Vader-abt Henry Vesseur – Benedictijn

Tijd nodig om te worden wie ik ben

De nieuwkomers hebben de eerste contacten altijd via internet, dat is vandaag de dag een vast gegeven. Ze zoeken een thuisgevoel en stabiliteit, maar ze zijn ook een kind van hun tijd, tot op zekere hoogte individualistisch dus. Ze zijn vaak lange tijd alleen geweest. Leven in een gemeenschap, dat ons kloosterleven karakteriseert, vraagt veel van ieder lid. Ze zijn ook niet allen uit een homogeen katholiek milieu afkomstig. Bij de vorming kan er dus alleen maar sprake zijn van maatwerk en is er soms psychologische begeleiding nodig. Dat maatwerk geeft al aan dat we flexibel met nieuwkomers omgaan. Niemand loopt dan ook hetzelfde traject. Iedereen krijgt, binnen de grenzen van het redelijke, de ruimte om met zijn eigen talenten en wortels aan te sluiten bij de traditie en de structuur van de gemeenschap.

Bij mij lag dat nog heel anders. Toen ik als negentienjarige in Vaals intrad, was er sprake van een sterke homogeniteit. Het eerste gesprek was duidelijk: we praten niet over gevoel. Dat heb ik toen (onbewust) in de ijskast gezet. Dat is me opgebroken, zodanig dat mijn leven na twintig jaar een andere wending moest nemen. Ik ben hoe dan ook dankbaar voor die eerste twintig jaar van mijn monniksleven: daar is wel mijn spirituele basis gelegd. Ik heb die tijd nodig gehad om te kunnen worden wie ik ben. Ik kon niet meer bij mijn gevoel komen en raakte daardoor overspannen. Ik moest mijn eigen kwetsbaarheid op het spoorkomen om ten volle te kunnen gaan leven. Dat is me hier in Slangenburg geschonken. Hier heb ik de vrede gevonden, hier heb ik mijn echte zelf leren kennen, hier ontdekte ik de liefde voor Christus op een nieuwe manier. Als die liefde er niet zou zijn, zou ik het hier geen dag uithouden. Niets dierbaarder dan Christus – dat devies drukt de weg uit die ik ben gegaan.

Vader-abt Henry Vesseur
Benedictijnen van de Sint Willibrordsabdij, Doetinchem