Vader-abt Bernardus Peeters – Trappist

Flexibiliteit

We waren nog niet zo heel lang geleden met slechts negen monniken en we zijn nu een communiteit van meer dan twintig. We zijn nu een relatief jonge gemeenschap. Een behoorlijk grote groep zit nog in het vormingsproces met ups en downs. Dat geeft een gemeenschap nieuwe dynamiek. Maar zo’n grote groep geeft ook nieuwe vragen.
Toen ik hier dertig jaar geleden binnenkwam hing er een sfeertje van: we hoeven niet meer zo hard te werken, want het geld komt toch wel binnen. We hadden namelijk zo’n dertig tot veertig monniken die AOW ontvingen. Dus het idee dat je zelf arbeid moet ontwikkelen om in je onderhoud te voorzien, was naar de achtergrond verdwenen. We konden goed doen door in landbouw en onderhoud werkgelegenheid te scheppen voor mensen die elders niet aan de bak kwamen. Het werk in de gemeenschap zelf bestond voor het grootste deel uit huishoudelijke taken.
 Daarmee redden we het nu niet meer. Bijna niemand in ons klooster krijgt nog AOW. Dat is een grote zorg. Je moet mensen zinvolle arbeid geven die ook geld moet opbrengen. Daarom hebben we de kaasmakerij opgezet en tegen de vier jongsten van de gemeenschap hebben we gezegd: het is jullie verantwoordelijkheid. Voor sommigen was dat in het eerste jaar van hun noviciaat – dat gaat tegen alle gewoonten in. Ze moesten het ambacht leren bij een boer in de buurt en daartoe twee tot drie dagen met de boer meedraaien – en waren dus niet hier. Dat is ook flexibiliteit.

Ik begin oud te worden. Dat is ook het leuke van deze ontwikkeling. Van veel collega’s hoor ik telkens dat ze de jongste blijven. Dan gaat het leven niet door en word je niet echt uitgedaagd om het leven door te geven. Ik maak het omgekeerde mee: ik word voortdurend uitgedaagd en kan het soms niet meer volgen. Alles is individualistischer geworden, in de zin van: ik doe dit omdat ik me daarbij goed voel – en de gemeenschap wordt op de koop toe genomen. Pas als je binnen bent, ontdek je wat het inhoudt om in een gemeenschap te leven. Dat hebben de meesten nooit gedaan, laat staan dat je in een gemeenschap leeft die je niet hebt uitgezocht.
 Het is niet voor niets dat we de eerste fase van het postulaat van een half jaar hebben uitgebreid naar een jaar. Doe maar eens gewoon wat de gemeenschap doet. Dat lijkt een eenvoudige regel voor mensen die intreden, maar voor de jongste generatie is dat een hele opgave.

Vader-abt Bernardus Peeters
Trappisten van Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven Berkel-Enschot

Foto: Gerard Oonk