26e Zondag door het jaar C – Denk aan de armen!

Schriftlezingen: Amos 6,1a. 4-7; 1 Timoteus 6,11-16; Lucas 16,19-31

God helpt
De rijke man in de parabel die Jezus vertelt, heeft geen naam, de arme man wél: Lazarus heet hij. Dat is een teken dat die rijke man niet zo belangrijk is – zoals wij weleens zeggen dat iets geen naam mag hebben als we bedoelen dat iets niet veel voorstelt –, maar bovenal wil dat verwijzen naar de enige hoop van die arme man en de enige hoop van ons allen, omdat al het materiële, al het aardse uiteindelijk wegvalt. De naam “Lazarus” betekent: “God helpt”.

Een aanfluiting?
Toen die arme man daar voor de poort van die rijke lag, leek zijn naam een aanfluiting te zijn en een gruwelijke bespotting: “God helpt”, ja, ja, daar lig je maar mooi, overdekt met zweren en geen kruimel brood om je maag mee te vullen. Een jongen in de pubertijd kan er weleens vreselijk mee zitten dat hij geen meisje kan krijgen omdat hij puistjes heeft. Die puistjes gaan over en ze zijn niet zo dramatisch als die jongen denkt. Maar de zweren van die man waren er altijd en ze werden gelikt door de honden. Dus iedereen die hem zag en voorbij liep op weg naar weer een prachtig feestdiner bij de rijke man, zonder verder naar hem om te kijken, kon zijn schouders ophalen en denken: Zie je wel, God helpt niet, je moet je eigen broek zien op te houden.

Toen zag hij hem wel…
De rijke man vond hem niet waard om enige aandacht aan hem te besteden. Hij had hem wel zien liggen, dat blijkt uit het vervolg: als hij in de hel is aangekomen, probeert hij om Abraham zo gek te krijgen dat die nota bene diezelfde Lazarus inschakelt om hem te komen helpen. Het lijkt erop dat Lazarus de enige in de hemel was die door die rijke vrek werd herkend en dat hij niet zo’n best stel vrienden had gehad. Wanneer we deze gelijkenis van Jezus horen, mogen we niet alleen bij die rijke vrek en de arme Lazarus blijven staan. We moeten naar onszelf kijken. Daar heeft Jezus dit verhaal voor bedoeld.

Aardse beloning?
Wij denken vaak dat we hier op aarde onze beloning moeten krijgen. Als wij naar ons eigen inzicht goed hebben geleefd, hebben gebeden en af en toe een kaarsje opgestoken en op zondag naar de Mis zijn gegaan, kan dat ons het gevoel geven dat we recht hebben op de goede gaven van Onze Lieve Heer. Dat is niet zo, wij hebben geen recht, anders had Jezus ook niet hoeven lijden en moeten sterven aan het kruis. God had ons op een andere manier kunnen verlossen! Nee, onze beloning ligt uiteindelijk niet in dit aardse leven, maar een goed en rechtvaardig leven maakt wél dat we de vriendschapshand die God naar iedere mens uitstrekt gemakkelijker aan zullen nemen in het uur van onze dood. Heel ons leven is een voorbereiding op de dag dat we overgaan naar dat andere leven, naar God.

Reïncarnatie?
Sommige mensen geloven in reïncarnatie: als je niet goed hebt geleefd, kom je in een lagere vorm van leven op aarde terug. Was je sluw, dan kom je misschien wel terug als vos; was je banaal en laag-bij-de-gronds, dan kom je misschien wel terug als varken, was je egoïstisch en uit op geld, kom je wellicht als arme terug. Dit reïncarnatie-geloof houdt in dat iedereen zijn lot aan zichzelf te wijten heeft en dat is een mooi excuus om niets voor arme mensen te hoeven doen.

Dit is je kans!
Maar zo is het niet! We krijgen één leven en daarin moet het gebeuren. Dit is onze kans om er iets van te maken, maar God kijkt niet naar je carrière, niet naar je geld en niet naar je status, hij kijkt naar je hart. Ben je een boef en probeer je dat goed te verbergen, God ziet het toch; heb je een goed hart – goede intenties en verlangens, liefdevol –, ook al zien andere mensen dat niet zo, God ziet het wél. Hij ziet al het goede dat er in je is en omwille van het goede dat je in het verborgene doet zal Hij met des te meer liefde Zijn hand naar je uitstrekken als je dit leven verlaat en de stap gaan zetten naar het andere leven, naar Hem.

Vagevuur
Gelukkig dat er ook nog een vagevuur is! Want dat vagevuur betekent dat God ons na de dood zal reinigen en zuiveren; als er toch nog wel het een en ander te verbeteren was – al waren we ten diepste wel van goede wil – zal Hij ons toch niet laten vallen, maar ons zuiveren en reinigen.

Denk aan de armen! Toen Jorge Bergoglio tot paus Franciscus werd gekozen, zei de kardinaal die naast hem zat zachtjes in zijn oor: “Denk aan de armen, denk aan de armen”. Zo’n stemmetje zou af en toe ook in ons oor iets mogen fluisteren! Er zijn in onze maatschappij veel personen die geen arme mensen kennen. Er zijn er zelfs velen die denken dat je in ons land niet arm hoeft te zijn en dat het als je arm bent aan jezelf ligt. Die mensen weten niet waar ze over praten. Er zijn ook veel mensen die weleens iemand zien die arm of zelfs dakloos is, of die mensen kennen die van een heel kleine uitkering moeten leven en financieel zeer zwaar zitten, maar zich niet bij hun lot betrokken voelen. Ik wil niet zeggen dat wij alle mensen van de wereld kunnen helpen, maar soms kun je iemand helpen.

Horen zij erbij?
Een van de moeilijkste dingen van arm zijn is, dat armen er niet meer bij horen, uitgestoten zijn, dat contacten wegvallen, omdat een arme niet zo interessant is. Daar kunnen we allen iets aan doen door mensen als mens te behandelen, hun menselijke waardigheid te respecteren, door een hartelijk oog en hart te hebben voor mensen die in problemen verkeren en door onszelf de vraag te stellen: Ga ik aan arme mensen voorbij, laat ik mensen links liggen die mij niets opleveren of mogen zij er helemaal bij horen?

Het motief
De rijke vrek komt in de hel tot de ontdekking dat het hemzelf groot nadeel opleverde dat hij niets had gedaan voor mensen in nood, maar in plaats daarvan een feestbeest was geweest. Als hij dat had geweten, had hij het wel anders gedaan. Dat is weer een egoïstisch motief: hij zou iets voor anderen hebben gedaan als hij had geweten dat het hemzelf voordeel opleverde. Uiteindelijk maakt dat je niet tot een goed mens, het gaat erom dat je het goede doet vanuit een goed hart, een hart dat klopt van liefde voor God en de naaste.

† Jan Hendriks

Afbeelding: De rijke man en de arme Lazarus, Barent Fabritius, 1661

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!