“Al wat zichtbaar en onzichtbaar is”

Engelen in het geloof van de kerk en in de theologie

Engelen spreken tot de verbeelding. Met Kerstmis worden schattige exemplaren afgebeeld op servetten en andere versieringen. In New Age kringen wordt grote waarde toegekend aan de eigen beschermengel en communicatie daarmee. Alle grote godsdiensten spreken over speciale gezanten die God naar mensen stuurt. En wie kent niet de tekenfilms waarin een engeltje op de schouder de hoofdpersoon tot het goede probeert te bewegen, tegengewerkt door een duiveltje op de andere schouder? Juist omdat er zulke uiteenlopende voorstellingen van engelen zijn is het goed om stil te staan bij hun betekenis in het geloof van de kerk.

Dát er engelen zijn staat voor de kerk in ieder geval niet ter discussie. De Catechismus van de Katholieke Kerk stelt: “het bestaan van geestelijke, niet lichamelijke wezens die de Schrift gewoonlijk engelen noemt, is een geloofswaarheid. Het getuigenis van de Schrift is even duidelijk als de eenstemmigheid in de Overlevering dat is” (CKK 328). In de geloofsbelijdenis zeggen we dat God de schepper is van al wat zichtbaar én onzichtbaar is. Tot die onzichtbare werkelijkheid behoren de engelen. Voor veel theologen in de middeleeuwen was de studie van de engelenleer eindeloos fascinerend. Engelen zijn namelijk redelijke wezens, net als wij. Maar anders dan wij zijn ze onsterfelijk. Ze zijn niet materieel maar zuiver geestelijk, net als God. Maar anders dan God zijn ze niet eeuwig en wél geschapen. In wat zij zijn staan ze dus tussen God en mensen in. En ook in wat zij doen bewegen zij zich tussen God en mensen. De kerkvader Augustinus zegt daarom dat ‘engel’ verwijst naar hun functie. Het Griekse woord ‘angelos’ betekent boodschapper of gezant. In zowel het Oude als het Nieuwe Testament zien we hier steeds voorbeelden van. Het boek Tobit verhaalt hoe de jonge Tobias op een belangrijke reis vergezeld wordt door de engel Gabriël, die eerst incognito is maar zich later bekend maakt. De Bijbel bezingt dat God engelen zendt op al onze wegen, heel bijzonder in Psalm 91. En de belangrijke boodschappen van Jezus’ leven worden door een engel gebracht: zijn geboorte wordt aan Maria aangekondigd door de engel Gabriël, na zijn opstanding is het een engel die zegt “Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft” (Mt. 28, 6). Engelen zijn dus boodschappers en dienaren van God.

Soms worden engelen afgebeeld als lieftallige wezens met aardige vleugeltjes, bijna een soort vliegende kleuters. In de Bijbel zijn ze allesbehalve schattig. Het zijn volmaakte wezens en hun hemelse glans is ontzagwekkend voor mensen. De herders in Bethlehem zitten in de donkere nacht bij hun kudde wanneer een engel bij hen komt en ze opeens omstraald worden door de heerlijkheid van God, waarop ze “met grote vreze vrezen” (Lk. 2, 9). Niet voor niets is het eerste wat engelen meestal tegen mensen zeggen: “wees niet bang”. Engelen zijn machtige strijders voor God, heel in het bijzonder geldt dat voor de aartsengel Michaël. Het boek Openbaring verhaalt hoe hij met de andere engelen de strijd aangaat met de duivel of Satan en diens engelen (Opb. 12, 7-9). Want ook Satan is door God geschapen als engel. De traditie legt uit dat hij weigerde dienstbaar te zijn aan mensen, en dus uiteindelijk meer van zichzelf hield dan van God. Door dit ene, bepalende ogenblik van ongehoorzaamheid keerde hij zich samen met de andere demonen definitief van God af. Dit noemen we ook wel de val van de engelen. In de profeet Jesaja wordt wel een verwijzing hiernaar gezien: “O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen” (Jes. 14, 12). Uiteindelijk zal Jezus Christus vergezeld van zijn engelen terugkeren om het laatste oordeel te vellen, over mensen en de gevallen engelen (CKK 1038).

Hoewel engelen intimiderende schepselen zijn is hun bestaan geen bedreiging voor ons. Integendeel, het is helemaal gericht op de eer van God en de dienst aan de mensen. Zij loven God in de hemel, en in iedere sluiten we ons daar bij aan als we het Heilig zingen samen met “alle engelen, machten en krachten, met allen die staan voor uw troon”. Omdat engelen God dienen staan ze ook ten dienste van de mensen die Hij gemaakt heeft. Jezus vertelt dat kleine kinderen “engelen in de hemel” hebben en dat de arme Lazarus “door de engelen werd weggedragen bij zijn dood” – dat laatste is de inspiratie van het In paradisum bij uitvaarten. In de Catechismus wordt mede op basis hiervan gesteld: “Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als een behoeder en herder naar het leven te leiden” (CKK 336). Dat zijn bemoedigende worden, juist wanneer we beseffen hoe krachtig engelen daadwerkelijk zijn.

Anton ten Klooster

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!