Gastvrijheid als adem voor gemeenschapsleven – Liobaklooster

Mist, nevel en dauw, ze beperken het zicht op de benedictijnse monnikengemeenschap van zusters en broeders in Egmond-Binnen. De oprijlaan met bomen aan weerszijden is pas op het laatste moment goed te zien. Alles is nog stil buiten, zoals het binnen ook zal zijn. Het is het uur van de stille tijd. En toch zijn we welkom. De nachtportier opent de deur en nodigt ons uit voor de eerste viering. We krijgen alle teksten die nodig zijn om mee te bidden en te zingen. We zijn vooral stil omdat alles stil is. In die stilte lees ik: ‘Heer, leg Gij mij het woord op de lippen, en mijn mond verkondigt Uw lof. Mogen wij met de Maagd Maria Uw woord overwegen en het bewaren in ons hart’.

Zo zal het ook gaan vanaf het moment dat de leden van de gemeenschap een voor een binnenkomen. De lof op de Heer wordt gezongen. En dat doen ze samen, naast elkaar, tegenover elkaar. Maar ook en vooral zingend naar elkaar toe. ‘Looft de Heer, goedertieren is Hij, tot in eeuwigheid is zijn genade’, klinkt het. We zitten tussen de andere gasten en bidden mee op het ritme van de psalmen. ‘Hoor, o God, mijn gebed, wees niet voor mijn smeken onvindbaar. Eenzaam blijf ik roepen tot God, de Heer die mij uitkomst zal geven. Zie toch naar mij om, geef mij antwoord’, zo klinken de herkenbare woorden van Psalm 55.

Er wordt geprezen, er wordt gesmeekt, er wordt om antwoord gevraagd. Alle gevoelens uit de gewone wereld komen hier voorbij op dit tweede uur van de dag. Ik heb nog geen zuster of broeder gesproken en ik mag in al het zingen, bidden en stil zijn voelen: dit leven is niet anders dan mijn leven, dit zingen drukt hetzelfde uit als het leven van ons allemaal. Dit leven van kloostermensen is niets anders dan dat van alle mensen. Daarom is het ook zo boeiend om te zien hoe hier de gastvrijheid tot uiting komt in het gemeenschapsleven. ‘Want’ – zo verzekert zuster Emmanuele me – ‘ik leef hier al meer dan 30 jaar om me te oefenen in het gemeenschapsleven. Het gaat er om authentiek te leven en om voluit mens te durven zijn. Die gemeenschap is een gave en een opgave. Het is een geschenk om de ander anders te laten zijn en te groeien aan elkaar. Zo kan er eenheid in verscheidenheid zijn. Zo kun je gastvrij zijn: niet alleen naar onze gasten toe, maar ook naar elkaar’.

‘Gelijke monniken, gelijke kappen: dat bestaat niet’, zo zegt broeder Marc . Hij legt uit dat gastvrijheid ook luisteren betekent. ‘Luisteren naar de ander om te herkennen waar die goed in is. Het is de verdienste van zuster Emmanuele dat zij dat stimuleert en zo ieder in hun kracht zet: of je nu voor de School voor Vrede werkt dan wel bij de Expositieruimte betrokken bent. Zo kan ieder steeds meer worden zoals die bedoeld is door de Schepper. Ook dat is gave en opgave van de gemeenschap: het geschenk om je talent te ontwikkelen en de opgave om zo dichter bij de Schepper te komen. De gemeenschap wordt hier mooier en sterker van. Daarom moet je elkaar ook de worsteling met jezelf en de ander gunnen. Je krijgt hier ook de ruimte en de tijd om door die worsteling heen te groeien als mens. In die zin is dit ook een oefenplaats voor elk leven van gemeenschap’, zo voegt broeder Marc een dimensie aan die gastvrijheid toe, die van het luisteren naar de ander.

De nevel en de mist zijn intussen al lang verdwenen, de zon prikt door de ramen van de kapel. Het is fascinerend om te zien hoe zon en schaduw letterlijk ieder in het licht en donker zetten. Treffender kan het beeld van gemeenschapsleven niet zijn: de zon bepaalt de contouren bij het zingen en schetst de context van dit leven. Licht en donker horen bij alle leven, dus ook bij deze zusters en broeders. Dat blijkt als zuster Emmanuele ons meeneemt naar de verschillende ruimtes van het klooster. Naar de School voor Vrede waar zuster Helianthe uitlegt hoe dit monasterium groepen jongeren de kans geeft om andere waarden te ontdekken in het leven. ‘Naast het individu ontdekken ze de gemeenschap, naast de consumptie de waarde om te delen met elkaar, naast het snelle voedsel en de doorsnee producten de tijd om samen te eten en de aandacht voor het ambacht en de kunst. Zo is er een kans om in de gastvrijheid ook de andere waarden onder de aandacht te brengen’, zo vertelde zuster Helianthe. Naast de heersende trends wil zij jongeren wijzen op de trage waarden van het bestaan.

Zuster Emmanuele heeft ons dan al meer dan eens op het hart gedrukt dat dit verhaal niet over haar maar over allen moet gaan. ‘Ik ben geen zuster geworden om op de cover van dit magazine te staan’, lacht ze ons toe als er foto’s worden genomen. We beloven haar dat dit verhaal over de gastvrijheid van Lioba naar de betekenis van de gemeenschap zal verwijzen.

Naar zuster Davide bijvoorbeeld die bezoekers en gasten wil uitnodigen om te genieten van hun prachtige kunst: gastvrijheid als een weg naar de schoonheid van keramiek, beeldhouwen en schilderen, gastvrijheid als een weg naar God. Zij krijgt daar van de gemeenschap alle ruimte voor. Ze noemt dat zelf ‘de drift om met haar handen bezig te zijn en als schepsel naar de Schepper te verwijzen’. We worden er stil van, zoals in het tweede uur van de dag. We ervaren in de stilte van de Expositieruimte dat het mysterie nooit ver weg is. En we genieten van de pure passie van zuster Davide voor de schoonheid. Zo maakt zij ook de gemeenschap mooier.

Gastvrijheid is de ander de ander laten, ruimte geven om te groeien in ieders talenten, luisteren naar het verhaal van de ander, de deur openen voor scholen, gasten, bezoekers en zieken en stil worden om in de ander ook Christus te herkennen. Zo kun je aan elkaar groeien in gemeenschapsleven en in geloof. Zo kan gastvrijheid de adem worden voor gemeenschapsleven, binnen in het klooster maar altijd verbonden met de noden van de wereld buiten. Zo wordt er geleefd, gewerkt en gebeden. Zo wordt er ook gegeten, gezamenlijk maar door het gebed in verbondenheid met de wereld. Dat is het laatste wat we meemaken: de maaltijd in de refter als een metafoor van alles wat er in Lioba aan gastvrijheid geleefd wordt. Gastvrijheid als adem voor het gemeenschapsleven.

Leo Fijen

foto’s: Beitske Kempenaar