Weekbrief Leo Fijen – 9 juni

Titus Brandsma

De laatste jaren heb ik het meer dan eens gedaan, op weg naar Bloemendaal aan Zee. Gewoon even stoppen op de zeeweg en de auto aan de kant zetten om verder te lopen naar de begraafplaats in de duinen. Daar liggen de mensen die hun leven gegeven voor de vrijheid. En juist in deze maanden die in het teken staan van 75 jaar vrijheid, maak ik extra tijd van deze mensen.
Het is er ondanks alle aandacht voor die herdenkingen van 75 jaar vrijheid stil rondom de graven. Her en der liggen bloemen. Soms is een graf geadopteerd door een schoolklas. Dan zijn tekeningen, flarden tekst en rozen de stille getuigen van verbondenheid tussen doden en kinderen. Die verbondenheid leeft eigenlijk meer dan ooit en ontroert me telkens weer. Ze laat me zien dat de slachtoffers van de Tweede wereldoorlog niet voor niets gestorven zijn. Ze leven verder, in hun strijd voor vrijheid en in hun verlangen naar een betere wereld. Ze leven voort in kinderen, wandelaars en strandgasten, maar ook in toevallige passanten op de eerste tropische dag van dit jaar.
Ik ben zo’n voorbijganger als ik langs de graven loop. Ik lees de namen. Ik zie dat vaders en zonen bij elkaar liggen. Ik ontdek dat drie broers voor de vrijheid zijn gestorven. En ik kijk naar het graf van vrouwen die in het verzet hebben gezeten. De wind waait daar in de duinen van Bloemendaal altijd harder, zo lijkt het. Ik voel steeds weer de leegte, ook op deze warme dag.
Soms nemen teksten op de graven dat gevoel van leegte even weg. Meer dan eens is er de verwijzing naar de eeuwigheid. De woorden troosten mij. Ik vraag me af of zo’n tekst de nabestaanden heeft gesterkt. Ik denk het eigenlijk niet. Ik moet denken aan Dokkum in deze dagen. Daar wordt de Titus Brandsma Musical gespeeld. Op een toepasselijk moment, in dit jubileumjaar, maar ook in een periode dat steeds luider klinkt dat deze karmeliet na de zaligverklaring heilig moet worden. Een heiligverklaring heeft hij niet nodig, bedenk ik me. Voor mij is Titus al een heilige. Hij had de moed om kranten in heel Nederland te vragen geen NSB-advertenties te publiceren. Hij moest dat bekopen met zijn dood. Hij wist dat dit zijn lot kon zijn, maar hij was er niet bang voor. Hij knutselde in kamp Amersfoort een rozenkrans uit knopen en weggegooid touw. Zo kon hij bidden, zo zocht hij met de medegevangenen Christus in het hart en vond hij de diepste vrijheid in de ellende van gevangenschap. Zo is hij gestorven, vernederd en gemarteld, maar bleef hij innerlijk vrij. Zo blijft een icoon van 75 jaar vrijheid. Zo is hij een heilig mens voor mij.

Leo Fijen