3e zondag van de veertigdagentijd jaar C – Een barmhartige econoom

Schriftlezingen: Exodus 3,1-8a+13-15 en Lucas 13,1-9

Mozes als herder – Bijbels een goed voorteken voor leiderschap! Abraham trekt rond met zijn kudde, David wordt achter de schapen vandaan gehaald en Jezus tussen de schapen geboren. Herderschap, is de bijbelse correctie op Leiderschap of Heerserschap. En de woestijn is de plek waar je niet afgeleid wordt en alleen met wat wezenlijk is voor je leven geconfronteerd wordt.
Bij Mozes is dat ‘in een vuur dat opvlamde … en toch niet verbrandde’. Vuur – je kunt erdoor verteerd worden; zoals liefde en haat aan je kunnen knagen. Hier is vuur, maar het verteert niet, vernietigt niet. Vuur als symbool van God – die in lichterlaaie zet! Wanneer Mozes dat beseft, bedekt hij zijn gezicht, wetend dat hier meer is dan een gewone ontmoeting onderweg.
Prachtig dan Gods woorden: “Ik heb gezien… Ik heb gehoord… Ik ken zijn lijden…Ik daal af om te bevrijden.” Geen ongenaakbare, onveranderlijke God. Ver boven mensen verheven en onberekenbaar, maar God die er altijd is, betrokken, actief deelnemend aan het lot van zijn mensen. De vier letters JHWH, die zoiets betekenen als: Ik zal er altijd voor je zijn, drukken dat uit. Met zo’n belofte kun je verder!

De eerste verzen van Lucas 13 weerspiegelen het volksgeloof: God straft onmiddellijk of, iets milder, als jou kwaad overkomt, dan zul je het wel verdiend hebben. God is de rechter die lik op stuk, flitsbeleid voert. Maar zo denkt Jezus niet over de Vader! Hij geeft God niet de schuld. Hij maakt bewust dat iedereen een rugzakje heeft, dat er geen volmaakt onschuldige mensen bestaan, dat iedereen ‘een dokter’ (vs. 5,27) bekering nodig heeft (vs. 15,7). Onze paus kan dat goed uitdragen als hij de ‘grote jongens’ in gevangenissen bezoekt; “Ik ben jullie broeder”, zegt hij dan! Iedereen heeft wel iets waar hij van gereinigd moet worden.
Jezus gelooft niet dat God onmiddellijk straft. Met de parabel vertelt hij van Gods geduld, gedragen door hoop en vertrouwen. God gelooft in mensen en dat geloof zegt Hij niet op! Hij heeft geduld – zoals we zingen: ‘de liefde is geduldig’. En, zoals Hij elders zegt: “Of ben je jaloers omdat Ik goed ben?” (Mt. 20,15). Volgens de bedrijfslogica had Hij moeten zeggen: omhakken! Maar is dat christelijk?
Zou goedheid de bedrijfseconomische logica niet buitenspel moeten zetten of overstijgen? Dat heet barmhartigheid, daar zit ‘hart’ in. En daarom staat die vijgenboom er over drie jaar waarschijnlijk nog! God zij dank.

Henk Bloem

‘Heilige Grond’
Onze eerste taak in het benaderen van andere mensen
een andere cultuur, een andere religie
is onze schoenen uitdoen
want de plaats die wij naderen is heilig.

Doen we dit niet dan zouden we misschien
de droom van een ander vertrappen.
Erger is nog
dat we zouden vergeten
dat God daar was
voordat wij er kwamen.
(Anoniem)