30e Zondag door het jaar B – Hij gaat niet aan ons voorbij

Schriftlezingen: Jeremia 31,7-9; Hebreeën 5,1-6 en Marcus 10,46-52

Hij staat aan de kant
Als Jezus de stad Jericho verlaat
 wordt Hij omgeven door een flinke menigte. Jezus is op dat moment
– een beetje oneerbiedig gezegd –
een populaire jongen.
 Dan komen ze langs een arme man, 
iemand die letterlijk en figuurlijk
aan de kant staat, (of zit in dit geval).
 Bartimeüs is een blinde
 en een bedelaar
 en iedereen loopt aan hem voorbij.
 Hij is dus driemaal uitgesloten:
 Hij kan niet zien,
 hij heeft geen geld,
 hij wordt gepest en mag niet meedoen.

Mensen die geen stem hebben
Dat mensen uitgesloten zijn
komt ook in onze samenleving voor.
 En de mensen die het meest uitgesloten worden, zijn niet altijd de mensen
 die het meeste van zich laten horen.
 Het feit dat zij zich durven laten horen 
is al een teken
 dat zij toch wel een plaats hebben 
of beginnen te krijgen.
 Er zijn heel veel mensen 
die niet kunnen meedoen
en die zich niet laten horen, omdat zij geen stem hebben
 of omdat zij niet durven. 
Denk aan kinderen die gepest worden
 en ook volwassenen die treiterijen ondergaan bijvoorbeeld op de werkvloer;
 denk ook aan heel arme mensen, een-ouder-gezinnen zonder inkomen, daklozen, mensen zonder papieren. Als iemand zo assertief wordt dat hij durft te reageren 
is veel van de uitsluiting 
al overwonnen. Maar velen schamen zich
of kunnen het niet. 
Zo zijn er mensen die flink in de schulden zitten en daardoor niet kunnen meedoen 
in de maatschappij 
en heel veel mensen zijn erg eenzaam,
 hebben weinig contacten,
 kunnen niet meedoen
of durven niet mee te doen. En we denken aan de vluchtelingen. Oorlog is een vreselijk iets.
 Als je huis vernietigd is,
 vrienden en familie gedood, je baan verdwenen en je toekomst vernietigd, is er weinig meer om te lachen. Laten we de christenen onder hen niet vergeten. In veel landen worden zij vervolgd
en als zij vluchten en in “veilige” landen komen, worden zij opgevangen te midden van een moslim-meerderheid, wat voor hen vaak niet gemakkelijk is.

Welkom-cultuur
Misschien voelen we ons allemaal weleens niet zo gewaardeerd, niet zo aanvaard, niet zo gekend of erkend in wie we zijn. Zo moet Bartimeüs het ervaren hebben toen hij daar zat aan de kant van de weg, blind, bedelend terwijl iedereen aan hem voorbij liep
en hij er voor hen eigenlijk niet mocht zijn. Toen Jezus in zijn leven kwam
 veranderde er veel:
 niet alleen werd hij van zijn blindheid genezen, maar hij mocht er bij horen,
 hij werd opgenomen bij de groep van mensen die Jezus volgden.
 Dus de leerlingen van Jezus
 verwelkomden hem.

Hij ging niet aan hem voorbij
Misschien moeten wij dat ook maar doen: laten we ons openen
voor de nood van anderen,
 voor de velen die het minder hebben dan wij. Aandacht hebben voor anderen, een luisterend oor,
 een hartelijk woord doet al heel veel goed 
en je vergeet je eigen pijn en vragen.
 Laten we dus doen zoals de leerlingen en Jezus in het evangelie van vandaag.
 Jezus hoorde de schreeuw van de blinde man en ging er niet aan voorbij. 
Hij liet hem bij zich roepen,
 Hij nodigde hem uit,
 Hij genas hem, werd zijn vriend. De aandacht die Jezus aan deze man gaf,
 maakte dat ook de andere mensen langs de kant van de weg van houding gingen veranderen.
 Zonet hadden ze de blinde bedelaar
 nog toegesnauwd 
dat die zijn mond moest houden.
 Nu zeggen ze vriendelijk tegen hem:
“Hou goede moed, Hij roept U, sta op”.

