Geboorte van Johannes de Doper

24 juni
Schriftlezingen: Jesaja 49,1-6 en Lucas 1,57-66+80

Deze lezing uit Jesaja geeft ons vele exegetische raadsels op – wie is die dienaar waarover gesproken wordt en tot wie wordt hij of zij gezonden? Maar geplaatst in de liturgie van de geboorte van Johannes de Doper, krijgt ze een andere interpretatie. De tekst verhaalt van een roeping. Roeping van de ik-figuur die mogelijk als personificatie van het authentieke, echte Israël, het volk Gods, gezien kan worden. Het is geen late roeping, integendeel, de roeping gaat terug op de wortels van zijn bestaan.
Zijn roeping is om profetisch te spreken (een scherpe tong en een pijl), en daarin dienaar van de Heer te zijn, diens heerlijkheid aan het licht te brengen. Dat kan hij niet uit eigen kracht of verdienste: ‘mijn God is mijn kracht’.
Vanaf de moederschoot is de ‘ik’ geroepen om het verdeelde volk Israël als Godsvolk te herstellen, maar nu wordt zijn roeping bovennationaal. Hij moet een licht voor alle volken, voor de hele aarde zijn. Wie is die ik-figuur? Vandaag kun je er Johannes in teruglezen zoals christenen in deze tekst ook Jezus herkennen: ‘een licht, dat een openbaring voor de volken en een glorie voor uw volk Israël zal zijn’.

De evangelielezing, Lucas 1,57-66+80, verhaalt van Johannes’ geboorte. Geen alledaagse geboorte, maar één waarin ook buren en familie Gods hand erkennen. Lucas sluit aan bij geboortes van de ‘mannen Gods’ in het Oude Testament – denk aan Genesis 18 met Sara en Isaak, Rechters 13 met de moeder van Simson, 1 Samuel 1 met Hanna en haar zoon Samuël, – en zet de gebeurtenissen rond Johannes steeds parallel met die rond Jezus. Zo springt meteen in het oog dat Jezus als Johannes is (beiden ‘vernieuwen’ Israël) en tegelijk boven Johannes uitstijgt. Met de naamgeving ‘Johannes’ blijkt dat je hem tekort doet als je hem zomaar in de familiale stamboomlijst invoegt. Zijn naam – en dus wie hij is (denk maar aan: Uw Naam worde geheiligd) is al door de engel, van Godswege, genoemd (Lucas 1,13).

Henk Bloem