Stadskloosters

De term duikt op allerlei plekken op: stadsklooster. Er blijken heel verschillende initiatieven achter schuil te gaan, die echter wel een gedeeld verlangen hebben. Wat zoeken de mensen die er wonen? Arjan Broers ging op onderzoek uit en hoorde: ‘Dit is een tijd van verandering. Mensen zoeken nieuwe vormen van samenleven, met meer samen, meer stilte, meer eenvoud.’ Verslag van een speurtocht.

Kloosters in de stad – ze bewegen mee met de ontwikkeling van de steden. Tot de twaalfde eeuw waren kloosters vooral afgelegen abdijen. Maar toen de steden in Europa begonnen te groeien en de eerste universiteiten werden gesticht, ontstonden er nieuwe vormen van religieus leven in de stad. De nieuwe bedelorden, dominicanen en franciscanen, richtten zich destijds op de steden en groeiden heel snel. Blijkbaar was het een gat in de markt. De bedelorden waren multinationale organisaties die uitwaaierden over heel Europa.
Daarnaast ontstonden er ook veel lokale woonvormen in de vorm van hofjes. De bekendste zijn die waarin vrouwen gingen wonen. Wij kennen deze plekken als begijnenhoven. Vaak ging het om ambitieuze en welgestelde vrouwen, die geen zin hadden om te leven onder de knoet van een echtgenoot of een moederoverste. Ze wilden zelfstandig zijn en zich ontwikkelen, ze hadden elk hun eigen huis en deelden een kapel. Zo wijdden ze zich toe aan gebed, studie en sociaal werk. In de loop van de middeleeuwen werden deze zelfstandige vrouwen door de kerkelijke overheid getemd tot ‘begijntjes’.
Ook in de negentiende eeuw veranderden de steden snel, door de industrialisatie. En ook toen ontstonden er nieuwe kloosters in de stad. Nieuwe congregaties werden gesticht die in Nederland tienduizenden vrouwen en mannen aantrokken. Zij woonden in kloosters om van daaruit te werken in de scholen en ziekenhuizen die zij stichtten. Toen de overheid die taken overnam, verdwenen gaandeweg ook die kloosters.

De naam als cadeautje
Wie in de recente geschiedenis naar stadskloosters zoekt, komt eerst terecht in het Stadsklooster van Den Haag. Daar woont onder meer Frans Wils, lid van de Broeders van Maastricht. Deze onderwijscongregatie vestigde zich in 1861 in Den Haag om lager onderwijs te geven. ‘Voor zover ik weet, waren wij de eersten die ons huis Stadsklooster noemden’, vertelt hij. ‘We hebben die naam niet zelf verzonnen, maar gekregen. In 1997 schreef een lokale krant een artikel over onze jaarlijkse tentoonstelling, de kop was: “Kerststallen in het stadsklooster”. Wat een goeie naam, dachten wij.’
De broeders hadden net een doorstart gemaakt. Ze waren op zoek naar een nieuwe invulling voor een gebouw waar ze met vijftig broeders hadden gewoond, van wie er nog zes over waren. Frans Wils: ‘Stadsklooster is een perfecte naam, want wij zijn in en voor en van de stad. En tegelijk zijn we ook klooster: het is hier verrassend stil en we leven eenvoudig, we hebben aandacht voor bezinning, cultuur en sociaal werk. Asielzoekers, straatmensen, migranten, zelfhulpgroepen: ze zijn hier allemaal welkom.’
Zo noemt Wils al een aantal kenmerken op die steeds terugkomen bij stadskloosters in Nederland: samenleven, bezinning, stilte en eenvoud enerzijds, en betrokkenheid op de samenleving anderzijds. De broeder noemt nog een element dat hij echt religieus vindt: ‘Ons motto is: Geloven in ontmoeting. We hebben nooit vanuit een plan gewerkt. Er komen mensen met vragen op onze weg, en daar gaan we op in.’

Tientallen plekken
Theoloog en religiejournalist Peter van Zoest is geboeid door nieuwe religieuze bewegingen. Hij maakte een inventarisatie van het fenomeen op de website stads- kloosters.nl. De meeste initiatieven die hij noemt gebruiken dat woord ook. Van Zoest: ‘Het gaat om nieuwe stedelijke spiritueel-sociaal-culturele initiatieven, geïnspireerd door of voortbouwend op het kloosterleven.’ De diversiteit in het lijstje is groot: het loopt uiteen van ‘klassieke’ katholieke kloosters tot spirituele centra, met of zonder een vorm van gemeenschapsleven. ‘Maar de nieuwe initiatieven halen altijd inspiratie uit de monastieke traditie’, zegt Van Zoest, ‘bijvoorbeeld door het getijdengebed, lectio divina, meditatie en het beoefenen van de stilte. En anders dan het woord klooster zou kunnen suggereren, zijn ze meestal protestants of oecumenisch in plaats van katholiek.’
Opvallend is ook dat het meestal initiatieven ‘van onderop’ zijn, zegt Van Zoest. ‘Mensen keren zich af van grote georganiseerde verbanden. Stadskloosters ontstaan bij individuele personen die elkaar vinden rond een bepaalde spirituele interesse.’
In het overzicht van Van Zoest staan ook initiatieven die het begrip stadsklooster wel erg ver oprekken, bijvoorbeeld omdat er geen bewoning is. In Utrecht en Groningen bijvoorbeeld zijn de stadskloosters plaatsen waar geregeld een vorm van het getijdengebed gebeden wordt. In Groningen is dat een protestants initiatief, in Utrecht oecumenisch.
In Haarlem gaat het zelfs om meerdere locaties; het ‘Stadsklooster Haarlem’ bestaat uit een netwerk van kerken en een website waar activiteiten rond stilte, zin en meditatie te vinden zijn. Ook in Nijmegen bouwt men aan een stadsklooster (Mariken geheten) dat in feite een netwerk van kerken en spirituele centra is.

