Weekbrief Leo Fijen – 19 januari 2020

Ik ga graag naar de kerk omdat ik geheeld word in mijn teleurstellingen, omdat ik daar hardop mag zingen dat ik leef van de genade van God en omdat ik in mijn geloof gedragen word door de gemeenschap en haar rituelen.

Daarom blijf ik bij de kerk

Leo Fijen – inleiding

Het is de mooiste wandeling die ik op zondag kan maken. En die duurt nog geen minuut, van mijn voordeur naar de plek van mijn bestemming. Die kan ik inmiddels blind vinden, ook door de klokken die me uitnodigen. Naarmate ik dichterbij kom, ga ik sneller lopen. Want ik wil niets missen van de zondagse viering. De wandeling brengt me op zondag vaak bij mijn eigen dorpskerk. Daar zijn de mensen die me dierbaar zijn. We zijn een geloofsgemeenschap van boeren, burgers en buitenlui, 400 in getal. En meestal komen er zo’n 80 tot 100 van hen naar de kerk.

Ik vraag me in deze tijd van droevig stemmende verhalen over de katholieke kerk vaak af waarom ik met evenveel plezier naar de mis, een woord- en communieviering of een oecumenische dienst ga. Omdat ik daar geheeld word in mijn teleurstellingen, omdat ik daar hardop mag zeggen en zingen dat ik leef van de genade van God, omdat ik zie dat mensen opstaan in het leven en door alles heen hoop en vertrouwen uitstralen, omdat ik tranen in mijn ogen krijg als het kerkkoor Ave Maria zingt en omdat ik mag meemaken dat gewone katholieken leven van een persoonlijke relatie met Christus en zich het geloof niet laten afpakken door alle geruzie rondom de paus. Sterker nog, ik zie in mijn kerk van Sint Maarten meer van Christus dan in alle verhalen over het conflict tussen paus en curie.

Dat gebeurt op een ontroerende wijze in de laatste weken van vorig jaar. De dirigent van ons kerkkoor is te ziek om nog zelf te kunnen dirigeren. Dat komt hij zelf vertellen na bijna 20 jaar vrijwilligerswerk, met tranen in zijn ogen. Maar hij vraagt wel of hij nog op het orgel de samenzang mag begeleiden, als hij zich ook maar even goed voelt. Hij krijgt daarvoor alle ruimte, ook omdat de dirigent van het kinderkoor permanent beschikbaar is om in te vallen. Zo zitten ze samen bij het orgel, twee vrijwilligers die er zijn voor elkaar op het moeilijkste moment in een mensenleven en in die dienst voor de ander de liefde van Christus laten zien. Daar is geloof tastbaar, daarom ga ik naar de kerk.

Daarom blijf ik ook in die kerk. Want het verhaal gaat verder. De dirigent van het kerkkoor zit met Kerstmis voor het laatst achter het orgel. Een paar weken later zit ik biddend aan zijn sterfbed, met het licht van Sint Maarten boven zijn kussen, met doopwater om geheeld naar God te kunnen gaan, met de communie als voedsel voor onderweg, met de handen van zijn dierbaren op zijn hoofd om hem te danken voor alles en hem toe te vertrouwen aan God. Dit zijn rituelen die van eeuwen zijn en door de kerk gekoesterd worden. Er is een gemeenschap die deze rituelen bewaart en hoedt. Er is een God die deze genade schenkt. En deze God heeft een huis, een heilige ruimte.

Dat is de kerk, ook de kerk van mijn dorp. Deze genade is tastbaar bij het afscheid van deze dirigent en organist. Deze gemeenschap maakt de uitvaart mogelijk. En ik mag daar de woorden ten afscheid spreken. Maar als ik ergens heb gemerkt dat ik het zelf niet ben, dan is het hier bij deze uitvaart. Ik weet me gedragen door de gemeenschap, door de liturgie, door de rituelen, door God zelf. En dat gebeurt op een heilige plek: de kerk als huis van God. In deze kerk leer ik dat het niet om mij gaat, dat ik niet het centrum van de wereld ben, maar steeds weer de ander, de geloofsgemeenschap en God zelf. Dat relativeert mijn eigen worsteling en geeft ruimte en adem om te leven: bij alle tekortkomingen mag ik zijn wie ik ben en weet ik mij bemind door God zelf en gedragen door de gemeenschap. Als ik het moeilijk heb of worstel met mijn geloof, dan is er altijd die geloofsgemeenschap. Ik kan niet leven en geloven zonder die gemeenschap van boeren, burgers en buitenlui.

Terug daarom naar en verder met het verhaal van dirigent en organist die sterft en vanuit onze kerk wordt weggedragen. Als alles voorbij is, als de tranen gedroogd zijn, meldt de dirigent van het kinderkoor zich. Zolang het kerkkoor geen vervanger heeft, wil hij invallen. Maar hij doet meer dan dat. Hij wordt zo geraakt door het orgel en door de gemeenschap van het koor dat hij zich verder gaat bekwamen aan het orgel. Dat doet hij nu al meer dan een jaar. Loop bij ons de kerk binnen door de week, dan hoor je het orgel, dan zie je de dirigent van het kinderkoor oefenen. We hebben intussen een uitstekende andere dirigent voor het kerkkoor, maar de aanjager van het kinderkoor blijft oefenen op het orgel. Drie en soms vier keer in de maand begeleidt hij nu de samenzang als er geen koor is. Het is een feest om hem dan achter het orgel te zien zitten. Dat voelt als een verrijzenis. Geloven is een troost door alle tranen heen. Dood is niet dood. Christus is voor ons gestorven en verrezen. Maar in een geloofsgemeenschap staan ook mensen op om nieuw leven te geven. Daar gebeuren kleine en grote  wonderen. Zoals met de dirigent van het kinderkoor die nu onze vaste organist is geworden.

Daarom blijf ik bij de kerk. Om zulke verhalen uit het leven gegrepen. Met mensen op hun sterfbed, met mensen achter het orgel, met mensen die terugkeren in de kerk na de dood van hun zoon, met mensen die vanuit hun geloof dienstbaar zijn aan de lokale samenleving, met mensen die compassie met me hebben en me aanvaarden in al mijn tekorten. Het gebeurt allemaal. Ik leef daarvan. Van deze verhalen. In een kerk worden ze werkelijkheid en gedeeld. Kerken zijn er om deze verhalen te blijven vertellen. Kerken zijn zo veel meer dan de cijfers van kerkbezoek en participatie in sacramenten. Kerken zijn heilige plaatsen waar God woont en werkt in mensen. Dat reikt verder dan cijfers en statistieken. Dat gaat verder dan de voorspelling dat er straks talloze kerken gaan sluiten. Dat opent heel voorzichtig de deuren en harten naar een andere plek voor de kerk. Klein en bescheiden, maar meer verinnerlijkt en overtuigd van de opdracht om er te zijn voor de ander. Daarom heb ik veertien mensen uit de katholieke en protestantse wereld gevraagd om zelf eens onder woorden te brengen waarom zij bij de kerk blijven. Want we blijven het moeilijk vinden om woorden te vinden voor onze kerkelijke betrokkenheid. Deze bundel presenteert die woorden in aanstekelijke en persoonlijke verhalen. Lees die verhalen, vertel ze door en kom thuis in de kerk en bij God.

Leo Fijen

Daarom blijf ik bij de kerk telt 112 pagina’s,

kost €14,95

en wordt uitgegeven door Adveniat.

Voor meer informatie klik hier.

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!