Dertigste zondag door het jaar B – Genezing door geloof

Schriftlezingen: Jeremia 31,7-9 en Marcus 10,46-52

‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ De blinde man zei Hem: ‘Rabboeni, dat ik weer kan zien.’ ‘Ga’, zei Jezus, ‘uw vertrouwen is uw redding.’ Meteen kon hij weer zien, en hij volgde Hem op zijn weg. (Marcus 10,51-52)

‘Genezing door geloof’ heet een onderzoek van de Vrije Universiteit over mensen die zeggen dat ze door hun geloof genezen zijn. Lang geleden had ik een huisarts die er niets van moest hebben, van gebedsgenezingen en wonderen in Lourdes of waar dan ook. Ik ging daarin niet voetstoots mee en wees hem op teksten uit het evangelie waar Jezus zegt dat iemand door zijn geloof genezen is. Daarop antwoordde mijn huisarts kort en bondig: ‘We leven niet meer in de tijd van Jezus. Tegenwoordig zorgt God ervoor dat mensen genezen worden met medische en verpleegkundige hulp.’

Ik vind dat wat kort door de bocht. Hoe God werkt, daar gaat ook een arts niet over. Wel had de huisarts een punt. Hij wilde zeggen dat geloof geen geneesmiddel is net als andere middelen die je in de apotheek kunt halen. Geloof is inderdaad geen middel tot genezing, maar is zelf al begin van genezing. Misschien is de genezing van ons verlangen en van ons vertrouwen de grondvorm van elke genezing. Een mevrouw die ik de ziekenzalving had gegeven zei een paar weken later dat de zalving haar een intens gevoel van vrede had gegeven. ‘Wat er ook gebeurt, ik zie het met vertrouwen tegemoet.’

In het mooie gebed dat aan de ziekenzalving zelf voorafgaat had ik tot God gebeden voor zijn dienares ‘die in gelovig vertrouwen gezalfd wordt met de heilige olie’. Ditzelfde woord ‘vertrouwen’ kom ik vandaag in het evangelie tegen, waar voor ‘geloof’ en ‘vertrouwen’ hetzelfde Griekse woord gebruikt wordt. ‘Je vertrouwen is je redding’, zegt Jezus tegen de blinde Bartimeüs, wanneer Bartimeüs, zodra hijde stem van Jezus hoort, ogenblikkelijk zijn mantel afwerpt. Inderdaad een teken van groot vertrouwen, want voor een blinde bedelaar is de mantel het enige dat hij heeft.

Op dit moment begint de genezing van Bartimeüs. Vertrouwen wordt de drijvende kracht van zijn leven. Hoewel Bartimeüs een diep geloof heeft, roept Jezus hem niet om Hem te volgen. Integendeel, nu hij genezen is, zegt Jezus dat hij kan gaan. Maar Bartimeüs gaat niet. Hij volgt Jezus op de lange steile klim naar Jeruzalem, over een afstand van dertig kilometer méér dan duizend meter omhoog. Dit is het laatste wat Marcus vóór de intocht van Jezus in Jeruzalem te melden heeft: Bartimeüs gaat met Jezus de steile weg omhoog naar Jeruzalem, vol vertrouwen, ‘wat er ook gebeurt’.

Jan Hulshof