32e Zondag door het jaar B – De liefde is het voornaamste (2)

Schriftlezingen: 1 Koningen 17,10-16; Hebreeën 9,24-28 en Marcus 12,38-44

Iets of jezelf?
Ik denk dat we allemaal wel op een of andere manier ervaren hebben dat het een heel groot verschil is of je iets gegeven hebt of dat je jezelf hebt gegeven. Als we een aardige duit in het zakje hebben gedaan bij een collecte voor een goed doel, kunnen we daar een goed gevoel over hebben: we hebben armen geholpen, de parochie gesteund, een mooi project financieel mee van de grond getild. Dat is fijn en dat is goed. Maar het is natuurlijk nog iets volkomen anders als je zoon of dochter, je man of vrouw of één van je ouders in nood is door ziekte, door akelige gebeurtenissen of door verkeerde vrienden bijvoorbeeld. Voor hen hebt U uw leven gegeven, zij staan in het hart van uw bestaan, het doet pijn als het hun slecht gaat en U zou er alles voor over hebben opdat het hun goed gaat. Dat is de liefde.

Onvoorwaardelijke liefde
De liefde heeft uit zichzelf iets totaals, zij kent in zichzelf het verlangen om zich helemaal te geven, onvoorwaardelijk, zonder kleine lettertjes. De liefde overwint alles. Zelfs als we diep teleurgesteld worden, zal die liefde toch ergens blijven bestaan. Juist de diepte van het gekwetst zijn door iets wat er is gebeurd, is een teken van die liefde. Als je niet had liefgehad was je niet zo gekwetst. Ouders ervaren dat tegenover hun kinderen: het blijven hun kinderen wat ze ook doen. Kinderen ervaren dat tegenover hun ouders: het blijven hun ouders, wat er ook gebeurd is. Man en vrouw voelen dat tegenover elkaar: ze blijven man en vrouw al was het heftig wat er gebeurde, want het was voor goede en slechte dagen, voor- en tegenspoed dat het “ja-woord” was gesproken. (Waarmee ik even terzijde laat dat er ook redenen kunnen zijn waarom dat ja-woord nooit een echt ja-woord was of waarom een huwelijk niet werkelijk of mogelijk was. De kerk wil mensen in zo’n situatie heel graag helpen om een bladzijde om te kunnen slaan).

De liefde vraagt alles
De liefde is totaal, radicaal, ‘helemaal’, je kunt niet voor de helft liefhebben. Toch is dat bepaald niet gemakkelijk voor mensen in onze tijd. We zijn zo gewend geraakt alles in de hand te kunnen hebben. Dat is waarschijnlijk een reden waarom er minder wordt getrouwd. Zeker een kerkelijk huwelijk wordt ervaren als een drempel: dat is voor het hele leven en wie kan er in de toekomst kijken, wie weet hoe het over tien jaar zal zijn? Maar tegelijk is er eigenlijk geen echte keus: want de liefde vraagt alles, die vraagt dat we onszelf geven en niet alleen dat we “iets” geven.

Je hebt maar twee penningen!
Dat is het verschil tussen de arme weduwe en de rijken in het Evangelie van vandaag, de rijken die best veel in de offerkist laten vallen, maar nog genoeg voor zichzelf over houden. Die rijken kunnen het gevoel krijgen dat ze best iets moois hebben gedaan voor de armen, maar uiteindelijk raakt het henzelf niet, hun bestaan houden ze gewoon in eigen handen, ze drinken er ’s avonds geen wijntje minder om. Maar die arme weduwe die gaf alles, alles waar ze van leven moest. Zij gaf haar menselijke zekerheden op, zij waagde de sprong van de liefde door alles te geven. Ja, maar, zult U misschien zeggen, met die twee penningen had ze het ook niet gered, met wat zij zelf bezat had zij toch niet in leven kunnen blijven, misschien was dit offer wel de beste investering. Precies, zo is het! Met twee penningen ter waarde van een cent was zij niet ver gekomen. Het verstandigste wat zij in feite kon doen was dat weinige maar te geven en op God te vertrouwen. Maar zo is ons eigen leven ook. Ook wij hebben eigenlijk maar twee penningen. Wij denken vaak dat we ons eigen leven zeker kunnen stellen door angstvallig vast te houden wat wijzelf bezitten, door te bouwen op onze eigen aardse zekerheden: ons geld, ons bezit, onze relaties. Wij denken vaak dat je pas op God moet vertrouwen als je zelf niks meer hebt, het zelf niet redt. Dan wordt de godsdienst iets voor sukkels, die zichzelf niet kunnen redden.

Deo Volente
Maar zo is het niet! De werkelijkheid is dat we geen zekerheid hebben, dat we onszelf geen ogenblik leven of zelfs geluk kunnen schenken, dat wij geen seconde van ons leven in onze eigen hand hebben, dat wij ons leven niet kunnen maken. Ik vond het altijd aardig om op de radio naar de beurs-analyse van Kees de Kort te luisteren. Jarenlang kwam hij op de radio om zijn visie te geven. De interviewer sloot altijd af met: “Morgen spreken we elkaar weer”, waarop Kees de Kort zei: “Ja, Deo volente”, als God het wil. En zo is het ook. Wij kunnen plannen en vooruitzien, maar weten doen we het niet, ons leven is net als de beurs: vaak “volatiel” en altijd onzeker; en daarom horen tot de kern van een gelukkig menselijk leven: liefde, vertrouwen en overgave. Je moet het niet zelf allemaal in de hand willen houden: zo ís het leven niet.

Liefde kan niet half of een beetje
God zelf heeft het ons voor-geleefd: Hij heeft als mens onder ons geleefd, zich helemaal aan ons gegeven ook al werd Hij door de mensen aan een kruis geslagen. Hij ging door in vertrouwen. Het was liefde tot het uiterste toe. Juist daarom is het huwelijk een sacrament, een teken van hoe God is, omdat man en vrouw zich helemaal geven, de sprong van liefde wagen, in vertrouwen en overgave, zonder te weten wat er gaat komen. Maar eigenlijk is er ook geen keus, omdat je de liefde nu eenmaal niet half kunt doen. En uiteindelijk zal het mooie van ons leven zijn: wat we hebben gegeven, als gehuwde, als ouder, als kind, als priester of alleenstaande of hoe dan ook. Zoals die weduwe in de tempel, die alles gaf, alles waar zij van leven moest…

† Jan Hendriks

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!