Klooster! 17 Maria

In het decembernummer van Klooster! staat Maria centraal. Terwijl we de geboorte van haar Zoon vieren komt zij telkens weer aanwezig in onze gedachten. Maria heeft een diepe betekenis in het bestaan van mensen vandaag de dag. Een kaarsje aansteken bij Maria, het kan overal en altijd.

In Klooster! 17 Maria schrijft Arjan Broers over Bedevaartsoorden: In Maria’s omarming

Het gebeurde tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Theologe en bedevaart-deskundige Marian Geurtsen was met haar partner vlak voor Maria-Hemel- vaart, op 15 augustus, aangekomen in de Dordogne. Ze besloten ’s avonds mee te doen met een processie naar Rocamadour, de zwarte Madonna.

‘De priester leerde ons een paar Franse Marialiederen en nodigde ons uit om tussen het zingen door het Ave Maria of wees gegroet te bidden, in onze eigen taal’, herinnert ze zich. ‘We kregen kaarsjes in de hand en gingen op weg. Tegen de tijd dat we aankwamen was het donker en was de stoet veel groter geworden. En ergens onderweg waren wij veranderd van toeristen in pelgrims. De gezamenlijkheid, het zingen, het bidden, en ook het zijn bij Maria. Toen het weer stiller werd hebben we nog een hele tijd met z’n tweeën bij haar gezeten. Ook mijn partner, die van protestantse komaf is, was geraakt.’

Maria heeft een merkwaardige kracht. In de meeste kloosters wordt de dag besloten met het Magnificat, het loflied van Maria. Zelf doe ik daar altijd graag aan mee, want het is tegendraads en lieflijk tegelijk. Het loflied bezingt Gods vertrouwen in eenvoudige mensen en zijn kritische blik op machthebbers. Het spreekt van verwondering en dankbaarheid voor ons leven én het is voor mij, man zijnde, de enige gelegenheid waarbij ik het over mezelf heb in een vrouwelijke vorm. ‘Want Hij heeft oog gehad voor mij, zijn dienares’, bid ik dan mee.

Kaarsjes van iedereen
Maria is dienstbaar én zelfbewust, aanwezig zonder veel te doen. Haar aantrekkingskracht blijkt ook uit de vele bedevaartsoorden die aan haar zijn gewijd. Van de ruim 660 bedevaartsplaatsen die er in Nederland zijn of bestonden, is ruim een kwart gewijd aan Maria. Van de ongeveer tweehonderd nog actieve plaatsen zijn dat er 89, ofwel bijna de helft. Deze gegevens komen uit het onderzoek naar bedevaartplaatsen in Nederland, jarenlang met veel aandacht voor details gedaan door theoloog en kerkhistoricus Charles Caspers en historicus en volkskundige Peter Jan Margry. Zij publiceerden tussen 1997 en 2004 een overzicht in vier delen van alle bedevaartsoorden. In 2008 verscheen een boek met beschrijvingen van de 101 meest bijzondere plaatsen. Op de website van het Meertens instituut is een schat aan gegevens te vinden.
‘De bedevaartsoorden van Maria zijn de plaatsen met het meeste uithoudingsvermogen’, vertelt Peter Jan Margry. ‘Zij wordt verstaan als de universele moederfiguur, ook door mensen die niet of niet zo katholiek zijn. Op sommige plaatsen wordt ze juist heel rooms-katholiek gepresenteerd. Maria weet tegenspraak in zich te verenigen. Ze kan veel hebben.’
De Maria-oorden zijn niet alleen het grootste in aantal, ze horen ook tot de drukstbezochte in ons land. Er zijn heel wat bedevaartsplaatsen waar hooguit één keer per jaar iets bijzonders plaatsvindt. Maar bijvoorbeeld de Zoete Lieve Moeder in Den Bosch of Sterre der Zee in Maastricht zijn plaatsen waar dagelijks mensen komen zitten en een kaarsje opsteken. ‘Dat gebaar was ooit typisch katholiek’, zegt Margry, ‘maar het is algemeen geworden. Zelfs protestanten steken inmiddels graag een kaarsje op.’

