Klooster! 25 – Aan tafel

In gesprek met drie zusters in Oosterhout: ‘Steeds weer drukt de tafel gemeenschap uit’

Aan tafel, het thema van het winternummer van Klooster! daar past een tafelgesprek bij, met de gezichten van drie kloosters binnen een vierkante kilometer, de heilige Driehoek in Oosterhout. Maria Magdalena, Ruth en Martha, zij weten wat het betekent om met de communiteit en gasten aan tafel te zitten, maar ook om samen te komen voor overleg over die heilige Driehoek. Een unieke plek van ontmoeting, eerst met zuster Ruth en zuster Maria Magdalena, later voegt zuster Martha zich bij hen. Leo Fijen tekent hun verhaal op.

De eerste ontmoeting vindt op een zaterdagmiddag plaats, in de Sint Paulusabdij van Chemin Neuf, aan de Hoogstraat in Oosterhout. Zuster Ruth Lagemann staat al bij de deur klaar, ontvangt me hartelijk en schenkt koffie in. Zuster Maria Magdalena, de priorin van de norbertinessen van Sint-Catharinadal, wacht op ons in de spreekkamer. Samen hebben ze – voordat ik me meldde – aan de ronde tafel al gesproken over hun drukke leven. Bijna geen dag vrij, altijd beschikbaar voor medezusters, de gemeenschap en gasten. ‘Dinsdagochtend is mijn stille dag. Dan lees ik, ben ik stil en geniet ik van fietsen door de natuur’, steekt zuster Ruth van wal. ‘Nog maar kort geleden heb ik in Antwerpen een fiets gekocht, van een moslim. We spraken daar over die verschrikkelijke aardbeving in Marokko die hij als een straf van God ziet. Ik vertelde hem dat in mijn geloof God liefde is en niet straft. Misschien moeten wij ons gedrag veranderen en genoegen nemen met een minder rijk gedekte tafel. Dan gaan we ook anders om met de schepping.’

Zuster Maria Magdalena luistert. Zij neemt geen vrije dagen, maar zoekt de rust en de vrede van de avond. Ze heeft voor een leven van beschikbaarheid gekozen en doet er niet moeilijk over: ‘Je moet accepteren dat er altijd overdag dingen blijven liggen die je wel gepland had. En dat wat ik niet in mijn hoofd had, heeft God op me af gestuurd. Als ik God wil ontmoeten, moet ik open staan voor mensen die onverwacht op mijn pad komen. Deze ronde tafel waar we nu aan zitten is de uitnodiging van God om de ander echt te willen zien en zo de Heer te ontmoeten. Zo leef ik, dat betekent deze tafel voor me.’

De tafel van mijn vader en moeder
De toon is gezet. Zuster Ruth en zuster Maria Magdalena kunnen het goed met elkaar vinden, ook om redenen die ze nog niet van elkaar weten en die alles met de tafel hebben te maken. Zuster Maria Magdalena begint als eerste over de tafel thuis: ‘Als vader later kwam, dan wachtten wij met eten. Zo is de tafel voor mij ook een leerschool van geduld. En als de tafel deze rol kan hebben, dan wordt het ook de plek om samen de moeilijke momenten uit te praten, te zingen, het leven te vieren, te bidden en ook daarna af te wassen.’
Ik ken zuster Maria Magdalena al heel lang. Maar dit verhaal heeft ze nooit verteld, en wat volgt evenmin. Ik vraag haar dan of deze tafel de belangrijkste plek in haar leven is geweest. Ze hoeft niet lang na te denken: ‘Er zijn twee tafels in mijn leven. De eerste is het altaar van onze kloosterkerk. In dat centrum van ons geloof heb ik de professiebrief ondertekend en mijn gelofte uitgesproken, met deze speciale ring van trouw aan Christus en aan de gemeenschap. Die tafel van de Heer staat centraal in mijn leven, vanaf het eer- ste begin dat ik hier mocht zijn, vanaf mijn tijdelijke professie tot aan vandaag. Maar er is ook die andere tafel, de tafel van ons gezin, de tafel van mijn vader en moeder. Daar hebben we met een bevriende priester de dag vóór mijn intrede in het klooster de eucharistie gevierd. Daar in de huiskamer van ons gezin hebben we ruimte gemaakt voor de Heer: om Hem te danken, maar ook mijn ouders te danken voor de ruimte die ze mij hebben gegeven. Mijn vader was in 1945 zwaar gehandicapt uit de oorlog gekomen, hij verloor beide benen. En juist in de aanvaarding van zijn beperkingen was hij een voorbeeld voor mij, voor iedereen. Hij heeft mij geleerd dat je tot leven kunt komen, hoezeer je ook geschonden bent.’

