2e zondag van Pasen – Mijn Heer en mijn God

Schriftlezingen: Handelingen 5,12-16 en Johannes 20,19-31

Het Evangelie begint met ‘Op de avond van de eerste dag van de week’- volgens de joodse telling is dat de 1e zondag na Pasen – dus deze zondag en de Evangelielezing passen mooi bij elkaar. Ook wordt Psalm 118 gezongen, beginnend met het 4-voudige ‘want zijn liefde is eindeloos’ en daarom spreekt men van de zondag van Gods barmhartigheid. Het zou jammer zijn als dat ondergesneeuwd werd.

De Handelingen der Apostelen geven een samenvattende impressie van het succes van de apostelen onder het volk. Zie hier wat Paus Franciscus in ‘Gaudium Evangelii’ No 14 schreef: ‘De kerk groeit niet door proselitisme, maar door aantrekkingskracht’. Er gaat een positieve aantrekkingskracht uit van de apostelen met hun tekenen en wonderen, hun eensgezindheid, hun groeiende impact op de mensen; ze worden als uit de hemel neergedaalde goden (Handelingen 14,11) gezien.
De hoop dat tenminste Petrus’ schaduw op een zieke zou vallen, ondersteunt deze magische interpretatie. Maar schaduw kan ook een term zijn voor bescherming. Zo zeiden mensen, toen een machtige sjeik stierf: “Nu hebben wij geen schaduw meer”. De magische beleving staat onder de meer theologische koepel: steeds meer geloofden er in de Heer .

In het Evangelie horen we hoe Jezus zijn handen en zijn zijde toont: Hij is de Gekruisigde. Hij staat als Gekruisigde in hun midden. De Gekruisigde leeft! Dat leidt tot vreugde onder de leerlingen.
De schrijver duidt dit heel subtiel aan: Jezus komt – zij zien de Heer. Dit is geen persoonsverwisseling, maar precies de bron van hun vreugde. Jezus die zij kennen, die zij hebben zien sterven aan het kruis, mogen zij nu als de Heer erkennen.
Dat is ook de kern van Tomas’ belijdenis. Ook daar het spel: Jezus komt en wij – en later ook Tomas – zien de Heer. Tomas overtuigt zich dat Degene die zich laat zien geen soort geest is, iemand uit een andere wereld, maar dat het de Gekruisigde zelf is, de wonden zijn er nog. En tegen deze Jezus die samenvalt met het kruis belijdt hij: “Mijn Heer en mijn God”. Het hele Evangelie van Johannes is geschreven om ons tot deze geloofssprong te laten komen: dat wij geloven dat Jezus de Gekruisigde, de Messias is, de Zoon van God. (Johannes 20,30-31)

Henk Bloem


Jij komt in mijn leven binnen
Jij gaat op mijn wegen mee
Jij neemt mijn kruis op je
Jij voor mij zoals: Zo groot is de liefde

Ik laat je in mijn leven binnenkomen
ik ga jou op jouw wegen achterna
ik sta voor het kruis van jouw liefde voor mij
ik voor jou; in de sporen van de liefde

(A.Schwarz – vertaald door Roel Bosch)

Afbeelding: Caravaggio