20 C + M + B 19

Caspar Melchior Balthasar

Christus mansionem benedicat, ofwel: Christus zegene dit huis.

Er bestaat een oud gebruik om aan het begin van het nieuwe jaar je huis te laten zegenen. Vaak schreef een priester aan de ingang van ieders huis het jaartal en daarbij de letters C+M+B.  Deze letters worden in verband gebracht met de namen die vanuit de traditie aan de wijzen uit het oosten zijn gegeven: Caspar, Melchior en Balthasar. Maar deze letters betekenen nog meer. Zij zijn ook de beginletters van de zegentekst “Christus Mansionem Benedicat”, vertaald “Christus zegene dit huis”.

De letters worden ook in verband gebracht met de drievoudige openbaring van de Heer. Kerstmis is het feest van de openbaring aan alle mensen. Deze openbaring van God wordt gevierd met Driekoningen, bij het feest van de Doop van de Heer en bij het eerste wonder van Christus in Kana. Zo wijzen de letters ook naar deze feesten: de bruiloft in Kana (Cana), de aanbidding van de Wijzen (Magi) en de Doop van de Heer in de Jordaan (Baptisma).

Driekoningen was vroeger traditioneel een doopdag. Ter herinnering aan de doop vindt met Driekoningen de wijding van het water plaats. Die dag wordt er ook krijt gezegend door de priester. Met het wijwater kunnen huizen worden gezegend. Bij deze huiszegen schrijft men in vele landen met het gezegende krijt de letters “C+M+B” op de deur, waarbij men hoopt alle kwaad op afstand te kunnen houden. Dit blijft dan tot Pinksteren (of langer) op of naast de deur staan.

De gebruikelijke vorm is xxC+M+Byy, waarin voor ‘xx’ de eerste twee cijfers van het jaartal worden ingevuld en voor ‘yy’ de laatste twee cijfers. In 2019 staat er dan bijvoorbeeld: 20C+M+B19. De ‘+’ staat voor een kruisteken.

In Nederland worden met Driekoningen door parochies vaak langwerpige kaarten uitgedeeld met deze letters erop, die vervolgens in de hal of de huiskamer worden opgehangen.

Overigens zijn de namen van de Wijzen niet in de Bijbel te vinden. De drie wijzen kregen in de traditie namen. In het Grieks waren dat Apellius, Amerius en Damascus, in het Hebreeuws Galgalat, Malgalat en Sarathin, maar ze zijn bekend geworden onder hun gelatiniseerde Perzische namen Caspar, Melchior en Balthasar. Ze zouden respectievelijk 20, 40 en 60 jaar oud zijn geweest; getallen die de levenstijdperken van de volwassene symboliseren.

Relikwieën van de Drie Koningen worden in een reliekschrijn bewaard in de dom van Keulen.