6e zondag van de veertigdagentijd jaar A – Palmzondag: Waar leef je voor, waar ligt je schat?

Schriftlezingen: Matteüs 21,1-11 (Palmliturgie); Jesaja 50,4-7; Filippenzen 2,6-11; Matteüs 26,14-27, 66 of 27,11-54

Wanneer zul je gelukkig zijn?

Een centrale vraag in ons leven blijft:
Waar leef je voor?
Het is een vraag die je niet één keer kunt stellen,
zo van: wat kies ik voor levensweg?
Waar ga ik voor?
Maar een vraag die iedere keer opnieuw
op ons afkomt, bij alles wat we doen.
Waar leef ik voor?
Als we als het ware gevangen zijn
in onze eigen zorgen en belangen,
afgesloten van anderen, afgesloten van God
en dus steeds bezig met onszelf,
dan worden we uiteindelijk bitter en ontevreden.
Wij denken vaak:
Als ik dat heb en dat
en als mijn leven zus en zo gaat,
dán zal ik gelukkig zijn.
Als duizend voorwaarden vervuld zijn,
is mijn leven fijn en mooi.
Maar in feite slaat dat nergens op.
Hoeveel steenrijke mensen zijn niet doodongelukkig?
Een superrijke bankier in het Gooi
vermoordde zijn vrouw, zijn dochter en zichzelf.
Hij had alles, maar geen vreugde en geen doel.

De vreugde van de arme

Paus Franciscus zegt in zijn Exhortatie Evangelii Gaudium,
dat hij de mooiste en meest echte vreugde
heeft gevonden bij arme mensen.
“Zalig de armen van geest,
aan hen behoort het rijk der hemelen”.

Natuurlijk kunnen we begrijpen
dat mensen – wij ook! – het soms moeilijk hebben
dat er pijn is of verdriet of dat iemand zich eenzaam voelt,
maar zelfs dan kan er een onderstroom
van geloof en vertrouwen zijn,
die voortkomt uit onze ontmoeting met Jezus Christus.

Waar ligt de bron van ons geluk?

De bron van ons geluk ligt niet in bepaalde omstandigheden.
De bron van onze vreugde moeten we ergens anders vinden,
niet in wat we hebben,
niet in wat we kunnen,
niet in hoe ons leven loopt
(al kan dat allemaal zeker
een bijdrage zijn aan ons geluk).

We kunnen ook ons geluk niet vinden in ons zelf,
zo’n stabiele factor zijn we niet,
ons leven en ons gevoel gaan op en neer.
We moeten juist uitbreken,
de gevangenis van ons eigen “ik” verlaten
om ons geluk in de ontmoeting te vinden:
de ontmoeting met God,
met Jezus Christus
en met onze naaste.

Wees niet “vol van jezelf”,
trek het geluk niet naar jezelf toe,
dan word je juist ongelukkig,
maar gééf,
door te geven worden we rijk.

De weg van Jezus

Jezus Christus, onze Heer en Verlosser
laat ons dit als weg zien,
het komt tot uiting in de lezingen van Palmzondag.
De ene keer wordt Hij toegejuicht,
door menigten mensen met palmtakken in de hand.
Aan het begin van de Eucharistieviering
wordt dat op deze dag uitgebeeld.
Een volgende keer klinkt het “Kruisig Hem”.
Niemand steekt een hand uit.

Hoe houdt Jezus dit vol?
Hij blijft zichzelf en bidt.
De woorden
“Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten”, die Jezus bidt,
zijn de beginwoorden van een psalm (22).
De toejuichingen betrekt Hij niet op zichzelf,
Hij gaat er niet van zweven.
Hij komt de stad binnen
op een ezeltje, zonder vertoon.
En die bespotting en die pesterijen,
de marteling en de kruisdood,
ook die betrekt hij niet te zeer op zichzelf.
Zijn aandacht blijft naar anderen uitgaan.
Hij klaagt niet
hoe slecht Hij het heeft
en hoe erg het is dat Hem dit overkomt,
nee: Hij maakt zich arm,
Hij doet dit voor ons, om ons te verlossen
uit de zonde en uit het cirkelen om onszelf.

De economie van het geven

We zijn gelukkig
niet als we veel hebben
maar als we weinig nodig hebben
om gelukkig te kunnen zijn,
als we veel kunnen geven
en voor anderen beschikbaar zijn.

Wat maakt ons rijk?
Paus Franciscus vroeg het zo
aan Vlaamse jongeren die hem ooit kwamen interviewen:
“Waar ligt je schat?
Het is een vraag die ieder van jullie
voor jezelf moet beantwoorden”.

Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

Ik hoop dat jouw antwoord is:
mijn schat ligt niet
bij de economie van het geld,
bij het naar mij toetrekken
en opstapelen van schatten,
maar bij de economie van het heil,
van de liefde, de ontmoeting,
de economie van het geven.

Het goede dat je doet,
geeft de beste rente en de grootste winst.

Onze roeping is: geven

Hoe kun je je geven?
Het antwoord op die vraag
is jouw roeping
en het kan dus niet anders
dan een persoonlijk antwoord zijn.
Roeping heeft altijd met ‘geven’ te maken,
met armoede van geest
om werkelijk rijk te kunnen zijn.

Niemand kan Jezus volgen
zonder – tenminste in zekere zin –
los te laten wat hij bezit.

Palmzondag nodigt uit
om in die geest
het lijden, sterven en verrijzen van Jezus
dankbaar te vieren,
omdat Hij dit deed voor ons
en ons de weg van de liefde wees.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!