2e Zondag van Pasen (Beloken Pasen) – Zondag van de Goddelijke barmhartigheid

Schriftlezingen: Handelingen 4,32-35; 1Johannes 5,1-6 en Johannes 20,19-31

Niet te geloven?
Het was voor de apostelen best even wennen dat Jezus uit de dood verrezen was. Ze hadden gewoon moeite om te geloven. Jezus hielp hen wel een beetje: ze mochten Hem aanraken, Hij at voor hun ogen iets op, Hij gaf hun moed door met hen te praten. Geleidelijk zien we dan bij de leerlingen teleurstelling, ongeloof en angst plaats maken voor vreugde, vertrouwen en geloof. Ook voor ons is het niet zo gemakkelijk om in wonderen te geloven, in een verrijzenis en eeuwig leven.

Bijna dood
Ja, misschien is dat wel simpeler als je al eens een bijna-dood-ervaring hebt gehad. Ik heb zelf ook vaker de verhalen gehoord van mensen die dan duidelijk God en de hemel hebben ervaren en min of meer hebben gezien hoe het gaat worden – het licht, de hartelijke warmte, de heerlijkheid, het welkom –; daar zijn ook verschillende onderzoeken naar gedaan, interviews met mensen die voor de hemelpoort stonden, maar toch weer terug moesten naar de aarde; die mooie hemelervaring schijnt wel vaker voor te komen.

Zalig die niet zien…
De apostelen werden dus een beetje geholpen om het wonder te kunnen geloven, voor ons is het wel wat moeilijker: de tijd waarin we leven werkt niet mee en we hebben geen Jezus die vóór ons staat om het ons te laten zien en ons te laten tasten naar Zijn wonden. Vandaar dat Jezus vandaag zegt – na de sessie met Thomas –: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben”. Die woorden gaan dus vooral over ons! Het is nu dus vaak moeilijker om te geloven, zeker in onze vrij heidense tijd. Toch is ons katholieke geloof iets heel erg moois, dat mogen we zeker wel even naar voren halen op deze zondag van de goddelijke barmhartigheid. Het is een mooie boodschap die we ontvangen hebben: God houdt van je!

Een persoonlijke liefde
Als mensen zeggen: “Ik houd van je”, betekent het niet altijd even veel: Als een leerkracht tegen de klas zegt: “Ik houd van jullie allemaal” of als een moeder van een groot gezin zegt: “Jullie zijn me allemaal even lief” dan kun je toch nog vragen: Ja maar, hou je ook van mij? Bij God is dat anders Hij houdt van ieder van ons, niet “in het algemeen”, maar met een persoonlijke liefde.

Ziet Hij mij staan?
Soms denken mensen dan en heel vaak zeggen ze dat ook: Hoe kan dat nou? Kijk eens hoe groot het heelal is, miljoenen planeten, miljarden sterren en hoeveel mensen wonen er op de wereld al niet? Zou Hij dan zich om mij bekommeren, zou Hij mij echt zien staan? Wij vinden het vaak moeilijk om te geloven dat wij echt worden bemind, zonder dat wij bij het volgende foutje uit die liefde kunnen vallen. Maar Hij is God, hij is geen mens en wij moeten eigenlijk niet alleen in menselijke categorieën aan Hem denken.

Boven alles en iedereen
Zeker, Jezus zelf heeft ons geleerd aan God als een vader te denken en aan Hemzelf als een broeder en Heer. Dat zijn menselijke termen en het is goed om die woorden te gebruiken, want Jezus gebruikt ze niet voor niets, maar tegelijk is God heel anders, anders dan wij ons zelfs voor kunnen stellen. Hij gaat alles en iedereen te boven. Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God voor ons bereid, zegt de apostel Paulus (1Kor. 2,9). Het zal dus ook een grote verrassing zijn.

Overrompeld
Er zijn momenten in ons leven dat we iets van God ervaren, maar we hebben de neiging die weg te schuiven of ze glad te vergeten of ze toch maar “logisch” en rationeel te verklaren, want we hebben moeite om te geloven dat er een eeuwige Liefde is, die aandacht aan ons geeft. Thomas had dat sterk, hij zou alleen maar geloven, wat hij proefondervindelijk had kunnen bewijzen: “Als ik niet mijn handen in de plaats van de nagelen kan steken, zal ik niet geloven”. Toch werd hij ineens overrompeld door de tegenwoordigheid van de verrezen Heer. Toen ging hij het niet meer wegredeneren, maar kwam tot een prachtige geloofsbelijdenis: “Mijn Heer en mijn God”.

Het kruis hoort erbij…
Vooral misschien bij hoogte- en dieptepunten kunnen we Gods aanwezigheid ervaren en daardoor dankbaarheid of rust en overgave krijgen. Dat is de vrede die Jezus tot drie keer toe aan Zijn apostelen wenst. De eerste keer doet Jezus dat terwijl Hij de wonden van het kruis laat zien in Zijn handen en Zijn zijde. Dat lijden had die leerlingen geschokt en verward. Nu laat Jezus zien dat die lijdensweg, dat kruis geen weg zonder betekenis was, het kruis hoorde erbij. Het zijn verheerlijkte wonden die Thomas betast, zo laat Jezus het lijden zien als weg naar de verrijzenis. Dat kruis was een teken van Gods liefde, een weg naar het leven, de verrijzenis, niet het einde maar een nieuw begin. In die geest hoop en bid ik dat ieder die naar het kruis kijkt weer een beetje moed en hoop zal vinden.

† Jan Hendriks

Afbeelding: Caravaggio, ca. 1600, Bildergalerie Sanssouci in Potsdam

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!