3e zondag van de veertigdagentijd – Ruimte voor de rivier

Schriftlezingen: Exodus 17,3-7; Romeinen 5,1-2+5-8 en Johannes 4,5-42 

‘Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ (Johannes 4,14)

Jezus ontmoet een vrouw uit Samaria bij de put van Jakob in de buurt van Sichar. Hij helpt haar de bron te vinden van levend water. Hij gaat daarbij anders te werk dan sommige predikanten, die je eerst diep de put in praten om je vervolgens te vertellen dat alleen Christus je eruit kan trekken. Het mooie schilderij van de Italiaanse kunstenaar Allessandro Bonvicino, dat op de voorkant van ons misboekje is afgebeeld, wekt niet de indruk dat Jezus de vrouw de put in praat. Integendeel, ze staat er waardig en vrijmoedig bij, met de armen over elkaar.

Niet dat Jezus wat verkeerd is met de mantel der liefde bedekt. Ook Hij maakt een vrijmoedige indruk, en de woorden die Hij met de vrouw wisselt, zijn rechttoe rechtaan. Maar Hij straalt vooral aandacht uit. Het is aan haar en niet aan Hem om te ontdekken dat ze op een doodlopend spoor zit. In het lange verhaal over de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse hoor je uit de mond van Jezus geen enkel moraliserend, laat staan veroordelend woord over deze vrouw die al aan haar zesde man toe is.

In plaats daarvan zegt Hij haar waar echt leven te vinden is.‘Iedereen die drinkt van het water uit deze put, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer, integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ Zoals zo vaak in het evangelie van Johannes krijgt een alledaagse realiteit een diepere lading. Het water uit de bron wordt een beeld van de levengevende gave van Gods Geest in het hart van een gelovig mens.

De Egyptische leraar Origenes merkte al in de derde eeuw op dat elke mens voor de spannende opgave staat die bron in zich te ontdekken, en niet alleen te ontdekken, maar ook te zuiveren. ‘Tegenkrachten hebben de put dichtgegooid. Maar laten wij die put in ons uitdiepen, het slib eruit scheppen, alle neerslag verwijderen. Dan zullen we het levende water vinden, waarvan de Heer zegt: Wie in mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (…) Die bron ontspringt in uzelf, ze komt niet van elders, want het rijk Gods is in u.’

Jan Hulshof s.m.

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!