Golven in de geschiedenis
De verering van Maria is lang niet altijd zo groot geweest. Lange tijd lag de aandacht van de kerk en de gelovigen bij God en bij Jezus Christus als het menselijke gezicht van God. Daarnaast werden martelaren (mensen die gestorven waren voor het geloof), lokale heiligen en naamheiligen vereerd. Pas in de twaalfde en dertiende eeuw beginnen er veel bedevaartsoorden te ontstaan, en vooral in de dertiende en veertiende eeuw komen er veel aan Maria gewijde plaatsen bij.
‘In de late middeleeuwen gaat het vaak om plaat- sen waar een beeldje van Maria is gevonden’, vertelt Mariadeskundige Marian Geurtsen. ‘Denk aan Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort, Onze Lieve Vrouw in ’t Zand in Roermond of Onze Lieve Vrouw ter Eijk in Meerveldhoven. Het stramien is vaak hetzelfde: er is een beeldje gevonden door een boer of een ander eenvoudig iemand. Die brengt het naar de kerk, maar het beeldje verdwijnt op wonderbaarlijke wijze, om weer op te duiken op de plaats waar het werd gevonden. Blijkbaar weet Maria precies waar ze wil zijn, want op die plekken zijn de kapellen gemaakt. Een plek wordt niet bijzonder omdat mensen er zijn gaan bidden, maar omdat Maria er zelf voor heeft gekozen.’
Vaak hebben deze locaties iets bijzonders, vertelt Peter Jan Margry. Een bron, een oude boom, een heuvel of beek. ‘Met een mooie inrichting of een fraai gebouw krijgen mensen een wow-effect. Het is niet voor niets dat er ook nu nog veel wandel- en fietsroutes langs bedevaartplaatsen lopen. Het zijn vaak mooie plekken waar mensen even stoppen voor een pauze.’
In de zestiende eeuw ontstonden er ook Maria-bedevaartsplaatsen als tegenwicht tegen de Reformatie. De protestanten zagen niets in de hoge plaats van Maria en sloopten met name boven de rivieren veel wegkruisen, kapellen en heiligdommen, zoals Heiloo in Noord-Holland. Van de weeromstuit werden de katholieken nog meer dol op haar. Zo werd Maria-verering een deel van de strijd tussen de kerken. Het bidden van een Weesgegroet en een kruis slaan werden een politieke daad. Scherpenheuvel in België en Kevelaer in Duitsland zijn twee van de bekendste oorden die in deze tijd zijn ontstaan en waar juist veel katholieke Nederlanders naar toe trokken.
Maar de grote bloei van de Mariaverering en bedevaartsoorden aan haar gewijd dateert van de negen- tiende en begin twintigste eeuw. In plaats van een beeld van haar verscheen Maria zelf, op plaatsen als Lourdes in Zuid-Frankrijk en Fatima in Portugal. Lourdes werd zo populair dat de grot op tal van plaatsen is nagebouwd, inclusief het beeld van een jonge vrouw in wit en blauw, die het meisje Bernadette had gezien. ‘Die tijd bracht een epidemie aan wonderbaarlijke Mariaverschijningen’, vertelt Margry. ‘En Lourdes kreeg filialen, bijvoorbeeld in de Cauberg bij Valkenburg. Of in het Limburgse dorp Tienray, waar een Lourdesgrot een ouder heiligdom voor Maria als Troosteres der Bedrukten vrijwel overnam.’

