en mannen die de Bijbel lezen en zich laten voeden door een prachtig boekje van Vonne van der Meer. Want de tijden van corona hebben mij geleerd dat we steeds nieuwe kleine vormen van kerk moeten zoeken om elkaar te ontmoeten, ook door de week. We doen dat in mijn dorp Maartensdijk met zes tot zeven kleine huiskringen. Ze worden niet meegeteld in statistieken van de onderzoeksbureaus maar ze schrijven wel een nieuw hoofdstuk in de weg met Christus in ons bestaan. Boukje deed dat op haar eigen manier. Een week voor haar sterven wilde ze toch naar de burendag die ze maanden daarvoor in het leven had geroepen. Laat je zien, deel je geloof, ook in de samenleving, vraagt Christus van ons in het Evangelie van twee weken geleden. Zij deed dat, met de dood voor ogen. En bij haar uitvaart heb ik in de overweging gezegd: we hebben in deze tijd meer Boukjes nodig. Want deze vrouw met Friese wortels leefde het geloof zoals het ten diepste bedoeld is: we leven en sterven niet voor onszelf maar voor de ander en de Ander. En deze keuze maakt ons vrij, geeft mij de ruimte omonbaatzuchtig te leven, in dienst van de naaste. Want geloof en kerk leren mij dat het niet om mij gaat, steeds om de naaste en de Eeuwige.

Ik sluit af met een ander beeld van genade. Boukje is gestorven in de nacht van vrijdag op zaterdag. Haar dochters hadden naast haar gewaakt en geslapen. Toen zij moeder hadden afgelegd zijn ze even naar huis gegaan om zich te verschonen en bij te slapen. Ze reden luttele uren na het sterven over de A27 en zagen toen een oranje gloed in de lucht bij de Lek. En ze ontdekten dat er oranje straal op weg was naar die gloed. Ze hebben hun auto langs de kant van de weg gezet en van deze lucht een foto genomen. Toen ik de maandag daarop bij hen, toonden ze deze foto en zeiden ze: die oranje gloed is papa in de hemel, die straal is mama, op weg naar papa. Hemel en aarde werden zo verbonden. Genade is ook zien wat geen mens wil zien en dankbaar ontvangen wat de hemel ons geeft. Bij de uitvaart regende het totdat we naar het graf moesten lopen, door het park in mijn dorp. Het was spannend: zou het blijven regenen of de zon doorbreken? Toen we met honderden mensen bij het graf stonden, werden we allen in het licht gezet. Na afloop zeiden de dochters: dat was het mooiste van het afscheid, het licht brak door, we waren niet alleen, we werden in dit uur van verdriet niet aan ons lot overgelaten. Als dat geen genade is.

Met broederlijke groet, Leo

 


Blijven dromen
Bijbelse briefwisseling over de toekomst van kerk en geloof

Leo Fijen en Andries Knevel

Prijs: € 9,99

Direct te bestellen

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!