3e zondag van Pasen jaar C – Zet je in en zie de hand van God

Schriftlezingen: Handelingen 5,27b-32+40b-41; Apocalyps 5,11-14; Johannes 21,1-19 

Toch kwam er iets tot stand
Ik denk dat we er allemaal wel regelmatig mee worden geconfronteerd dat we aan de ene kant beperkte mensen zijn – hoeveel dingen gebeuren er niet, ook in ons eigen leven, die we graag anders hadden gezien, die we niet kunnen veranderen, die we niet krijgen zoals we die eigenlijk graag zouden hebben of zien – maar dat we aan de andere kant toch ook wel mooie dingen hebben kunnen bereiken.

Wat we mochten betekenen
Sommige mensen zullen dan denken aan hun loopbaan in het maatschappelijk leven, anderen aan hun gezin of aan wat ze voor andere mensen hebben mogen betekenen. De glimlach op het gezicht van een zieke, de dankbaarheid van iemand die een moeilijke periode doormaakt of van iemand die zich alleen voelt staan, enzovoorts: dat is vaak meer waard dan de hoofdprijs in een loterij, want het zijn dit soort dingen die ons leven rijk maken.

Het komt aan op vertrouwen
Dus aan de ene kant maken we mee dat we tegen grenzen aan lopen, niet voor elkaar kunnen krijgen wat we zouden willen, terwijl we aan de andere kant hopelijk ook regelmatig mogen zien dat ons leven een bijdrage kan zijn en is aan de opbouw van een mooie en betere wereld. Maar soms kan die negatieve kant, dat ervaren van de grenzen, de boventoon voeren. Dan is het tijd – niet voor moedeloosheid – maar voor een nieuw begin… Probeer het over te geven: het wereldgebeuren en het goede verloop van onze familie of van ons eigen leven, dat alles hangt nu eenmaal niet van ons af en het is goed te vertrouwen dat er Iemand is die met ons mee zorgt.

Ze liepen tegen grenzen aan…
Dat ervaren de leerlingen van Jezus bij het meer van Tiberias; dat is het meer van Galilea waar ze ooit door diezelfde Heer waren geroepen om alles achter te laten en Hem te volgen. Dat enthousiasme waarmee ze ooit alles hadden opgegeven, was wel een beetje weggeëbd. Op het moment dat dit evangelie begint, zitten de leerlingen nog in de treurnis over het lijden en sterven van Jezus. Zeker, de eerste verschijningen zijn geweest, ze hebben de Heer gezien, maar dat zijn maar momenten geweest en ze weten niet wat ze daar mee kunnen of moeten en de sfeer rond de stad Jeruzalem was nog steeds vijandig, negatief. Nu zijn ze in het rustige, landelijke Galilea en ze weten niet beter te doen dan hun oude beroep maar weer op te pakken. Ze vallen terug op het oude, vertrouwde: ze gaan weer vissen. Maar dat tegen grenzen aanlopen wordt nog eens bevestigd doordat ze die hele nacht niets vangen. Tegen de ochtend – als het voor ‘t vissen gunstige moment al voorbij is – klinkt de opdracht om het net uit te gooien op een bepaalde plaats, rechts van de boot en de leerlingen vangen een overvloed aan vis, 153 stuks, zoveel als er toen aan soorten bekend was. Die leerlingen hebben het zelf gedaan, deze vangst; zij hebben het net uitgegooid. Zij zouden achteraf in de kroeg een stoer verhaal kunnen vertellen over die enorme vangst die ze hadden gedaan. Maar als ze reëel zijn, moeten ze erkennen dat het hun werd gegeven.

Het kwam niet (alleen) van ons…
Precies datzelfde geldt voor ons. Als wij mogen bemerken dat we iets goeds hebben kunnen doen, een resultaat hebben behaald en vooral wanneer we iets hebben kunnen betekenen voor een ander, dan is het goed en reëel om daarbij te bedenken dat we het aan de ene kant zelf hebben gedaan, maar dat we het aan de andere kant hebben gekregen: het was een gave, een cadeautje, dat we dit hebben mógen betekenen: we hebben de gaven en de mogelijkheden gekrégen om dit te kunnen doen. Denk niet in prestaties van jezelf, maar in gaven en mogelijkheden die je zijn geschonken. Dat is niet alleen de werkelijkheid, het maakt ons leven bovendien veel mooier.

Hij hééft al vis
Als de leerlingen aan land komen met die grote hoeveelheid vissen, staat Jezus daar al bij een vuurtje met brood en vis erop. Hij hééft dus al vis, voordat Hij de leerlingen vraagt om de vis erbij te brengen die zij zelf zojuist gevangen hebben. Jezus is dus niet afhankelijk van Zijn leerlingen voor het hebben van vis. En zo is het ook met ons allen: de Heer nodigt ons uit en vraagt ons om met Hem mee te werken, mee te bouwen aan het koninkrijk van God, aan een betere wereld.  Tegelijk mogen we ons realiseren dat we er niet alleen in staan en dat het uiteindelijk allemaal niet van ons afhangt.

Mensenvissers, maar niet op eigen kracht
Die vraag van die man aan de kant van het meer moet de leerlingen herinneren aan de uitnodiging die ze ooit hadden gekregen om mee te gaan en mensenvissers te worden. Die 153 vissen geven aan dat ze naar alle soorten mensen op de hele wereld worden uitgezonden. Tegelijk geeft dit hele gebeuren aan, dat ze niet moeten denken dat alles van hen afhangt en dat zij het middelpunt zijn en de Kerk niet zonder hen kan. Dit gebeuren is ook voor ons opgeschreven. Het is een uitnodiging om ons in te zetten, zeker: in bescheidenheid, maar niet te gauw denken dat het toch niks wordt, want de Heer werkt met ons mee! Zet je in en zie de hand van God.

† Jan Hendriks

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!