Christus Koning van het heelal jaar A – Dat hebt gij voor Mij gedaan

Schriftlezingen: Ezechiël 34,11-12+15-17; 1 Korintiërs 15,20-26+28 en Matteüs 25,31-46

Wie krijgt aandacht?
Iemand die een belangrijke functie heeft of nogal in de schijnwerpers staat, krijgt gemakkelijk veel positieve aandacht. Iedereen vindt het dan wel leuk om met zo’n belangrijk of bekend iemand in contact te komen of met die persoon op de foto te gaan. Als iemand niet belangrijk is of zelfs arm en gebrekkig, lopen mensen gemakkelijk aan zo iemand voorbij. Mensen die geen geld hebben en geen baan, hebben heel vaak minder vrienden. Bij hen is niets te halen, zij kunnen geen aandacht kopen; mensen worden niet rijker van hen, die arme mensen bieden hun geen voordeel; wie weinig geld te verteren heeft, blijft trouwens eerder thuis. Eenzaamheid en armoede gaan dan ook vaak samen.

Het is zaliger te geven…
Toch worden wij in feite gelukkiger door wat we geven dan door wat we van anderen krijgen. Wat is het heerlijk als je iets zelf kunt, niet afhankelijk hoeft te zijn en in plaats daarvan juist anderen kunt helpen, iets voor anderen kunt betekenen. Dat weten we eigenlijk allemaal en we hebben het ook allemaal wel op enig moment ervaren: het is een grote rijkdom als je jezelf kunt geven. Natuurlijk kan iets weleens te veel worden, kunnen we soms de last op ons voelen van er steeds voor anderen te moeten zijn en altijd klaar te moeten staan, maar dat neemt toch niet weg dat ons leven mooi en waardevol wordt door wat we voor anderen kunnen betekenen. Een vrouw had jarenlang veel voor haar man moeten zorgen, dat vond ze soms wel erg veel; toen ze haar man moest missen, besefte zij opeens hoe mooi en fijn het was geweest dat zij dit had kunnen doen. En een moeder vertrouwde me toe:“Mijn mooiste periode was toen de kinderen klein waren; ik was toen vaak verschrikkelijk druk en toch was het een prachtige tijd”. Als je iets voor een ander kunt betekenen, is dat eigenlijk echt iets om God dankbaar voor te zijn. Dank U dat ik dit voor hem of haar kan doen! God zelf houdt ons in feite voor dat het goed is om te dienen, voor anderen klaar te staan, zonder er naar te kijken of een ander belangrijk is en interessant.

Hij komt om ons bij te staan
De eerste lezing van deze zondag – uit de profeet Ezechiël – gaat hierover: God gaat als een goede herder naar zijn schapen – de mensen – die verstrooid en verdwaald zijn, ziek en gewond.  God heeft ons niet nodig, Hij wordt niet beter van ons, maar Hij zoekt ons op in Jezus, zijn Zoon onze Heer, die mens geworden ons leven kwam delen. Niet zelden ervaren mensen Gods herderlijke zorg als ze het moeilijk hebben. Hoe vaak heb ik bijvoorbeeld al van mensen gehoord: “Ik heb gelukkig een sterk geloof” of: “Door mijn geloof ben ik hier doorheen gekomen”. Arme en kleine mensen en ook zij die moeten lijden zijn Gods lievelingen. God neemt de kruisen niet van ons af, Hij helpt ons ze te dragen, Hij geeft ons hoop en toekomst en juist als we beseffen dat we geen rechten kunnen laten gelden, dat we voor God staan als een kleine bedelaar, kan Hij ons helpen en steunen.

Hem zien in armen en kleinen
In het evangelie van deze zondag krijgen de mensen van God hun beloning voor wat ze hebben gedaan. Alle mensen staan verbaasd als ze van God, die grote koning, te horen krijgen dat zij Hem hongerig hebben gezien of dorstig, arm of als vreemdeling, zonder kleding, ziek of als gevangene. In de arme en kleine mensen was God aanwezig geweest en al het goede dat mensen hebben gedaan aan wie arm was of ziek, gevangen of een vreemdeling hebben zij aan Koning Christus gedaan. Wie tijdens zijn leven op aarde voornamelijk aandacht heeft gehad voor de zogenaamd belangrijke mensen, die rijk of machtig zijn of heel bekend, maar andere mensen links liet liggen, die komt op dat moment bedrogen uit: niet die bekende, rijke mensen waren de hoogste en belangrijkste, maar juist in die arme, zieke, zwakke die door bijna iedereen veracht werd, daar was God! Wie dienend er voor anderen was, vooral voor de geringsten, die heeft waarachtig God gediend.

Koning Christus dienen
Ik was ooit op bezoek in een detentiecentrum bij Schiphol voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Iedere week kwam daar een groep parochianen om die mensen te bezoeken met een attentie en vooral met hartelijke aandacht. Van verschillende asielzoekers hoorde ik hoe belangrijk dat voor hen was. Het kan natuurlijk ook iets heel anders zijn wat we doen, misschien heel dicht bij huis, of thuis. Maar hoe dan ook: Op de dag van Christus Koning mogen we bedenken dat Jezus’ koninkrijk niet is gevestigd op eer en roem, op grootheid en macht, maar op liefde en geven, op vergeven en verbinding zoeken. Als we bij dat koninkrijk willen horen en hopen dat we eenmaal deze woorden mogen vernemen: “Kom, binnen, goede en getrouwe dienaar”, dan moeten we nu een hart hebben dat klopt voor mensen in nood, een hart dat open staat voor het lijden van anderen, niet oordelend en veroordelend, maar dragend en verdragend, in liefde gevend. Want dan is Christus de Koning van ons hart!

† Jan Hendriks

Afbeelding: Christ Pantocrator, Cathedral of Cefalù, foto: José Luiz Bernardes Ribeiro

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!