17e Zondag door het jaar C – Daar word je blij van

Schriftlezingen: Genesis 18,20-32; Kolossenzen 2,12-14 en Lucas 11,1-13

“Val me niet lastig”
Hoe sta jij in het leven? Daar is natuurlijk veel over te zeggen, het heeft ook met je persoon te maken, met wie je bent en wat voor ervaringen je hebt opgedaan. Heb je een gelukkige jeugd gehad of was het allemaal niet zo gemakkelijk? Heb je een zonnig karakter of zie je het allemaal wat somber in? Ben je wat meer terug getrokken of maak je makkelijk contact met anderen? Houd je mensen op afstand of ben je tegemoet komend? En wat komt er het eerst in je op als mensen iets vragen: is het een “ja” of is het een “nee”? Ook in onze tijd zijn er mensen die zeggen: “Val me niet lastig”, zoals die man in het evangelie. “Val me niet lastig, ik kan niet opstaan om het je te geven”. In veel steden en westerse landen – ook in Nederland – is eenzaamheid een groot probleem, omdat  mensen te weinig naar elkaar omkijken, er geen sociale cohesie is. Te veel mensen zeggen: val me niet lastig. Op straat kun je het aflezen van het gezicht van sommige mensen, daar staat het als het ware met koeienletters op geschreven: “Val me niet lastig”.

We hebben alles gekregen
Maar ons geloof leert ons anders: alles wat wij mensen hebben aan kunde aan kennis, aan mogelijkheden en bezit, hebben we gekregen en het is niet alleen voor ons zelf. Dat we geboren zijn in een mooi land, dat we geen armoede kennen, dat we gezond zijn en talenten hebben gekregen, het is ons allemaal toegevallen, we hebben dat cadeau gekregen! Als we daarbij stil staan word je bijna vanzelf blij: wat hebben we veel gekregen, wat is God toch goed! Tel je zegeningen, denk even niet aan de minpunten, maar denk aan de cadeautjes en je wordt een blijer mens! Dan raak je vervuld van Gods grote barmhartigheid. Je voelt en merkt dat Hij er voor je is. Ja, we hebben reden om dankbaar te zijn!

Wat ons vreugde geeft en verrijkt
Er zijn heel veel dingen in het leven die je positief of negatief kunt benaderen. Bij dingen die moeite kosten en lastig zijn, zit je er niet gauw om te springen om ze te gaan doen. We hebben dan bijna automatisch de neiging om die zaken negatief te benaderen. Voel je iets als ‘moeten’ of ‘niet mogen’ dan kan het je hart niet vervullen. Ook dingen die je pakt en grijpt en naar je toetrekt, maken je niet echt blij. Maar wat je met heel je hart hebt gezocht en gevonden, geeft je een diepe voldoening en wat je met vreugde en liefde aan anderen geeft zal je altijd rijker maken.

Gods grootste gave
Dus het mooiste zou zijn als die man die de deur al op slot heeft, met een sprong naast zijn bed zou staan en zou zeggen: “Wat ben ik blij dat je me dit vraagt en dat je mij gelegenheid geeft iets te geven, dit kleine offer te brengen! Dat maakt mij tot een rijker mens, het maakt mijn leven mooier”. Het is inderdaad mooi om iets aan anderen te kunnen geven, iets voor een ander te kunnen betekenen en het is ook mooi te zoeken en te vinden, iets te ontvangen waarnaar je altijd hebt gezocht. Dan bedoel ik iets met inhoud, iets van waarde. Zoek met je hart wat mooi is en goed en God geeft je de heilige Geest, zijn grootste gave.

Onze Vader
Jezus leert in het evangelie aan zijn leerlingen om het Onze Vader te bidden. “Onze Vader” wil zeggen: God is een Vader die veel van ons houdt, die voor ons zorgt en – wat je ook overkomt – je niet zal laten vallen. We bidden “Onze Vader”, Waarmee we zeggen dat Hij de Vader is van allen en wij in iedere mens een zuster of broeder mogen zien. “Val me niet lastig”, zegt die man in het evangelie. Maar nee, laten we juist open staan voor die ander: val ons maar lastig, we kunnen wel wat geven, daar worden we blij van. We zijn broeders en zusters en we hebben veel gekregen van die Vader in de hemel.

† Jan Hendriks

Afbeelding: congerdesign via Pixabay

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 35!