Doen als Jezus
Zo gaat het vaak in de samenleving en dat begint al op school.
 Als een kind gepest wordt
en een populaire figuur, een soort rolmodel uit de klas
gaat er niet aan voorbij 
geeft hem aandacht en wordt zijn vriend,
 dan draaien veel andere kinderen bi 
en zal het pestgedrag verdwijnen.
 En onder de volwassenen is het niet anders.
 Soms gebeurt het dat iedereen iemand links laat liggen totdat een persoon met een zeker gezag 
of een bekende of populaire persoon
 aan die persoon hartelijke aandacht gaat geven. Daardoor hoort die arme mens 
die uitgesloten was, 
er ineens bij.

Onvoorwaardelijke hartelijke aandacht
Het is een christelijke opdracht
 om niemand uit te sluiten
van een normaal en hartelijk menselijk contact. Daarvoor hoeven we het niet
 met die persoon eens te zijn,
 we hoeven diens keuzes niet te delen.
 Het kan zijn dat we het onverstandig vinden of verkeerd wat die persoon zegt of doet. Maar Jezus is gekomen
voor tollenaars en zondaars. 
Dat betekent niet dat Jezus zei: Ga maar je gang,
 mij maakt het niets uit.
 Het maakte Hem wel veel uit,
 zoveel dat Hij voor de zonden van de mensen een gruwelijke dood is gestorven aan het kruis. En Hij sprak soms duidelijke taal;
 vandaar dat de Farizeeën en de Schriftgeleerden zo op Hem gebeten waren.
 Maar Hij was er voor iedereen,
 Hij zou alle mensen wel 
– zoals een kloek de kuikens –
 onder zijn vleugelen willen verzamelen.
 Hij is als een vader of moeder
 die veel van hun kind houdt.
 Soms mogen die ouders uit liefde voor hun kind iets zeggen dat streng klinkt,
 een op- of aanmerking is.
 Dat is niet erg,
 dat is soms goed 
als dat kind de liefde maar mag blijven ervaren.

Roep hem eens hier
Zoals de Heer er is voor iedereen,
 in het bijzonder voor wie uitgestoten is, niet meetelt, aan de kant staat
 en juist gekomen is om het leven te delen van wie gemarginaliseerd is, niet meetelt, zo zijn ook wij geroepen
de uitgeslotene, de mens in de marge weer mee te laten tellen,
 in liefde aan te nemen. 
Ook wijzelf zijn eigenlijk bedelaars, helemaal afhankelijk
van de goedheid van God,
 wij zijn uiteindelijk totaal afhankelijk van Gods goede gaven,
 we hebben niets in eigen hand.
 Maar God heeft ook tot ons gezegd: “Roep hem/haar eens hier”
 en: “Ga, uw geloof heeft u genezen”. Hij heeft ons geroepen
 zoals Hij met die blinde bedelaar deed.

Niet ontmoedigd worden
En tenslotte is dit evangelie
 ook een uitnodiging om vol te houden,
 ons niet te laten ontmoedigen.
 Wie weet hoe lang die bedelaar daar al zat,
 daar bij de poorten van Jericho? 
En waarom was hem dat overkomen
dat hij blind was, niet kon zien?
 En de mensen om hen heen
 snauwden hem toe dat hij moest zwijgen.
 Ach, er was zo veel dat hem kon ontmoedigen, waardoor hij treurig en terneergeslagen 
af zou kunnen haken. 
Maar stel je voor dat hij dat had gedaan,
 dat hij er niet had gezeten die dag,
of dat hij inderdaad maar zijn mond had gehouden en niets had gezegd, 
dan had hij Jezus niet ontmoet
en was alles bij het oude gebleven. Dus, verlies de moed niet,
 laat je niet afschrikken,
 maar blijf volharden en roepen, blijf bidden en smeken: 
op een dag komt de Heer langs, zal Hij je roepen,
 dan heeft het volhardende geloof en vertrouwen genezing gebracht.

† Jan Hendriks

Afbeelding: Stefano Ferrario via Pixabay

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!