3e zondag door het jaar C – Leidmotief

Schriftlezingen: Nehemia 8,2-4a+5-6+8-10 en Lucas 1,1-4 + 4,14-21

‘Hij heeft mij gezonden, om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer’. (Lucas 4,18b-19)

Wanneer aan het begin van de ouverture van De Vliegende Hollander de hoorn inzet, weet je dat dit het leidmotief is van de hele opera. Zo zit ook het leidmotief van het hele leven van Jezus in zijn eerste preek. Jezus kon fel van leer trekken tegen farizeeën, die mensen ondraaglijke lasten oplegden, maar er zelf geen vinger naar uitstaken. Hij hanteerde zelfs de zweep om kooplui uit de tempel te verdrijven. Maar als je kijkt naar de ouverture, zie je dat het Hem er niet om begonnen was mensen op het matje te roepen. Het leidmotief is genade.

In de synagoge van Nazaret leest Jezus een tekst van Jesaja, die zegt dat de Geest van God rust op de profeet, die gezonden is om licht te brengen in het leven van armen, gevangenen, blinden en onderdrukten en om een ‘genadejaar van de Heer’ af te kondigen. Wat Jesaja toen gezegd heeft gaat, aldus Jezus, nu met Hem in vervulling. De sociale instelling van het ‘genadejaar’ gaat volgens sommigen terug op de Joodse wet, die bepaalde dat om de vijftig jaar alles en iedereen de kans moest krijgen om op adem te komen en opnieuw te beginnen.

Dit genadejaar begon, wanneer op de Grote Verzoendag de ‘jobel’, dat wil zeggen de ramshoorn, geblazen werd. Ons woord ‘jubeljaar’ komt daar waarschijnlijk vandaan. Het is wel de vraag of het jubeljaar in Israël letterlijk zo functioneerde als de wet het bedoeld had. Maar het visioen van humaniteit en barmhartigheid dat aan de basis lag van het genadejaar, bleef gelovigen fascineren: amnestie voor gevangenen, kwijtschelding voor wanhopige debiteurs, vrijlating van slaven, braaklegging van akkers en zelfs een rustperiode voor afgejakkerde trekdieren.

Toen onze paus in 2016 het jubeljaar uitriep, herinnerde hij aan het eerste optreden van Jezus in Nazaret. De golf van mededogen en humaniteit, die Jezus toen op gang bracht, moet doorgaan. Iedereen is aangewezen op genade, hulpverleners net zo goed als hulpbehoevenden, want elke mens heeft vergeving nodig. Wat ben je zonder de onverdiende goedheid van anderen en bovenal van God, die jou al kende voor jij Hem kende? Als je daaraan denkt, voel je je klein. En dat is ook nodig, want net als water stroomt genade naar het laagste punt.

Jan Hulshof