Weekbrief Leo Fijen – 15 mei

Bij het afscheid van Joop Stam en de heiligverklaring van Charles de Foucauld

Er zijn voor mensen die niet naar rozen ruiken
Vandaag wordt Joop Stam begraven, monument van een mens in Amsterdam. Gisteren was ik bij de avondwake in een volle basiliek van de heilige Nicolaas. Niemand had het over zijn eretitels (emeritus-priester, oud-deken, erekapelaan van zijne heiligheid de paus, voormalig proost van het kapittel, erekanunnik van kathedraal kapittel), iedereen zong: De Heer is mijn herder. Deze innemende pastor was een herder voor velen, met een luisterend oor. Dat luisteren gebeurde vanuit de stilte. Met deze aandacht was Joop Stam er voor ‘mensen die niet naar rozen ruiken’, zoals hij dat zelf vaak formuleerde. Juist in de moedeloze, de hopeloze, de lijdende, de verdwaalde, de verpauperde en de dakloze herkende Joop Stam het gelaat van Christus. Hij noemde dat ook wel het achtste sacrament, dat van de medemenselijkheid. Zo bracht hij de kerk naar de mensen en zo zag hij Christus in zijn naaste. Deze goedheid en mildheid is herkend door velen, want de avondwake was meer dan goed bezocht.

Toen ik achter in de basiliek van de heilige Nicolaas zat en luisterde naar de woorden van zijn zus, moest ik aan Charles de Foucauld denken. Deze Fransman wordt zondag heilig verklaard. Peter Nissen heeft een mooi boekje over deze nieuwe heilige geschreven die de woestijn van de Toearegs opzocht om bij God te zijn. Lees deze brief van Charles de Foucauld over zijn verblijf in de woestijn:

U weet wat ik bij de Toearegs zoek: ik wil hen aan mij laten wennen, vriendschap met hen sluiten, de muur van vooringenomenheid steen voor steen afbreken, de muur van argwaan, van onbekendheid die ons gescheiden houdt. Dat is niet het werk van één dag. Ik begin met het ontginnen, anderen zullen volgen die het werk zullen voortzetten. Mijn leven is niet dat van een missionaris, veel meer dat van een kluizenaar. Ik woon sinds twee maanden eenzaam in de nabijheid van een kleine nederzetting aan de voet van een berg, met een kleine hut en een kleine tuin, in een vrede en een inkeer die al het goud van de wereld niet kan betalen. Als mijn arme buren mij willen zien, dan vinden ze mij: voor de rest ben ik alleen in het beste gezelschap, dat van de lieve God, in een dialoog die ik nooit moe word. Wat ik doe is echt weinig. Ik ben maar een armzalige arbeider. Toch geloof ik dat mijn presentie hier nuttiger is dan waar dan ook, voor zover men het woord ‘nuttig’ voor zoiets onbeduidends kan gebruiken.. Daarom blijf ik hier, zonder te weten hoe lang.

Leo Fijen

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!