Ken de Kerk – Het kruisteken

Wanneer je naar een wereldkampioenschap voetbal kijkt, valt het op dat veel spelers uit Zuid-Amerika een kruisje maken voor ze het veld op lopen. De voetballer-filosoof Cruijf zei daar eens over: ‘Als tweeëntwintig man dat doen, en het werkt, moet het altijd gelijkspel worden.’

Veel mensen, katholiek en niet-katholiek, zullen het gebruik als onnozel afdoen. Maar dan de gewetensvraag: hoe vaak maken wij met volle aandacht het kruisteken? laten we eens nadenken over dit meestgebruikte katholieke symbool: het kruisteken. Want de woorden en het gebaar samen zijn misschien wel de kernachtigste samenvatting van het christelijk geloof.

De woorden
Het eerste wat opvalt aan de woorden bij het kruisteken is dat er grammaticaal iets niet lijkt te kloppen. Er staat ‘In de naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest’. Naam, niet namen, terwijl er drie namen op volgen. De reden hiervoor is dat we geloven in één God, die bestaat uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is de eenheid van God die met het enkelvoudige ‘naam’ wordt aangegeven. Daarnaast is in het joods-christelijke denken ‘de Naam’ ook een wijze waarmee over God gesproken kan worden. In het joodse spreken wordt God buiten de eredienst, dus in een gewoon gesprek of in bijbelstudie, Hasjeem, ‘de Naam’, genoemd.

Verder kun je zeggen dat Vader, Zoon en Geest als het ware zijn ene naam is. We hebben God zo leren kennen, omdat Hij zich op die manier heeft geopenbaard. De drie personen zijn zo met elkaar verbonden dat je ze niet los van elkaar kunt zien. Wel te onderscheiden, niet te scheiden. De Vader en de Zoon hebben zo’n innige band, dat Jezus kan zeggen ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’ (Joh. 14, 9). Ergens anders zegt Hij: ‘De Vader en Ik zijn één’ (Joh. 10, 30). Die band is zo volmaakt, dat deze een persoon zelf is: de Heilige Geest. Het mooie is, dat mensen door die Heilige Geest als het ware in die band tussen de Vader en de Zoon mogen stappen.

Herinnering aan de doop
Dat brengt ons bij de Bijbelse plaats waar Vader, Zoon en Geest in een adem worden genoemd. Jezus geeft bij zijn Hemelvaart de opdracht: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door ze te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’ (Mat. 28, 19). Door het doopsel worden wij aangenomen als kinderen van God, mogen wij delen in de dood en verrijzenis van Christus en ontvangen we de Heilige Geest. Door de Heilige Geest worden ons hoofd, hart en handen geopend om God te leren kennen, van Hem te kunnen houden en naar zijn voorbeeld te leven. Zoals de Drie-Ene God een relatie in zichzelf is, zo kunnen wij met Hem in relatie treden door de kracht van de Geest. Als we een kruisteken maken, zeker met wijwater bij binnenkomst in een kerk bijvoorbeeld, mogen we terugdenken aan ons doopsel.

Het gebaar
Als we een kruisteken maken, raken we achtereenvolgens ons voorhoofd, onze borst en onze linker- en rechterschouder aan. Met dat gebaar vormen we een kruis. Het kruis verwijst naar de dood en verrijzenis van Christus. Het kruis is dus niet alleen teken van het lijden en sterven van Jezus. Op Goede Vrijdag toont Jezus zijn liefde voor alle mensen. Hij moest wel sterven, omdat de dood het lot is van alle mensen. Door de verrijzenis, het grote wonder van Pasen, heeft de dood toch niet het laatste woord. Jezus overwint de dood en opent het paradijs voor alle mensen, zodat we samen eeuwig kunnen leven met God (Vgl. Rom. 5-8). Door de verrijzenis stemt God als het ware in met het verlossingswerk van Jezus, waar overigens ook zijn leven en zijn woorden deel van uitmaken. Het kruisteken herinnert ons aan wat Jezus voor ons heeft gedaan, en daarmee ook aan de opdracht om in woord en daad te getuigen van die Blijde Boodschap.

Denk de volgende keer dat je een kruisje slaat nog maar eens extra aan de rijke betekenis van dit kleine teken!