Klooster! 13 – Verlangen

Ad Lenglet over zijn diepste verlangen

‘Ik zou willen dat ik kon leven zoals God mij bedoeld heeft’

In een eerder interview vertelde Ad Lenglet, monnik in Mamelis, nabij Vaals, dat hij meer ‘de weg van het hart’ op wilde gaan. En het was desgevraagd zijn idee om eens een editie van Klooster! aan het thema verlangen te wijden. Al met al twee goede redenen voor een nieuwe ontmoeting. Hoe maakt hij het, op de weg van het hart? Vader abt vertelt.
‘Ons verlangen naar God, die stuwende beweging van het hart, van de menselijke ziel naar God – hoewel ik er al langer over spreek, is het een thema dat me steeds presenter wordt. Zodra je erover gaat nadenken, zou je eigenlijk moeten beginnen met onze lichamelijke behoeften en onze menselijke begeerten; dat zijn allemaal vormen van verlangen.’
‘Ik denk dat in ons lichaam het oerverlangen is ingeschreven, dat die basale verlangens de eerste tekenen zijn van ons op weg zijn naar iets anders, van dat wij groeien, streven; ze tonen dat waar leven is, streven is en dat er geen leven zonder streven is. Elke vorm van leven buigt ook weer naar de grond terug en is dan ten einde, maar het is een eerste aanzet van het diepste streven dat in de bodem van onze ziel ligt. Als de Schepper ons schept, dan schept Hij de dingen zodanig dat ze terug naar hem verlangen, dat kan niet anders. De dingen hebben hun voltooiing in hem en willen ze die voltooiing bereiken, dan moeten ze dieper reiken, op weg blijven.’
‘Dat begint al op het meest fundamentele niveau geloof ik. Op het niveau van de kosmos heeft dat groeien en die beweging allemaal met God te maken. Het eerste artikel van het geloof, Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, dat is zo allerfundamenteelst. Daar komt heel mijn denken uit voort. Of niet míjn denken, zo mag ik dat niet zeggen, maar dat zegt alles over de dingen. Daar, in dat geloofsartikel, zijn eigenlijk alle vragen te situeren. Ik zeg niet alle antwoorden te vinden, want het blijft een groot mysterie. Maar uit die relatie van God, Vader, Schepper, die alles is voor ons, volgt dat alles wat er is op een of andere wijze een teken is, een sacrament zelfs van Gods aanwezigheid. Van onze roeping, uiteindelijk, in God.’

Op weg naar God
‘Het benedictijns leven geeft hier bij uitstek vorm aan doordat het liturgisch gericht is. En dat bedoel ik niet in de zin van dat we in kazuifels rondlopen en mooie gebaren maken; het gaat hier over de liturgie van de wereld, over priester zijn van de kosmos, we zingen over zon, maan, sterren, draken, slangen. Alles terugbrengen tot, alles zien als afspiegeling van God die schept, want Hij schept naar zijn beeld en gelijkenis.’
‘Dit is waarom de liturgie zo belangrijk is voor ons; omdat daarin een kernmoment besloten ligt waarmee wij de aarde, het stof, eten en drinken en kleding en geluid en kleur, tot het recht laten komen waarvoor het eigenlijk bedoeld is. David Fagerberg schrijft daarover: “Daardoor kunnen wij de schepping leven zoals hij bedoeld is.” Hij heeft het dan over de liturgie die de hele wereld is. Hij bedoelt daarmee dat alles op weg is naar God. Dat alles een relatie heeft met God en dat Hij zich in alle dingen uitdrukt. En dat de mens de taak heeft om de priester van die mondane liturgie te zijn.’
‘Dit geldt voor elke mens, hierin is geen verschil tussen huwelijk en kloosterleven, dat zijn allemaal vormen van heiliging van de kosmos. Het gaat niet om onze vroomheid hier in huis, maar het gaat om die schepping, het gaat erom de wereld thuis te brengen. Wij zijn er ten dienste van de hele wereld. Zoals de hele wereld ook in de schepping, in de liturgie moet opgaan, om in thuis te komen. Maar goed, het is wellicht een wat theoretisch verhaal, waar het over gaat is de eschatologische trek, het uiteindelijk verlangen naar voltooiing, waarvan de mens de bedienaar is.’