Tijd van verandering
Rosaliene Israël is predikant en scriba van Protestants Amsterdam en woonde zelf achttien jaar in een ‘stadsklooster van de vorige generatie’, zoals ze het noemt. Ze hoopt in de toekomst opnieuw in zo’n verband te leven. Daarnaast doet ze promotieonderzoek naar het fenomeen van religieuze leefgemeenschappen. En dan is ze ook nog eens bestuurslid van de landelijke vereniging van religieuze leefgemeenschappen.
De dominee is een kenner dus, van binnenuit en van buitenaf. Volgens Israël waren er altijd wel religieuze leefgemeenschappen, maar is er nu echt wat aan de hand. Stadskloosters zijn een trend. ‘Kloosterbezoek is nog nooit zo populair geweest als nu’, legt ze uit, ‘ook bij protestanten. Maar er treden weinig mensen in en dus worden de traditionele kloosters kwetsbaar. Tegelijk zie je dat bij twintigers en dertigers de zondagse eredienst aan betekenis inboet. Ze hebben er niet genoeg aan, ze willen ook in hun dagelijks leven iets met hun geloof.’ Ondanks alle verschillen ziet Israël een gemene deler in de stadskloosters: ‘Het gaat om een vorm van samenleven in de stad met een gedeelde spiritualiteit, een ritme van gebed en een vorm van gastvrijheid. Die drie elementen zijn essentieel. Een website kan in die zin geen stadsklooster zijn.’
Volgens Israël zijn er ongeveer honderd christelijke leefgemeenschappen in Nederland, waarvan meer dan de helft in steden: ‘Alleen in Amsterdam al ken ik tien groepen van vooral jongere mensen. Ze komen meestal uit meer orthodoxe protestantse kerken en zoeken een breder verband, met verschillende generaties en met mensen uit verschillende kerken.’ Leven als stadskloosterling is niet gemakkelijk, weet ze uit ervaring. ‘Het is een intensieve manier van samenleven. Het vraagt heel wat om het van de grond te krijgen. Veel initiatieven komen niet op gang of vallen na vijf tot tien jaar uit elkaar. Maar het is tegelijk inspirerend, dat weet ik óók uit ervaring. Als je met meer mensen bent dan alleen je gezin kun je gemakkelijker mensen helpen of onderdak bieden. Je kunt meer aanwezig zijn als gelovig mens in de samenleving.’

Pioniers
Jeannet en Lieuwe Bijleveld begonnen afgelopen jaar met hun eigen avontuur: het Jabixhus, ‘Stadsklooster Leeuwarden’. Ze wonen er met de laatste van hun kinderen van hun grote gezin. Toen hun kroost uitvloog wilde het echtpaar terug naar de stad, om een nieuwe gemeenschap te vormen ‘en de stad te dienen’, vertelt Jeannet. ‘We kochten een oude school en zijn die gaan verbouwen. Sinds augustus zijn er twee gastenkamers klaar, we kunnen groepen ontvangen en hebben een “gebedsatelier”, voor meditatie en artistieke bezigheden.’
Een vrijplaats, dat was wat ze wilden bouwen. ‘Elkaar ontmoeten, in een samenhang van kunst, muziek, geloof en samen eten. We wilden dat graag met andere gezinnen doen, maar dat is nog niet gelukt. Misschien gebeurt dat in de toekomst. Wel is er een groep mensen betrokken met wie we vier jaar geleden het avontuur begonnen te onderzoeken.’
Ondertussen loopt het stadsklooster, gelegen aan pelgrimspaden en geopend in het jaar dat Leeuwarden culturele hoofdstad was, ‘als een tierelier’, zegt Jeannet Bijleveld. ‘Het draait om gastvrijheid en bezinning. Christus staat voor ons centraal, maar niet in een kerkelijk vakje. We stimuleren interkerkelijke activiteiten.’
En wie zal dat betalen? Allebei de echtelieden hebben een baan, de gasten betalen mee op basis van giften, ‘en in Friesland zijn de gebouwen nog niet zo duur’, relativeert ze. ‘Het is ontzettend leuk en er komen zoveel aardige mensen op af!’