De tafel thuis
Die zaterdagmiddag was ik naar Oosterhout gereden, in de hoop te luisteren naar twee inspirerende zusters en hun verhalen over de tafel in hun religieuze leven op te tekenen. Maar alles werd anders door deze persoonlijke insteek. En die was nog niet ten einde. Zuster Maria Magdalena vertelt dat ze die maandag naar Den Haag zal gaan om het huis van haar ouders leeg te halen en ook de tafel mee te geven aan de verhuizers. ‘Je moet loslaten wat je dierbaar is, je moet je niet hechten aan objecten’, zegt ze daarover. ‘Het gaat erom dat je verbonden blijft met je dierbaren. Zeker nu ook mijn moeder afgelopen jaar is overleden. Mijn ouders zijn er altijd, ook door de dood heen. Mijn vader en moeder hebben mij geleerd hoe belangrijk de tafel daarin is. Mijn moeder breide aan tafel sokken voor mijn vader, ook al had hij geen benen meer. Daarom kreeg hij de zogenaamde stompsokken. Hij leerde me dat je met prothesen kunt opstaan uit de wonden van de beproeving. Zijn leven was na de schade aan zijn benen een ode aan de verrijzenis. Dat voorbeeld is veel belangrijker dan de tafel die een andere bestemming krijgt. Die krijgt elders wel een andere functie. Het enige dat ik meeneem is het theekastje. Daar stond de theepot altijd op. Materie vergaat, mijn ouders trekken met me mee en zijn bij mij, in God’, zo vertelt ze over een moeilijke maandag in haar bestaan, de dag dat het huis van haar ouders van alle intimiteit en geborgenheid zal worden ontdaan.

De tafel in het midden
Zuster Ruth luistert in stilte naar dit persoonlijke verhaal, niet wetend dat beide vrouwen zoveel verdriet met elkaar deelden. Ze spreekt op haar beurt zachtjes over haar moeder, de moeder die afgelopen zomer is overleden. Ze laat een foto zien van een breiende moeder, de kachel daarachter. En ze vertelt: ‘Haar sokken staan voor de warmte die ze ons heeft gegeven. Daarom zegt die kachel op de foto ook zoveel. Niet alleen warme voeten, maar ook warmte die ons heeft gedragen in ons leven. Vlak voor de zomer hebben we avondmaal gevierd. Ook met mijn vader die heel zwak is maar nog wel leeft. We hebben thuis aan de tafel het brood gebroken. En mijn moeder die altijd de weg van Jezus is gegaan en de deur opende voor iedereen, wist het toen zeker: Ik wil Jezus zien. Het is de mooiste avondmaalsviering van mijn leven. Aan de tafel thuis, alle deuren open voor de Heer. Zo is mijn moeder ook gestorven. Letterlijk en figuurlijk ten hemel opgenomen. Ik mocht haar biddend en zingend de laatste vier uur begeleiden.’ Zuster Ruth vertelt altijd met passie, zo ook dit zeer persoonlijke verhaal dat niet losstaat van wat zij elke dag leeft. Ook in het klooster van Chemin Neuf is de tafel er om Jezus in het midden te plaatsen. ‘Waar Hij centraal staat, worden er wegen geopend die menselijkerwijs niet kunnen’, gaat zuster Ruth verder. ‘Het gaat erom de Heer in alles te zoeken. Daar spelen kloosters als in Oosterhout een belangrijke rol in. Want hier kun je stil worden, luisteren, gemeenschap ervaren en aan tafel gaan. Bij veel mensen is dat helaas verloren gegaan, om tijd te maken voor elkaar. Daarom is de tafel in een klooster ook een leerschool om de eenheid in je leven en dat van de ander op het spoor te komen. En aan een ronde tafel gaat dat nog beter, want dan moet je elkaar wel in de ogen kijken.’

