Kerstmis jaar C – Heden is u een redder geboren!

Schriftlezingen: Jesaja 9,1-3+5-6 en Lucas 2,1-14

In het Credo belijden wij dat Jezus als een vreemdeling onze wereld binnenkomt. Hij komt van elders, van de heilige Geest, vanuit Gods wereld. En hij wordt zeker niet met open armen ontvangen. Koning Herodes ziet in hem een rivaal, hij wordt bij elke herberg afgewezen: geen plaats. Dat is karakteristiek: God wil ons bezoeken in de persoon van Jezus, maar Hij is niet welkom. Hij wordt afgewezen in zijn geboortestad Nazareth; niet welkom in de tempel, het “huis van mijn Vader”, dat een rovershol is geworden; afgewezen door de religieuze leiders en tenslotte uit de weg geruimd. Voor deze God, is geen plaats in deze wereld.
De eerste lezingen getuigen van het onverwoestbare geloven dat God zelf deze wereld zal maken tot “en Hij zag dat het goed was”. Dat is van alle tijden. Hoe donker het er ook uitzag voor de toekomst, hoe zwaar mensen ook gebukt gingen onder slavenjuk, mensenhandel, discriminatie, steeds was er ook de hoop, het geloof dat God recht en gerechtigheid zal brengen op deze aarde. Steeds het vertrouwen, soms tegendraads of bijna naïef, dat deze wereld Zijn schepping is, en dat Hij haar niet aan haar lot en aan slechte herders die er zelf beter van willen worden, zal overlaten.

Het Evangelie laat de engelen zingen: Heden is u een redder geboren, Christus de Heer”. Die onverwoestbare hoop komt dus nu tot vervulling. In dit kind (geen prins of titelkandidaat) dat als een vreemdeling ergens buiten bij het herdersvolk, geboren wordt. Niemand zat eigenlijk op een redder te wachten. Ja, mensen aan de periferie zoals de herders (de enigen die gingen kijken), zoals Maria, de oude Simeon en Anna, de stom geslagen Zacharias, de lamme, melaatse, blinde, de, zeg maar, ‘kleinen/minsten’. Maar de gevestigde orde, mensen als keizer Augustus, Quirinius, Herodes, Pilatus, Annas en Kaiaphas. Farizeeën en Schriftgeleerden zaten niet op een redder te wachten. Dat viel buiten hun blikveld. Kerstmis staat of valt met wat Maria zingt: “Juich ik om God mijn redder, want Hij heeft met respect omgezien naar mij, zijn onbelangrijke dienares”. Die woorden laten voelen hoe Kerst een eigen, andere waardenschaal hanteert. Hoe het een andere nieuwe samenleving introduceert, hoe het veel op de kop zet!

Kerstmis luidt de geboorte van een nieuwe samenleving in; geboorte van het rijk Gods! De drang, en het committent daartoe krijgt gestalte in de “metanoia” = ommekeer. In een nieuwe wijze van kijken en praten: Niet naïef , maar ook zonder angst of pessimisme. Die ommekeer vraagt om ruimhartige barmhartigheid die elk vooroordeel, afwijzing, discriminatie, de pas afsnijdt. Daarom zingen de engelen: “Ik verkondig U een grote vreugde die voor heel het volk bestemd is”. Voor heel het volk – dat reikt verder dan de voordeur.
Zalig Kerstmis!

Henk Bloem