Weekbrief Leo Fijen – 16 september

Daarom ga ik naar de kerk

Het is de mooiste wandeling die ik op zondag kan maken. En die duurt nog geen minuut van mijn voordeur naar de plek van mijn bestemming. Die kan ik inmiddels blind vinden, ook door de klokken die me uitnodigen. Naarmate ik dichterbij kom, ga ik sneller lopen. Want ik wil niets missen van de zondagse viering. De wandeling brengt me op zondag vaak bij mijn eigen dorpskerk. Daar zijn de mensen die me dierbaar zijn. We zijn een geloofsgemeenschap van boeren, burgers en buitenlui, 400 in getal. En meestal komen er zo’n 80 tot 100 van hen naar de kerk. Ik vraag me in deze tijd van vreselijke verhalen over de katholieke kerk vaak af waarom ik met evenveel plezier naar de mis, een woord- en communieviering of een oecumenische dienst ga. Omdat ik daar geheeld word in mijn teleurstellingen, omdat ik daar hardop mag zeggen en zingen dat ik leef van de genade van God, omdat ik zie dat mensen opstaan in het leven en door alles heen hoop en vertrouwen uitstralen, omdat ik tranen in mijn ogen krijg als het kerkkoor Ave Maria zingt en omdat ik mag meemaken dat gewone katholieken leven van een persoonlijke relatie met Christus en zich het geloof niet laten afpakken door alle geruzie rondom de paus. Sterker nog, ik zie in mijn kerk van Sint Maarten meer van Christus dan in alle verhalen over paus en curie. Het meest ontroerende gebeurde in de laatste weken. De dirigent van ons kerkkoor is te ziek om nog zelf te kunnen dirigeren. Dat kwam hij zelf vertellen na bijna 20 jaar vrijwilligerswerk, met tranen in zijn ogen. Maar hij vroeg wel of hij nog op het orgel de samenzang mag begeleiden, als hij zich ook maar even goed voelt. Hij krijgt daarvoor alle ruimte, ook omdat de dirigent van het kinderkoor permanent beschikbaar is om in te vallen. Laatst zaten ze samen bij het orgel, twee vrijwilligers die er zijn voor elkaar op het moeilijkste moment in een mensenleven en in die dienst voor de ander de liefde van Christus laten zien. Daar is geloof tastbaar, daarom ga ik naar de kerk.

Leo Fijen