Klooster! 10 Verzoening – Op zoek naar verzoening in Enschede

Verhalen van verzoening: We leven nog!

In Enschede is verzoening aanwezig in: het Huis van Verhalen. Dat hebben de nabestaanden, de inwoners, de hulpverleners, de pastores en de slachtoffers die het overleefden geleerd. Verzoening na een ramp die het hart uit een wijk en een stad rukt heeft alleen maar kans van slagen als zij elkaar trouw zijn, minimaal vijf jaar. Trouw in aandacht voor de ander, nooit weglopen tijdens het verhaal, erbij blijven om elke keer in hetzelfde verhaal van overlevenden een ander draadje te vinden. Dat heet eerst Pastoraat na de Ramp en het krijgt vervolgens gestalte in een concreet initiatief: Huis van Verhalen. Dat is er twintig jaar later nog steeds. Omdat verhalen een mens de kans geven weer de hoofdpersoon te worden in hun eigen leven. Omdat verhalen de adem zijn om het uit te houden in de wirwar en chaos van dat nieuwe bestaan en steeds beter te leren: wie ben ik ook alweer? Zodra je dat weet, begint de verzoening. De pijn verdwijnt nooit, de wond zit altijd aan de oppervlakte, maar er is leven mogelijk. Dat leert het verhaal van Hendrik Veldscholte, verteld door de man die de bedenker en grondlegger was van het Huis van verhalen, dominee Evert Jan Veldman. Voor hem was Hendrik Veldscholte zijn leermeester.

Die ene vuist
“Op 13 mei 2000 ontplofte om 15.25 uur de vuurwerkfabriek die Roombeek wegvaagde. Hendrik lag te slapen en werd overvallen door het vuur. Hulpverleners haalden hem uit het bovenraam van zijn huis aan de Roomweg naar buiten. Een traumahelikopter bracht hem naar Groningen. Operaties volgden. Hij keerde terug naar Enschede, naar het revalidatiecentrum. Daar leerde ik hem kennen. Een grote man in een rolstoel. Van binnen en van buiten aangetast door het vuur. Hij sprak niet veel. Hij keek vooral. Naar de beweging in de hal. Naar mensen die in en uit gingen. Ik vroeg of het niet verveelde. Hij schudde zijn hoofd. Ik keek met hem mee. Soms was hij weg, met zijn ogen open. Gevolg van de ramp, zei een verpleegkundige. Zo zagen wij elkaar met regelmaat. Hij keek en ik keek met hem mee. Woorden bleven beperkt. Tot die keer dat hij mij vasthield met zijn ogen toen ik bij hem kwam, en in zijn moerstaal zei: ‘Ik wou dat ik dood was…’ Om vervolgens langzaam zijn rug te rechten en die ene vuist die hij nog omhoog wist te brengen, te ballen. En toen, met nieuw vuur in de ogen, zei hij: ‘Maar we leven nog!’”

Modelverteller
Evert Jan Veldman vertelt het verhaal en heeft het ook op papier staan. Voor hem is Hendrik Veldscholte de leermeester in het leven en in het geloof, de weg naar verzoening met het onverzoenlijke. ‘Ik wou dat ik dood was’, dat is vaak dominant in mensen na de ramp. ‘Maar we leven nog’, wint het steeds weer nipt. Misschien is dat verzoening: dat het leven het met band- dikte wint van de allesvernietigende klap op zaterdag 13 mei. Zijn leven was kapot, maar Hendrik Veldscholte leefde nog. En de dominee hoefde er alleen maar te zijn, present te zijn en goed te luisteren. De buurt bepaalde de agenda na de ramp, de bewoners waren de kerkelijke kaartenbak zelf. En Hendrik verstond de kunst om zijn verhaal steeds weer te vertellen, maar elke keer net even anders. Dat noemt Evert Jan Veldman een modelverteller; iemand die niet in het verhaal blijft hangen en zo de ruimte schept om weer zicht te krijgen op zijn eigen bestaan. Hetzelfde verhaal, elke keer een beetje anders. Zo kreeg Hendrik Veldscholte de kans weer hoofdpersoon te worden in zijn eigen geschiedenis. Dat is het hoogst haalbare, de diepste bevrijding na een ramp. Want daarmee ontdekte hij weer wie hij was, in een tijd waarin velen zichzelf kwijt waren door de verschrikkingen.

Erbij blijven
Verzoening begint met mensen opzoeken en leren luisteren. En opnieuw luisteren. Ook de toenmalige koningin Beatrix ontmoette mensen die getroffen waren door de ramp. Hendrik Veldscholte was één van hen. Hij vroeg haar alleen maar waarom hem dit moest overkomen. Hij verwachtte geen antwoord. Maar hij zat met deze vraag, die geen antwoorden nodig had, maar een luisterend oor. Van de koningin, van familie, van verzorgers, van de dominee. Zo kreeg hij de kans zichzelf ter sprake te brengen. Evert Jan Veldman kan en wil niet weglopen bij zulke verhalen, want de gewonde Christus is daarin aanwezig en die vraagt ons: loop niet weg, blijf bij mij. Zo komt deze ramp in het hart van het geloof terecht. Verzoenen is: niet weglopen bij de gewonde Christus, niet weglopen bij deze ernstig verbrande, grote man uit Roombeek. Alleen zo kan hij weer in het verhaal van zijn leven komen, tot aan zijn sterven toe.

Binnenvallend licht
Evert Jan Veldman vertelt: “Hendrik was katholiek. Zijn twee zussen die hem met liefde omringden zoveel te meer. Maar dominee moest de uitvaart doen. Zo leerde ik van een oude franciscanes zwaaien met een wierookvat en zegenen met de wijwaterkwast. Ik herinner me het moment nog dat de deuren opengingen, het licht naar binnen viel en Hendrik werd uitgedragen, terwijl een kerkkoor op z’n mooist zong: ‘Mogen de engelen u geleiden naar het paradijs, de martelaren u ontvangen bij uw aankomst en u voeren naar de heilige stad Jeruzalem. Moge het koor der engelen u ontvangen en moge u met Lazarus die eens arm was de eeuwige rust bezitten.’ Dat was de diepste verzoening. Om nooit te vergeten, bij mijn leermeester in het pastoraat.”

www.huisvanverhalenenschede.nl

In memoriam Hendrik Veldscholte
*6 juli 1923 †19 februari 2005

Overgenomen uit Klooster! 10, blz 52-53

Afbeelding: Vuurwerkramp momument, visittwente.nl

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!