5e zondag van Pasen – Blijf verbonden

Schriftlezingen: Handelingen 9,26-31; 1 Johannes 3,18-24; Johannes 15,1-8

Geweld veraf…
Er wordt zeker veel kwaad gedaan. Soms valt er een masker af. De wreedheid waar een mens toe kan komen is soms onbegrijpelijk en ongelooflijk. Voor vele mensen wordt dat levend en actueel als de doden worden herdacht: de slachtoffers van de tweede wereldoorlog, van andere oorlogssituaties en vredesmissies. Als we over de wreedheden horen van sommige  terroristische groepen, als we horen van oorlogen en vervolgingen ver weg, zijn we weleens geneigd te denken: Onze Lieve Heer, is het nu echt zo verstandig geweest om de mens een vrije wil te geven en hem zelf keuzes te laten maken? Wij kunnen dat niet afwegen en beoordelen en dat is maar goed ook. God ziet alles anders dan wij, veel ruimer en breder, Hij is niet beperkt tot dit land, deze tijd, deze wereld. Hij overziet alles.

… en dichtbij…
Ook dichterbij huis zijn er allerlei situaties waarover we ons hoofd kunnen schudden en ons afvragen wanneer mensen verstandig worden: Haat en nijd onder mensen om geld, om macht, om niks; relaties die uit elkaar spatten als zeepbellen en die gaat dan weer met deze, dan weer met die; de kinderen zijn de dupe. Het lijkt er vaak op dat alles mag en kan. Je zou wensen dat mensen zouden willen leven vanuit de christelijke waarden, en willen vergeven, trouw willen zijn met eerbied voor het huwelijk en eerbied voor het menselijk leven.

De voedingsbodem en het onkruid
We mogen ons hoofd best weleens schudden, als we zien waar de vrije wil van mensen allemaal toe leidt, maar als we naar een ander wijzen, wijzen drie vingers naar onszelf, met de kritische vraag: Ben ik geworteld in de voedingsbodem die Jezus Christus is, onze levende Heer? Als je een volkstuin hebt en je haalt het onkruid niet weg, moet je niet verbaasd staan als op een gegeven moment je spinazie overwoekerd wordt. En zo is het ook in ons eigen leven.

Verbonden blijven
Het evangelie houdt ons voor dat wij met Jezus verbonden moeten blijven als ranken aan de wijnstok. Als je niet verbonden blijft met Hem, verdor je, je wordt weggeworpen en verbrand als een dorre rank. Dat “verbonden zijn met…” kan ook weleens ervaren worden als: “vastzitten aan”, als een moeten, iets beklemmends. Toch hoop ik dat we vooral de schat die ons geloof is mogen ontdekken, dat het vuur in ons brandend blijft, dat de levenssappen van Christus de wijnstok door kunnen stromen in ons dagelijks leven.

Hoe mooi het is…
Soms moeten we met lede ogen aanzien dat anderen die ons dierbaar zijn, andere wegen gaan, los van God en godsdienst. Daar heb je weer die eigen vrije wil! Wat wij kunnen doen is mensen helpen om in contact te komen met mooie ervaringen die hen kunnen vormen, met de schat van het geloof, die een rijkdom voor hun leven is. Vooral dát moeten we laten zien: hoe mooi het is, een genade en daarvan mogen we ook getuigen en laten zien wat het geloof concreet in ons leven betekent. En we behoren natuurlijk ook te blijven bidden voor elkaar.

Ons diepste verlangen
“Wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen, maar met concrete daden” (tweede lezing). Als onze intentie mooi en goed is, als we ons daadwerkelijk inzetten voor God en de naaste, mogen we – aldus de tweede lezing –, “ons geweten geruststellen, ook als het ons veroordeelt”. We maken allemaal fouten maar dat is niet zo erg: fouten maken, een zwakheid begaan, is menselijk, als onze diepste verlangens maar op het goede en op God gericht blijven.

Een mooie ziel?
Er was eens een man die niet direct de beste en de braafste was geweest, niet bepaald een voorbeeldige christen. Hij werd ernstig ziek en zou sterven. De pastoor was al bij hem geweest en een priester van het ziekenhuis en ze hadden met hem gepraat, maar zonder succes. Tenslotte vroeg zijn gelovige vrouw of hij niet toch nog een priester wilde, maar hij weigerde. Toen zei ze: “Zeg dan tenminste: ‘Mijn Jezus, barmhartigheid’”. Maar hij zei: “Verdomme, nee” en toen stierf hij. Dit was natuurlijk een akelig einde. Hij kon of wilde na een leven zonder God, nu geen wending maken. We weten niet wat er in zijn hart is omgegaan, we kunnen niet oordelen, we kunnen alleen hopen en bidden dat God iets moois in deze man zal vinden. Dit laat ons zien hoe belangrijk de nederigheid is en de eenvoud van hart; we moeten klein durven zijn, niet halsstarrig, ons hoofd kunnen buigen, onder ogen zien, durven veranderen, dan kunnen we groeien en met Jezus verbonden blijven als ranken aan de wijnstok; we zullen nooit ‘verdorren’. Ik las op het bidprentje van een priester: “Niets is er zaliger, dan een zalige dood”.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!