Gesjoemel
Het kan niet anders of de populariteit van Maria leidde ook tot gesjoemel, corruptie en misbruik. Pastoors weten al eeuwen dat hun kerk aan populariteit wint als ze een relikwie hebben van een heilige, of als ze een bijzondere plek beheren waar mensen wonderbaarlijk zijn genezen. Bedevaarten brengen geld in het laatje, geven aanzien en macht – precies de zaken waar kloosterlingen met hun geloften van armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid van af proberen te zien. Peter Jan Margry publiceerde onlangs Vurige liefde, een boek over Het geheim rond het Bloedig Bruidje van Welberg. Dat klinkt als de titel en ondertitel van een schandaalroman, maar het is een nauwkeurig onderzoek naar een kwestie die door de officiële kerk langdurig is doodgezwegen. Dankzij de nieuwsgierige Bredase bisschop Tiny Muskens (1935-2013) kreeg Margry toegang tot de archieven, die na een verbod van het Vaticaan in 1950 in een kluis waren geborgen.
Het verhaal speelt een kleine eeuw geleden en gaat over een ambitieuze pastoor in Welberg, een gehucht boven Roosendaal en Bergen op Zoom. Hij leert in zijn parochie een arme jonge vrouw kennen, Janske Gorissen, die zowel ziekelijk als ziekelijk vroom was. In die tijd werd het lijden voor de zonden door Christus zo verheerlijkt dat mensen met een zwakke gezondheid zich daarmee soms vereenzelvigden. Lijden werd een vorm van boetedoening voor anderen. Bij Janske Gorissen uitte zich dat onder meer in stigmata. Op een vast moment in de week kreeg ze, liggend in bed, bloed op haar handen en op haar hoofd, alsof ze de wonden van de kruisiging en de doornenkroon van Jezus overnam. Janske zag verschijningen van Maria, die ze ‘Moederke’ noemde. Op haar aanwijzingen maakte een kunstschilder een afbeelding van een stralende vrouw in de wolken, met een prachtige witte jurk aan en goudblonde krullen.
Niet alleen gewone mensen, ook tal van priesters – en daar waren er heel wat van in die tijd – kwamen in de ban van het ‘Bruidje van Christus’ en het ‘Moederke van Welberg’. Tegelijk had het verhaal vreemde kanten. Zo werd Janske seksueel belaagd door de duivel, die zijn zaad stortte op de vloer van haar kamer en brandmerken naliet in haar lakens. En ook zijn er bekentenissen dat pastoor en zieneres meer deelden dan hun vurige geloof. In 1950 verbood het Vaticaan de cultus.

De omarming van Maria
Nu is Welberg een wel erg pikant en uitzonderlijk voorbeeld. Maar op veel bedevaartsplaatsen, zeker die voor Maria, zijn verhalen te vertellen over macht. De officiële kerk gaat – om begrijpelijke redenen – wildgroei en misbruik tegen. In 1995 nog ontstond in Brunssum (Limburg) een kleine cultus in een volkswijk rond een beeld van Maria van Fatima dat, in de warme zomer, bloedtranen huilde. De kerk ontmoedigde het geloof in deze verschijning. Met de dood van de laatste bewoner in 2011 en de sloop van het huis is de cultus verdwenen.
Tegelijk is Maria niet altijd in te dammen. ‘Ze zoekt meestal contact met eenvoudige en jonge mensen’, merkt Marian Geurtsen op. ‘Ze blijft een voorliefde hebben voor de machtelozen, soms tot weerzin van kerkelijke leiders, die altijd man zijn bovendien.’ De theologe en ritueelspecialist beschrijft Maria als een tegenwicht, at door veel mensen intuïtief wordt verstaan. ‘Ze is een vrouw in een mannenwereld, in de kerk en in God, die immers “vader, zoon en geest” wordt genoemd. Ze was een ongehuwd meisje dat zwanger werd en een moeder die weet heeft van pijn. Haar zoon werd niet gewoon timmerman, maar koos voor een moeilijke weg die tot zijn dood leidde. Dat verdriet heeft ze verduurd, zoals wij allemaal verdriet krijgen. En ze bleef staan. Bij haar ervaar ik Gods barmhartigheid.’

Ook Peter Jan Margry blijft geboeid door de kracht van de Maria-oorden: ‘Een van mijn favoriete oorden is dat van Onze Lieve Vrouw ter Eijk in Meerveldhoven, bij Eindhoven. Daar is een kapel gebouwd om een boom heen waarin een Mariabeeld is gevonden. De boom is helemaal behangen met ex voto’s, zilveren plaatjes waarmee mensen hun dankbaarheid voor een verhoord gebed uitdrukken.’ Inmiddels is het al de vijfde boom die in de kapel staat, ‘maar dat maakt blijkbaar niet uit’, zegt Margry. ‘Mensen komen graag naar zulke plekken. Het helpt ze om geloof te beleven én om existentiële angsten in te dammen, om steun en troost en genezing te vragen. Op veel plaatsen wordt dat minder en dat op zich jammer.’ Want het is toch echt een verschil of iets een museum is of een levend bedevaartsoord, of je Maria opzoekt als toerist of als pelgrim.

Meer weten:
Peter Jan Margry en Charles Caspers, 101 bedevaartsplaatsen in Nederland (2008)
Peter Jan Margry, Vurige liefde. Het geheim rond het Bloedig Bruidje van Welberg (2021).
www.meertens.knaw.nl/bedevaart/
www.mariangeurtsen.nl

Uit: Klooster! 17. Maria, bladzijde 27-29

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!