Anselm Grün osb over de realiteit van engelen

‘Als je te precies wilt weten hoe het zit, vliegen ze weg’

‘Ja, we kunnen zeggen dat we door engelen omgeven zijn.’ Pater Anselm Grün, benedictijn, spreekt zonder twijfel. ‘Elk mens krijgt bij zijn geboorte een beschermengel mee die hem begeleidt, ook op omwegen en dwaalwegen en die hem over de grens van de dood terug draagt tot in God. Kijk, Benedictus zegt in de Regel dat we Gods lof moeten zingen in het aangezicht van de engelen. Hij is ervan overtuigd dat we de liturgie samen met de engelen vieren. Het is daarom belangrijk om ons af te vragen wat engelen eigenlijk zijn. In de esoterie zijn ze nogal in de mode, maar daar worden ze tegenwoordig heel duidelijk geconcretiseerd. Er zijn helaas veel boeken over engelen van schrijvers die iets bijzonders voelen en zeggen dat ze een bijzonder contact met engelen hebben. Dan ben ik altijd zeer sceptisch.’

‘Het kan goed zijn om eens zorgvuldig naar een iets meer dogmatische formulering te kijken. De theologie zegt erover: “Engelen zijn geschapen geestelijke wezens en persoonlijke machten.” Het geschapene dat een geestelijk wezen is, dat kan een gedachte zijn, een energie. Ook iemand of iets kan een medemens tot engel worden op een bepaald moment. Als personale machten vervolgens, beschermen engelen ons menszijn. Het wil dus niet zeggen dat een engel een persoon is. Dat ziet men in de esoterie wel gebeuren, daar worden engelen gepersonifieerd en geïndividualiseerd. Maar zij zijn boden van God en net zo onbereikbaar als God. Ze zijn niet God. We kunnen ze niet bezitten. Ze worden gezonden. Ze zijn ervaarbaar, maar toch abstract-geestelijk. In de esoterie is het anders. Daar hoef je maar te bellen en dan zijn ze er al. Dan denk ik, dat kan niet kloppen, hè.’

Beeld en werkelijkheid

‘In de jaren zestig, toen ik theologie studeerde, ging het niet over engelen. De theologie was toen heel intellectueel en voor intellectuelen zijn engelen totaal geen thema. Door de esoterie zijn ze echter volop in de aandacht komen te staan en toen moest de theologie er toch ook op een redelijke manier over gaan spreken. Ik ging me erin verdiepen en werd me ervan bewust dat ze een belangrijk thema zijn binnen de spiritualiteit. De engelen staan mensen vaak nader dan God, die voor velen abstract blijft. Deze ontdekking was voor mij de aanleiding om me intensiever met de engelen in de Bijbel en de theologie bezig te gaan houden. Ik ging ze overal ontdekken, ook in de kunst, ik keek de engelenbeelden in de kerken eens aan en heb me eenvoudig afgevraagd: wat doet mij dit? Wat doet het met mij als ik open ben, zonder in de esoterie weg te glijden; hoe kan ik de Bijbel en de Bijbelse verhalen eenvoudig verstaan en uitleggen?’

‘Al bij de kerkvaders waren engelen van betekenis, ook in afbeeldingen. En afbeeldingen openen vensters, nietwaar? Veel mensen denken dat afbeeldingen bedoeld zijn om theologische vraagstukken op te lossen, om dingen die niet te begrijpen zijn toch te kunnen bevatten. Maar als ik zeg dat Bijbelse verhalen een beeld zijn, dan betekent dat niet dat ze niet gebeurd zijn. Ze zijn gebeurd, maar tegelijkertijd is het gebeurde een beeld voor iets anders. Ik durf te zeggen: engelen zijn alleen maar beelden. Ze zijn beeld van een werkelijkheid, en dat is een werkelijkheid die in beelden kan spreken en waarover slechts in beelden gesproken kan worden. Ik kan niet natuurwetenschappelijk over beelden spreken. Wij kunnen ze ten diepste niet grijpen. Ze zijn van licht. Pas als men als men bereid is in beelden te denken, dan kan men engelen gaan begrijpen. Dan kun je er gewoon over praten en dan is ook het gedoe voorbij van precies willen weten hoe het zit.’ Pater Grün zucht. ‘Mensen willen alles precies weten. “Hoeveel engelen passen er op de punt van een naald” enzo. Dat zijn toch stomme vragen. Daar gaat het niet om.’

Soorten van nabijheid

‘Een goed voorbeeld van een engel als geestelijke macht is dat van die docente die een lokaal inloopt omdat ze het gevoel heeft dat ze dat moet doen – en daar een collega treft die in elkaar gezakt is. We kunnen zeggen dat zij hem op dat moment tot engel werd en ik vraag me dan af: wie heeft die vrouw op het idee gebracht om dat lokaal in te gaan. Zij wist niet waarom ze dat gedaan had. Dat kan ook een engel geweest

zijn. We noemen dat engelen hè, als we een innerlijke impuls voelen, alsof het ons ingegeven wordt. En een voorbeeld van een engel als personale macht is het kleine meisje, dat tegen haar moeder zegt: “Doe de deur toch niet zo snel dicht, mijn engel moet nog mee naar binnen.” Hier beschermt de engel het menszijn. En nee, dat heeft niets met psychologie te maken. Die moeder kwam mij vragen of haar dochter misschien ziek was. Maar de aanwezigheid van een beschermende macht hielp dat meisje door het bestaan. Ze moet gedacht hebben: “Ik ben niet alleen met mijn moeder met haar nukken en grillen, die engel is bij me.” Zo’n kind weet zich beschut en veilig, door die engel, in aanwezigheid van een moeder die er niets van snapt.’

‘En dan zijn er nog de zeer concrete verhalen over engelen. Dan hoor je: “Ik zag iemand, die ineens zomaar weg was.” Mensen zien ergens iemand – en het volgende moment niet meer. Dat kun je natuurlijk afdoen met ‘iemand is gewoon snel weggegaan’, maar dat is te makkelijk. Toch moet je er nooit iets bijzonders van maken. Het is een grondvertrouwen: ik ben niet alleen. God bekommert zich om ons, stuurt ons engelen – en mensen die mij tot engel zijn. En hoewel we God en de engelen nooit tegenover elkaar mogen zetten, kunnen we niet alleen God om engelen vragen, maar ook direct dingen vragen aan engelen, zoals we ook aan mensen dingen kunnen vragen. Echter altijd in relatie tot God.’

Dit is het eerste gedeelte van een gesprek met benedictijn Anselm Grün, engelendeskundige tegen wil en dank.
Het hele gesprek is te vinden in Klooster!9 blz. 10-15

Foto: Julia Martin / Abtei Münsterschwarzach

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!