Feest van de heilige Drie-eenheid – Je mag fouten maken

Schriftlezingen: Deuteronomium 4,32-34+39-40; Romeinen 8,14-17 en Matteüs 28,16-20

Een mysterie in woorden uitgedrukt
We vieren vandaag dat we God hebben leren kennen als Vader, Zoon en heilige Geest. God is voor ons een ondoorgrondelijk mysterie, in menselijke woorden hebben we het uitgedrukt: er is één God in drie personen.

Vader, Zoon en Geest
Die ene God wil voor ons een Vader zijn, die we heel vertrouwelijk en eenvoudig mogen aanroepen: “Abba, Vader”. Diezelfde God heeft ons leven willen delen en in Jezus is Hij voor ons een concreet voorbeeld van mens-zijn geworden. Wil je weten hoe je goed kunt leven, een goed mens kunt zijn en aan God kunt behagen? Kijk maar naar Jezus en volg Hem na! En omdat diezelfde God heel goed weet dat wij uit onszelf tot niets in staat zijn, maar altijd moeten steunen op de kracht van Gods genade, heeft Hij de Geest in ons hart gezonden.

De Geest geeft het je in
Die Geest geeft het ons in: die laat ons voelen en ervaren of we op de goede weg zitten of niet. God spreekt in ons geweten, niet zozeer in een angstig geweten, ook niet in een geweten dat nergens om geeft, maar in een geweten dat vertrouwvol God zoekt als een barmhartige en liefhebbende Vader. Hoe meer wij verlangen de stem van de Geest in ons hart te horen als die van een vertrouwde vriend en raadgever, des te meer kan de Geest zich in ons laten horen en gevoelen. Soms voelen we en ervaren we dat we fout zijn gegaan, soms merken we van binnen dat we goed zitten, maar als we leven in vertrouwen op God, hoeven we nooit bang te zijn.

Kind van God
Op deze dag van de heilige Drie-eenheid denken we bijzonder aan ons doopsel. We zijn gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, in naam van de Drie-eenheid. Vader, Zoon en heilige Geest. We herhalen die woorden honderden keren, bij iedere Mis en bij ieder gebed. Het zijn de woorden waarmee we gedoopt zijn en iedere keer dat we die opnieuw uitspreken brengen we ons in herinnering dat we door het doopsel op een bijzondere wijze kinderen van God geworden zijn. “Abba, Vader” leert de Geest ons zeggen.

Kinderen van dezelfde vader
Je bent een kind van God, we zijn allemaal kinderen van God, kinderen van eenzelfde Vader. Dit betekent veel, het wil bijvoorbeeld zeggen dat we broeders en zusters zijn van elkaar, dat we het natuurlijk weleens moeilijk hebben met deze of gene, zoals er weleens ruzie kan zijn in de familie, maar toch: we horen bij elkaar; haat en afkeer mogen nooit het laatste zijn, het laatste is dat we kinderen zijn van eenzelfde Vader. Je bent een kind van God dat wil ons ook zeggen dat we ons nooit te min moeten vinden, dat we niet hoeven denken dat wij niet meetellen, dat we ons niet hoeven focussen op wat wij niet zo goed kunnen en op wat er mis ging in ons leven.

Je mag fouten maken!
Het is in onze wereld vaak zo dat we perfect moeten zijn, dat we moeten presteren, geen fouten mogen maken, aan verwachtingen moeten voldoen. Maar voor een kind van God is het zo dat je fouten mag maken. Een kind vindt het ergens ook normaal dat het weleens stout is. Je staat weer op, je vraagt vergeving en dat doe je met vertrouwen wanneer je weet dat je vader en moeder van je houden; je gaat weer door en probeert het een beetje beter te doen. Zo is het voor ons als kinderen van God.

Wees niet bang voor God
Soms vinden we het wat gemakkelijker om naar onze Moeder in de hemel te gaan en met Maria te praten, maar ook de Vader in de hemel is vol goedheid en verlangen te vergeven. Ga dus maar met vertrouwen. Het is geen functioneringsgesprek, je wordt niet afgerekend op je falen en je bent goed zoals je bent. God heeft je zó gewild en zó geschapen, dus probeer nou te vertrouwen dat je juist zoals je bent, als deze mens een mooie bijdrage zult geven aan het grote plan van Gods voorzienigheid. Je bent een kind van God, gedoopt in de naam van de Vader, van de Zoon en de heilige Geest.

Kind en erfgenaam
De beloften die de Vader in de hemel heeft verbonden aan die naam “kind van God” die wij dragen zijn heel erg mooi: je bent een erfgenaam, zei de apostel Paulus in de tweede lezing. Er staat ons een prachtige erfenis te wachten! Leef met hoop en vertrouwen, als een erfgenaam, als kind van God. Nu gebeurt het natuurlijk heel vaak dat er grote ruzie uitbreekt als er een erfenis verdeeld moet worden. Iedereen is bang dat hij tekort komt en vindt dat hij achtergesteld wordt bij anderen. Maar deze erfenis wordt niet door mensen verdeeld, die krijgen we in de schoot geworpen. En de kinderen van God moeten weten dat ze tot verzoening geroepen zijn, tot gemeenschap en verbondenheid. Dus, wees niet bang, je bent een kind, geliefd, laat je leiden door de Geest, die in je woont.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!