Volheid van leven
‘Metafysiek is dit voor iedere mens identiek, maar psychologisch niet natuurlijk. De manier waarop wij ons verlangen voelen en illustreren is heel sterk afhankelijk van onze persoonlijke levensgeschiedenis, denk ik. En ervaringen zijn niet identiek. Als ik probeer mijn eigen verlangen te beschrijven, zie ik het heel duidelijk weerspiegeld in bepaalde personen: Gregorius van Nyssa, Catharina van Siëna, moeder Teresa, Augustinus ook – één en al verlangen, één en al drijfkracht naar God. Het vuur spat ervan af als het ware, elk woord dat ze kiezen is een uitdrukking van hun passie voor God. Ik herken daar iets van mezelf in, zij formuleren het zoals ik het ook zou willen formuleren. Maar als je nou vraagt naar een eigenheid van mij, dan… ja dan gaat het over volheid van zijn, van leven, van vreugde, van communie, gratuït vervuld zijn. Ik heb een verlangen naar totale vrijheid om te geven en te ontvangen. Daar groei ik ook naar, maar de ervaring van de beperking in onze vrijheid vind ik moeilijk. Dat je niet vrij bent in je verlangen. Dat je het grote verlangen steeds opnieuw door kleinere verlangens laat doorkruisen. Terwijl ik weet dat er een groter verlangen in mijn ziel is, laat ik het laat afleiden door het kleinere. Dus mijn uiteindelijk verlangen is ook dat die kleinere verlangens zich niet meer als hindernis naar het grote verlangen voordoen.’

‘In het afgelopen decennium heb ik het een en ander doorgemaakt; door een ongelukkige val op mijn hoofd, eind 2012, was ik maanden niet tot werken in staat. In die periode ben ik veel bezig geweest met verlangen, allereerst om weer de oude worden. Maar na de eenzame donkerte van vier wintermaanden in Zweden ontstond er een nieuw verlangen; ik had heel erg behoefte aan zon, warmte en mensen. Ik was welkom in een Benedictinessenklooster bij Cordoba en zonder retourbiljet reisde ik ernaar toe. Het zouden twee beslissende maanden worden, omgeven door een enorme gastvrijheid van lieve mensen, en door alles wat Latijns Amerika zo mooi maakt: het land, de warmte, het licht, het temperament. Die tijd heeft me tot mezelf teruggebracht, tot vrijheid van hart. Sindsdien heb ik mijn preken nooit meer opgeschreven. Ik probeer te spreken uit mijn hart. Wel niet onvoorbereid, maar toch vooral vertrouwend op het werk van de Heilige Geest.’
‘Zonder die tijd zou mijn leven er nu anders uitzien. Er zijn nu momenten dat ik me vervuld kan voelen en me daar bewust van ben. Rond het feest van mijn gouden professie, vier jaar geleden, was dat het geval, ik voelde me zo vol licht en dankbaarheid, en dat gevoel hield wekenlang aan. Ik kan niet precies benoemen wat er toen gebeurde, maar het Suscipe me Domine van de professie en de professie-vernieuwing, heeft voor mij een heel nieuwe klank en glans en inhoud gekregen: uitdrukking van het verlangen enerzijds helemaal tot in Gods geheim te worden toegelaten, anderzijds zo door Gods geheim te worden bewoond dat de laatste verlangens van mijn hart tot verwezenlijking komen. Misschien paradoxaal, maar juist het staan in de beweging van het verlangen heeft me – als ik dat zo mag zeggen – veel rustiger gemaakt. De weg naar het hart schenkt stabiliteit, maar juist in de beweging. Het dagelijks leven is er rustiger en meer ontspannen door geworden.’

Vervuld raken
‘Het is nu ook weer niet de bedoeling dat wij hierin volmaaktheid nastreven. De Griekse filosofie eist volmaaktheid, maar dat kan eigenlijk niet. Wij zijn niet volmaakt, zegt ook Gregorius. Wel kunnen wij volmaakt zijn in onze groei naar God, in ons verlangen naar hem, door nooit op te houden met verlangen. Onze volmaaktheid is: het onophoudelijk verlangen. Volmaaktheid is niet een hoogvlakte waarop wij perfect in alle opzichten zijn. Ze bestaat eruit dat wij voortdurend verder kunnen gaan, waarbij elke stap als afzetpunt, als springplank gebruikt kan worden. Het is een kans om nieuw te worden, beter te worden, niet als een rem in onze groei naar God.’
‘Gregorius gebruikte het beeld van een waterdruppel die uit de zee opstijgt. Vanaf de bodem is hij omhoog gekomen, de lucht die erin zit ontsnapt zodra de waterdruppel aan de oppervlakte komt. En dat is ons verlangen; het is nu nog omgeven door allerlei materiele beelden en situaties, maar als wij sterven komt het boven, dan gaat het op in de volheid en heeft het de steun van de beelden niet meer nodig. Het gaat erom steeds meer van God vervuld te raken. Daarvoor is niet alleen de liturgie nodig, daarvoor is heel de schepping ons gegeven. Om overal die beelden, die ondersteuning te vinden van, als het ware, die luchtbel van onze Godskennis. Dankzij de beelden kunnen we God al een beetje kennen, maar nog in de beperktheid van onze beelden. Op een gegeven moment zijn we aan de oppervlakte en gaat het open – en dan is er geen geloof meer, dan is er alleen nog maar liefde.’

Verder lezen in dit artikel: kijk in Klooster! 13, blz 11-15

Tekst: Maria van Mierlo
Foto’s: Gerard Oonk

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!