Weekbrief Leo Fijen – 2 juli

Mijn bronnen in het leven
Als ik met de vormgever van Klooster op weg ben naar Gent, naar bisschop Lode van Hecke, voor het coververhaal van september, vraag ik deze kunstenmaker die luistert naar de naam van Peter Beemsterboer wat hij het meest geslaagd vindt van ons nieuwe zomernummer. Hij hoeft niet lang na te denken: de cover met de dominicanessen van Neerbosch, hun verhaal en hun bronnen, maar ook het katern in het midden. Dat noemen wij het hart.
Daar hebben we Daan Savert, Angela Holleboom en Wil Derkse gevraagd naar de bronnen in hun bestaan. Dat katern ziet er prachtig uit, de verhalen daarbij zijn verrassend en inspirerend. De vormgever vraagt dan naar mijn bronnen. Nog steeds op weg naar Gent hoef ik niet lang na te denken. Het klein getijdenboek, daar probeer ik iedere dag uit te bidden. Niet alles, maar een kleine selectie. Maar ook ‘Mijn liefde is u genoeg’, een prachtig boek van André Louf met overwegingen van A, B en C-jaar. Ik lees rondom het weekend of een feestdag graag zijn overwegingen, ook al is hij meer dan tien jaar dood. Deze André Louf is een levende bron: dood en toch nog alleszeggend in mijn bestaan. Voor het slapen gaan lees ik graag uit een boek waar ik nooit genoeg van krijg, ‘Altijd hetzelfde lied’, 150 psalmen bewerkt en toegelicht. De auteur is oud-collega Gerard Swüste. Hij weet niet dat ik bijna elke avond een psalm lees, met zijn commentaar. En steeds maakt zijn commentaar me vrij, van zorgen, van vragen en van schuldgevoelens. Zijn boek is een klassieker voor mij omdat ik de psalmen anders lees. Een beetje zoals Joan Chittister in dat prachtige boek over de 50 trefwoorden van het contemplatieve leven formuleert. Dat is ook een klassieker als je geen kloosterling bent en toch wilt leven in verlangen naar God. De religieuze uit de Verenigde Staten opent vaak de deur van mijn hart. Bijvoorbeeld in haar woorden over zingen: ‘Als je zingt verbind je je met de ander en met God, als je zingt wordt God aanwezig in jou’. Dat zijn mijn bronnen in het leven dat ik mag leiden. Maar mijn grootste bron is mijn naaste. Als ik in het verpleeghuis de kamer van zuster Gaudia betreed, tref ik haar half slapend in haar stoel. Ze hoort me binnenkomen, knippert met haar ogen en lacht me tegemoet. Als ik die lach zie, voel ik me verbonden met haar en met God en ervaar ik een diepe vrijheid. Die wordt toch vooral gegeven door de ogen van mijn naaste.

Leo Fijen


Joan Chittister

Het monastieke hart

50 stappen naar een contemplatief en zinvol leven

Prijs: € 25

te bestellen bij Adveniat

 

 

 

 

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!