4e Zondag van Pasen jaar A – Onze innerlijke stem

Schriftlezingen: Handelingen 2,14a+36-41, 1 Petrus 2,20b-25 en Johannes 10,1-10

Goede raad?
Met veel goede raad die ons gegeven wordt, moet je wel voorzichtig zijn. Heel vaak zit er een stukje eigen belang bij. Als iemand ons een raad of advies geeft, is het nogal eens zo dat die persoon je ook een beetje de kant opstuurt, die hij of zij graag heeft. Er wordt ons nogal wat aangeprezen. Een beetje voorzichtigheid is altijd wel geboden en vooral is het nodig kritisch te zijn en af te wegen of wat aanbevolen wordt wel werkelijk voor ons is weggelegd. Daar hebben we een criterium bij nodig, een maatstaf om naar te leven, een richtsnoer om onze weg te bepalen, om af te wegen wat je gaat doen. Vaak moeten we kiezen, tussen de vele dingen die ons worden voorgehouden, tussen de adviezen die we krijgen, maar hoe doen we dat dan? Men appelleert op onze instincten en emoties; de reclamejongens weten precies wat mensen aanspreekt, hoe ze mensen raken moeten en warm moeten krijgen voor hun product. Terecht maken ouders zich daar wel eens zorgen over: er komt zoveel op mijn kinderen af, zoveel invloeden, zoveel vooringenomen standpunten, zoveel groepsgeest en groepsdwang ook. We moeten de geesten onderscheiden om te zien of ze van God komen (vgl. 1 Johannes 4,1).

Gaat het wel goed?
Klimaatverandering, vluchtelingenproblematiek, terrorisme, militaire beheersing van de ruimte, individualisme en secularisatie zijn regelmatig in het nieuws. Vooral als we de nieuwsberichten niet als losstaande feitjes tot ons nemen, maar aandacht hebben voor de grotere lijnen achter het wereldgebeuren, wordt de vraag onontkoombaar: Waar gaat het naar toe? Wat is er uitgekomen van alle idealen om de wereld te verbeteren? Welke krachten spelen er op het wereldtoneel? Een wereld die harder en egoïstischer geworden lijkt te zijn en tegelijk voor vele vragen staat, doet mensen vrezen voor de toekomst. Daarbij is ook de kerk niet meer het baken van zekerheid, vertrouwdheid, heiligheid en veiligheid dat zij ooit was. Velen verlaten haar. Wat nu? Is er niet alle aanleiding pessimistisch te worden? Te denken: het komt vast niet meer goed? Wat blijft er over? Alles gaat kapot!?

Dieven en rovers
Dat is zeker niet het antwoord van het evangelie. Op de vierde zondag van Pasen staat het verhaal van de goede herder centraal. Dieven en rovers belagen de kudde. De schapen zijn voor de nacht in de schaapskooi bij elkaar gebracht, dat is een soort omheining met een hek erin. Bij die toegang waakt de deurwachter. Dieven en rovers trachten een gat in de omheining te maken om binnen te dringen en schapen te stelen. Maar de goede herder komt door de deur en de schapen herkennen vol blijdschap zijn stem en zij volgen Hem. Zoals die dieven en rovers, zo zijn er mensen die anderen trachten te grijpen en willen vernietigen. Het kan ons angstig maken, dat er zoveel verkeerde invloeden zijn, zoveel dieven en rovers en dat er zoveel verleiding en druk op de mensen wordt uitgeoefend. Een innerlijk aanvoelen. De troost van de vergelijking die Jezus maakt, is echter deze: de schapen herkennen de stem van de goede herder. Mensen bezitten in zich een aanvoelen waardoor ze diep van binnen weten en ervaren wat goed is of kwaad: dat is de stem van de goede herder, hier oefent Onze Lieve Heer zijn aantrekkingskracht op ons uit. Die stem kan worden weggedrukt, zeker; Omstandigheden kunnen minder gunstig zijn; Toch is die stem er. En er zullen altijd mensen zijn die willen doen wat God van hen vraagt. Als we de stem van de goede herder maar laten klinken, niet bang zijn, niet opgeven of vertwijfeld raken. Als wij maar niet ontmoedigd denken dat andere krachten wel sterker zullen zijn. Laat horen, kom naar voren, wees niet bang! Het goede heeft zijn eigen kracht.

Augustinus
Augustinus heeft dat goed begrepen. Hij had het zelf ervaren. Zijn moeder Monica had hem de stem van de goede herder laten horen, ja, hem daarmee vertrouwd gemaakt. Maar hij ging eigen wegen en deed wat toen gebruikelijk was: je met filosofische stromingen bezig houden, carrière maken en gaan samenwonen. De stem van de goede herder leek vergeten, hij was gegrepen door wat Jezus noemt: “dieven en rovers”. Maar na zijn bekering vatte hij zijn ervaringen zo samen: “Fecisti nos ad Te”: U hebt ons zo gemaakt dat we op U gericht zijn, dat we altijd toch ergens weer bij U uitkomen. “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U”. Eindelijk had hij toen die rust gevonden. Heel de geschiedenis van de mensheid – en ook de kerkgeschiedenis – is een verhaal met veel dieptepunten, soms zo erg dat de mensen die daar onderdeel van waren, gedacht moeten hebben: Dit kan nooit iets worden. Toch kwam er dan een nieuw begin, een aanzet tot  vernieuwing en verbetering, vaak onverwacht: een straal van goedheid en hoop. Want het verlangen naar goedheid en waarheid, het verlangen naar God zal altijd blijven bestaan.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!