26e zondag door het jaar A – Alleen de uithangborden

Schriftlezingen: Ezechiël 18,25-28; Filippenzen 2,1-11 en Matteüs 21,28-32

‘Iemand had twee zonen. Hij ging naar de eerste en zei: Jongen, ga vandaag in de wijngaard werken. Hij antwoordde: “Nee, ik wil niet.” Later bedacht hij zich en ging toch. Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Die antwoordde: “Goed, heer.” Maar hij ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van de vader gedaan?’ (Matteüs 21,28-31a)

De jongste zoon in de korte parabel van Jezus die we vandaag horen, staat voor de tollenaars en hoeren die eerst ‘nee’ zeggen, zich dus op het verkeerde pad begeven, maar dan ‘ja’ zeggen, berouw krijgen en op hun schreden terugkeren. De oudste zoon staat voor de hogepriesters en schriftgeleerden die ‘ja’ zeggen, dus de geloofsbelijdenis van Israël, het Sjema Jisrael, elke morgen en elke avond uitspreken zoals het hoort, maar de wet van God in het dagelijkse leven niet in praktijk brengen.

Het was nooit moeilijk priesters en predikanten in hun hemd te zetten, die ’s zondags op de preekstoel prachtig konden uitleggen hoe het moet, maar die ’s maandags alles leken te zijn vergeten. De filosoof Kierkegaard had niets dan bijtende spot voor prelaten van de Deense staatskerk met een riant salaris, een prachtige villa en het nodige personeel, die zalvend konden uitweiden over God die de armen heeft uitgekozen. ‘En er is niemand die lacht!’, zei Kierkegaard.

Maar niet alleen priesters en predikanten mogen zich aangesproken voelen. We krijgen allen elk jaar in de paasnacht bij de vernieuwing van onze doopbeloften de vraag voorgelegd of we aan Satan en zijn werken verzaken en ons verzetten tegen kwaad en onrecht. En zonder blikken of blozen zeggen we ‘ja’. Ik heb nog niet meegemaakt dat iemand riep: ‘Wacht even! Ik weet niet of ik dit allemaal waar kan maken.’ Voor je het weet lijk je op de oudste zoon die zegt: ‘Goed, vader’ – maar hij ging niet.

Kierkegaard zei dat mensen die ‘ja’ zeggen, maar ‘nee’ doen lijken op de winkelier die uithangborden in de etalage heeft met de tekst: Wassen, strijken en stomen. Maar als je met je wasmand binnenkomt krijg je te horen: ‘Nee, meneer, wassen, strijken en stomen doen we niet. We verkopen alleen de uithangborden.’ Dat is dus de vraag waarmee die twee broers in het verhaal van vandaag mij confronteren: ‘Wassen, strijken en stomen: doe je dat inderdaad zelf, of verkoop je alleen de uithangborden?’

Jan Hulshof s.m.

Afbeelding van neo tam via Pixabay

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!