De tafel van de gemeenschap
Een paar dagen later ben ik weer in Oosterhout, dit keer in het vernieuwde klooster van de benedictinessen, de Onze Lieve Vrouwe Abdij aan de Zandheuvel. Daar staat net als zaterdagmiddag bij Chemin Neuf een ronde tafel klaar. Zuster Martha, abdis van de gemeenschap, komt uit een vergadering, schenkt thee in en steekt van wal. Ze heeft nagedacht over de betekenis van de tafel in haar leven. ‘De tafel van de refter, de tafel van het gastenhuis, de tafel van de spreekkamer, dat is in zekere zin één tafel. Steeds weer drukt die tafel gemeenschap uit met de mensen van wie je het leven deelt. En eigenlijk hoort daar ook de tafel van mijn kloostercel bij. Daar doe ik mijn lectio, dagelijks een stuk uit de Bijbel, de ontmoeting met het levende Woord, Christus zelf. Ik lees en zit in mijn eentje in die cel, mijn medezusters doen dat ook. Dus ook als ik in mijn eentje ben, drukt die tafel gemeenschap uit. En zoals de gemeenschap bepalend is voor mijn leven, is die tafel ook een belangrijke plek in mijn leven, een plek die ik deel met mijn medezusters en waar ik Christus ontmoet’, aldus zuster Martha, terwijl zuster Maria Magdalena luistert en zuster Ruth net binnen komt lopen.

De tafel van het gemis
Ik herneem het bijzondere gesprek van zaterdagmiddag en vertel over de moeders die gestorven zijn. Zuster Martha hoeft niet lang na te denken: ‘De tafel van de gemeenschap is soms ook de tafel van het gemis. Dit jaar zijn er vier zusters van de Onze Lieve Vrouwe Abdij overleden. Een van hen stierf vrij plotseling. Dat is nog steeds een lege plek aan tafel. Die doet nog steeds pijn en geeft verdriet. Ik weet dat deze zusters in Gods liefde zijn geborgen, maar ik kan hen niet meer aanraken. Ze zitten aan een andere tafel, bij God. Maar ik mis hen. Drie zusters leefden voor een groot deel op de ziekengang, maar een was nog dagelijks in de kerk en aan tafel. Ik mis hen en denk soms dat die zuster zomaar weer komt binnenlopen. Als zusters wegvallen, verlies je ook iets van jezelf. Want je deelde met hen de tafel van de gemeenschap.’ Het is even stil hierna aan de ronde tafel. Daarna vraag ik zuster Martha of ze ook nog herinneringen aan thuis heeft. Dan vertelt ze over het sterven van haar vader. Zelf was ze nog maar tien jaar en had als vaste taak om de tafel te dekken. Gedachteloos dekte ze na de dood van vader toch voor hem. Ze is dat nooit vergeten. De tafel was toen ook thuis de plek van gemis.

De tafel van nieuw leven
Tijdens de fotosessie neem ik afscheid van deze drie bevlogen vrouwen. Ze geven de heilige Driehoek van Oosterhout een gezicht. Maar ze maken ook indruk door de persoonlijke en kwetsbare woorden. Ze geven met hun verhalen een andere dimensie aan de tafel. Als ik weer op weg naar huis ben, denk ik terug aan de woorden van zuster Maria Magdalena over haar vader en over zijn leven als een ode aan de verrijzenis. De schuilkelder haalde hij net niet bij een bombardement in de oorlog. De traplift thuis herinnerde altijd aan de gevolgen. Zonder benen leefde hij verder en was hij een voorbeeld voor velen. Zeker aan tafel, dan luisterde hij naar zijn gasten en dan antwoordde hij met zijn leven. De tafel was voor hem een plek om anderen hoop te geven. Als zijn gasten klaagden over hun leven, hoefde hij alleen maar te wijzen op zijn bestaan. Als hij zonder benen zoveel kon betekenen voor anderen, waarom kunnen anderen dat ook niet doen in volle gezondheid? De wonden van de beproeving kunnen zo in de ontmoeting tot een tafel van nieuw leven worden.

Leo Fijen, Klooster! 25 Aan tafel, blz. 11-16
Foto’s: Rogier Veldman

Meer lezen over de zusters? Kijk in Klooster! 25

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!