34e Zondag door het jaar B – Christus Koning: Hoe wordt geloven iets van jezelf?

Schriftlezingen: Daniël 7,13-14; Apokalyps 1,5-8 en Johannes 18,33b-37

Geloofsopvoeding
Het zal lang niet voor ieder van ons op dezelfde manier gelden, maar als je gelovig bent, het geloof gevonden hebt als een waarde, een schat in je leven, dan is er toch ergens een moment of een periode in je leven geweest, waardoor dat zo gekomen is. Wie van huis uit het katholieke  geloof heeft meegekregen, heeft natuurlijk meegemaakt dat er thuis een katholieke sfeer was; sommigen onder ons hebben meegemaakt dat thuis de rozenkrans werd gebeden, een morgen- en avondgebed en bidden voor en na het eten. In een katholiek gezin was het vroeger: wat de katholieke sfeer bepaalde – tot het eind van de zestiger jaren van de vorige eeuw –; in de meeste gezinnen daar werd niet zo veel over het geloof gesproken. Geloofsopvoeding gebeurde op school. Maar die katholieke sfeer thuis heeft lang niet iedereen als positief ervaren en meegenomen in het eigen leven; soms hoorde je mensen vijftig jaar nadien nog klagen over de kokosmat waarop ze hadden neergeknield bij het bidden van de rozenkrans! Andere mensen hebben het katholieke geloof pas veel later ontdekt en zijn op latere leeftijd katholiek geworden.

Geloofservaring
Maar voor ieder van ons geldt: er is op een gegeven moment toch iets gebeurd waardoor dat geloof – dat we misschien als kind al hebben meegekregen of wat we later hebben ontdekt – ook iets van onszelf is geworden; dat heeft met geloofservaring te maken: op een bepaald moment of in een bepaalde periode is dat geloof iets voor ons persoonlijk gaan betekenen en kregen we zelf een relatie, een band met God. We zijn vaak niet gewend om daar veel over te praten; soms worden we gewaar dat een ander een band heeft met God als we iemand zien bidden, ontroerd zien raken, een diepe vrede en vreugde zien uitstralen of als hij of zij dankbaarheid uit; aan zulk soort uitingen kunnen we soms bemerken dat iemand Gods aanwezigheid in zijn of haar leven ervaart. “Nood leert bidden” zeggen we wel en daar zit iets in: bij grote moeilijkheden, bij lijden en verdriet, worden we met iets geconfronteerd waar we niet echt om heen kunnen, we worden dan bijna gedwongen om over het leven en de zin ervan na te denken op een heel existentiële manier.

Een machteloze koning
Wie vieren vandaag het feest van Christus Koning, maar Jezus komt nu niet naar voren op een manier die je bij een koning zou verwachten. Hij staat geboeid voor Pilatus, Hij is aan hem overgeleverd Omdat Hij een opruiende crimineel zou zijn en Hij is al bijna veroordeeld tot het kruis, dus zeker is Hij geen imposante, machtige verschijning, integendeel. “Ja, koning ben ik” zegt Jezus, maar: “Mijn koningschap is niet van deze wereld”. Koning-zijn heeft normaal natuurlijk met heersen te maken, met het voor het zeggen hebben, heer en meester zijn. En zo wordt Jezus ook aangesproken als Heer en Meester en Koning.

Koning van de harten
Het zijn bazige titels, maar Jezus is dus geen gewone koning. Want een koning kan wel veel van de sfeer in zijn land bepalen, hij kan echter niet heersen over de harten en geesten van de mensen. De gedachten zijn vrij. Dat is nog zoals in dat katholieke gezin: de ouders leven het voor, zij geven een katholieke sfeer mee, maar uiteindelijk zullen de kinderen zelf gaan kiezen en als zij voor God, voor geloof en kerk kiezen, zullen ze dat doen omdat hun hart ergens is geraakt, omdat zij een innerlijk aanvoelen hebben gekregen dat God bestaat en er voor ons is. Dat is de koning die Christus uiteindelijk voor ons wil zijn: “Al wie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem”. Hij wil niet een koning zijn van dwang en plicht, maar een koning die onze harten heeft gewonnen omdat dat hart van ons in Zijn stem, in zijn woord iets heeft herkend, dat ons raakt, iets waarin ons hart liefde en waarheid herkent. Geen aardse koning dus is Hij maar een koning van de harten.

Hoe komt de band tot stand?
Wat kunnen wij doen om die relatie van hart tot hart te krijgen? En om anderen te helpen zo’n band met God te ontdekken? Het eerste is denk ik wel dat we proberen ons eigen hart zuiver te houden, eerlijk en oprecht, zodat het open kan zijn voor het ware en goede. Wie vast zit in verkeerde dingen of al vol zit met de eigen dingen, heeft de toegang tot zijn hart zo’n beetje geblokkeerd. Maar die openheid kan komen door een mooie ervaring, een mooie plaats die we bezoeken of een moeilijke periode die we meemaken, waarin onze zekerheden toch niet zo zeker blijken te zijn. Het zal een ervaring zijn die met “loslaten” te maken heeft. De rest is genade. Ruimte, stilte, reflectie, verwondering, bewondering dat zijn geestelijke plaatsen waar we Jezus Christus kunnen ontmoeten als koning ook van ons hart en ons leven.

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!