In de woestijn ontstaat iets
Een man die zowel een oude als een nieuwe vorm van kloosterleven kent is Gert Bremer. Hij was elf jaar monnik van de cisterciënzer abdij Maria Toevlucht in Zundert. Toen hij daar wegging, woonde hij enige tijd alleen en werkte hij als instellingskok en zenleraar. ‘Ik dacht; ik ben nog steeds monnik, ik blijf eenvoudig en stil leven. Maar dat was niet goed voor me. Ik werd er depressief van.’
Bremer schreef een brief naar de regenten van Hofje De Armen de Poth in Amersfoort. Een hofje dat in 1447 was gesticht door Broeders van de Heilige Geest, om er samen te leven en goede werken te doen voor de armen van de stad. Anno 2019 is het een stichting die de piepkleine woningen beheert en er mensen laat wonen die boven de zestig zijn en een smalle beurs hebben. ‘Ik schreef hen hoe ik wil leven en ik kreeg een huisje dat vrij kwam’, vertelt Bremer. ‘Ik ben er heel blij mee. Het is klein en simpel, het is hier omsloten en dus heel stil, en toch is er een vorm van gemeenschap, midden in de stad. Het is de bedoeling dat we elkaar ook een beetje in het oog houden, een praatje maken, elkaar helpen als het nodig is. Dat is heerlijk. Ik leef teruggetrokken én in nabijheid.’
Het Hofje De Armen de Poth heeft kloosterlijke trekken, vindt hij. ‘Dat komt omdat je leeft met mensen die op een vergelijkbare manier in het leven staan. Dat kan ook een voorbeeld zijn voor een maatschappij die zo rijk is en waar het tegelijk zo ontbreekt aan stilte en eenvoud en zorg voor elkaar.’ De term stadsklooster drukt een verlangen uit, opper ik. Bremer beaamt dat. ‘Kloosters zijn altijd ontstaan in de woestijn, op onbegaanbare plekken. Misschien is de moderne stad ook zo’n woestijn.’

Trent zet door
Dominee en onderzoekster Rosaliene Israël verwacht dat de trend van de stadskloosters doorzet. ‘Er zijn veel mensen met plannen, er zijn veel religieuze fondsen die het interessant vinden om deze initiatieven te ondersteunen en de komende tijd vallen veel kerkgebouwen en kloosters vrij. Er gaat nog van alles gebeuren.’
Als je naar de grotere lijnen in de geschiedenis kijkt is dit heel logisch, zegt ze. ‘Het is altijd zo dat mensen in tijden van verandering zoeken naar nieuwe vormen om hun leven vorm te geven. Wij leven in een tijd van grote uitdagingen. Het individualisme en het materialisme raken uitgewerkt. Veel mensen geloven niet meer dat ze er zijn om een eigen huis en een auto te kunnen kopen. Ze zoeken naar nieuwe vormen om hun leven betekenis te geven, met meer samen, meer stilte, meer eenvoud.’

Enkele stadskloosters

  • Kleiklooster, Amsterdam – Kleine protestantse leefgemeenschap in Kleiburg, een flat in de Bijlmer. Met gastenkamers en avondgebed volgens Taizé.
  • Stadsklooster La Verna, Amsterdam – Kloostergemeenschap in Nieuw-West van franciscanen en een predikant, met diverse activiteiten.
  • Stadsklooster, Arnhem – Huis in het centrum met een leef- gemeenschap van elf meest jonge mensen, die de regel van Northumbria Community volgen en samen bidden, werken en delen.
  • Stadsklooster, Den Haag – Huis van de Vincentiusvereniging waar Broeders van Maastricht wonen en tal van maatschappelijke en sociale activiteiten zijn.
  • Stadsklooster, Groningen – Sinds 2015 gezamenlijk getijdengebed vanuit de protestantse kerk.
  • Stadsklooster San Damiano, ’s-Hertogenbosch – Hier wonen sinds 2018 leden van de franciscaanse familie samen: franciscanen, kapucijnen, clarissen en leden van de derde orde.
  • Stadsklooster Jabixhûs, Leeuwarden – Een oude school waar het echtpaar Bijleveld een plek maakt met ruimte voor bezinning en ontmoeting en gastvrijheid.
  • Stadsklooster, Rotterdam – Een vorm van zelfstandig wonen voor alleenstaanden in een verband met anderen, begonnen vanuit de protestantse Laurenskerk.
  • Stadsklooster, Utrecht – In de wijk Lombok staat de voormalige katholieke Antoniuskerk. Een groep mensen is begonnen hier een open plek van aandacht en verbinding te maken.
  • Nikola-kommuniteit, Utrecht – Een religieuze leefgemeenschap van mannen en vrouwen die drie huizen bewoont aan de Utrechtse Maliesingel. Sinds 1964.

Tekst Arjan Broers, in Klooster! nr 6

Afbeelding: Stadsklooster San Damiano

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!