7e Zondag van Pasen – Ruimte maken door gebed

Schriftlezingen: Handelingen 1,12-14; 1 Petrus 4,13-16 en Johannes 17,1-11a

Wanneer kon u bidden?

Wanneer hebt u echt kunnen bidden, met heel uw wezen, heel uw hart?
Wellicht herinnert u zich momenten dat uw gebed bijzonder rijk en krachtig was. In sommige perioden van ons leven valt het ons nu eenmaal gemakkelijker om te bidden dan in andere tijden… Dat we gemakkelijk bidden zal ons kunnen overkomen wanneer we iets ervaren dat groter is dan onszelf, dat we niet in de hand hebben, maar ons overkomt.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij de geboorte van een kind, bij zorgen of een grote nood. “Nood leert bidden”. Tijdens de tweede wereldoorlog zaten in Nederland de kerken vol. Maar ook een intense vreugde laat ons iets van God ervaren: als ons hart van dankbaarheid vervuld is, stroomt het over in een mooi gebed. Als we vurig kunnen bidden zit er altijd wel iets in van een ervaring dat wij maar kleine mensen zijn, sterfelijk, afhankelijk, als een kind en dat we gedragen worden door een groot geheim, veel groter dan wijzelf zijn, een geheim dat we God en Vader mogen noemen.

Zo is het leven natuurlijk ook: we zijn maar voorbijgangers, passanten op aarde, maar het is mooi als ons dat kan vervullen niet als iets naars en akeligs maar met een dankbaar gebed omdat we bij God geborgen zijn.

Zondag van gebed

In het evangelie was Jezus vandaag aan het bidden. Hij zit midden in een heftig gebeuren: het is Zijn laatste avondmaal; Hij staat voor Zijn lijden en dood, dit is “Zijn uur”. Hij bidt voor Zijn dierbare vrienden. Ook de apostelen hebben gebeden – samen met Maria, de moeder van Jezus – in de dagen tussen de hemelvaart van Jezus en het Pinksterfeest. De apostelen zaten met onzekerheid, met vragen; hun vriend en Heer is gestorven en verrezen; hoe zal het verder gaan? Ze hebben samen gebeden om kracht. Toen kwam de heilige Geest.

Deze zondag is dus de zondag van het gebed. Het gebed is iets van ons allemaal. Zelfs mensen die ‘niet geloven’, bidden, want op sommige momenten komt het gebed spontaan en vanzelf uit hun hart. Van harte bidden doet ons goed en geeft God eer.

Vacare Deo

Het gebed helpt ons ook om een beetje afstand te nemen, want zorgen en nood slorpen ons soms op; soms kunnen we nergens anders aan denken dan aan een nood die ons bedrukt. Onze gedachten draaien dan in een kringetje rond, tenzij we gaan bidden. Bidden is allereerst onszelf plaatsen in de ruimte van God en dus van het grote Geheim dat ons leven draagt. Het gebed is een vakantie: vacare Deo, vrij zijn voor God. Het gebed nodigt uit onze zorgen los te laten. Zoals een vakantie al kan helpen om dingen anders te bekijken
omdat er afstand en ruimte is, zo geeft het gebed innerlijke afstand en innerlijke ruimte, omdat we de dingen anders beschouwen,
namelijk met vertrouwen in de Voorzienigheid. We zijn niet alleen.

Zo zag Jezus het tenminste, in die zaal van het Laatste Avondmaal: Hij huiverde en sidderde voor wat Hem nog te wachten stond:
Zijn lijden en dood, maar Hij moet er door heen, het hoort bij Zijn missie. Jezus ziet het in perspectief want Zijn weg is naar de hemel, naar de Vader. Daarom noemt Hij die weg “verheerlijking”. Hij houdt dat grote vergezicht voor ogen en moedigt ons aan dat ook te blijven doen.

Het geschenk blijven zien

Als een baby pas geboren is, zijn ouders vol bewondering voor dit wonder: het is prachtig. Dan gaat het huilen, komen de tandjes,
de puberteit is later heftig, er komen misschien relatieproblemen of drugs en wat al niet meer. Al treden die problemen dan erg op de voorgrond, toch is en blijft het leven een geschenk, en is die mens een schepsel en mooi. Als we voor iemand bidden, worden we geholpen om dat te blijven zien.

† Mgr. Jan Hendriks

Afbeelding: 15e eeuws Frans miniatuur uit New York Public Library

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!