14e Zondag door het jaar B – Het wonder ervaren

Schriftlezingen: Ezechiël 2,2-5; 2 Korintiërs 12,7-10 en Marcus. 6,1-6

Boven het maaiveld…
Als we iemand horen of zien die iets heel goed kan, veel beter dan wijzelf, kan het zijn dat we vol enthousiasme, bewondering en geestdrift zijn. Die persoon heeft het goed gedaan, het prima onder woorden gebracht, de zaak goed opgelost of uitgelegd. Maar het kan ook heel gemakkelijk gebeuren dat we toch een beetje jaloezie voelen in onszelf. Dat merk je wanneer je de neiging voelt min-puntjes naar voren te brengen, die ander een beetje af te kraken, wat naar beneden bij te stellen wat die ander gedaan of gezegd heeft of dat zelfs in een kwaad daglicht te stellen. Dat kan helemaal gemakkelijk gebeuren als het gaat om iemand die we altijd als een gelijke hebben gezien, een klasgenoot, collega, vriend of buurtgenoot. Als zo iemand ineens bijzondere prestaties levert, in de schijnwerpers komt, kan dat gemakkelijk leiden tot afgunst en jaloezie. Niet voor niets zeggen ze vaak dat je kop er al gauw af gaat als je boven het grassroot level uitsteekt.

Die kennen we toch!?
Dat was het wat met Jezus gebeurde toen Hij optrad in Zijn vaderstad. Zeker, de mensen waren onder de indruk van Zijn wijsheid en Zijn wonderen, o ja! Maar dat was tegelijk het probleem. Want ze kennen Hem als iemand uit het dorp. Hij is gewoon opgegroeid te midden van de mensen, als timmerman, met familie die iedereen kent, mensen met hun voor- en nadelen die vast in dat dorp wel over de tong zijn gegaan. En nu treedt Hij op met wijsheid en wonderkracht! Ja, God was een heel gewoon mens geworden, in alles aan de mensen gelijk, behalve in de zonde en toch was er tegelijk iets in Zijn optreden waardoor je iets kon vermoeden van de Goddelijke Persoon die Hij is.

Onbegrip en achterdocht
De mensen hadden het toen daarom vaak moeilijker om in Hem te geloven dan wij die leven in een wereld met meer dan twee miljard christenen van wie ruim de helft katholiek. Wat de mensen toen zagen was een gewone man. Zeker Hij was een man die woorden van wijsheid sprak en wondertekenen deed, maar zelfs die wonderen zijn nog niet iets waar je één, twee, drie in gelooft. Wij zouden misschien wel heel sceptisch zijn als we iemand een wonder zagen verrichten: het is een truc, er is een verklaring, wat zit erachter, zouden we denken. “Hij kon daar geen enkel wonder doen”, staat er in het evangelie over Jezus in Zijn vaderstad.

Hoe kun je het wonder ervaren?
Om te kunnen geloven hebben we – toen en nu – een soort openheid nodig van ons hart, dat we open staan voor mooie, diepere ervaringen, dat er een verlangen is in ons hart, een zoeken naar waarheid en diepte en zin, een verlangen naar vervulling. Pas als er een vraag leeft in ons hart, een stil gebed van verlangen naar God, kan God zich aan ons openbaren, want God werkt nooit (of bijna nooit) in ons los van ons en buiten ons om; er moet eigenlijk altijd wel een vorm van medewerking zijn. En verder doet ook de sfeer waarin we verkeren heel veel voor de ontwikkeling van ons geloof. We kunnen ons, denk ik, heel goed voorstellen dat het in het stadje waar Jezus vandaan kwam moeilijk was om in Hem te geloven, omdat iedereen zo anti was, Hem naar beneden haalde, in Hem alleen die timmerman zag, terwijl andere mensen elders die Hem hadden opgezocht en óók Zijn woorden hadden gehoord, juist werden geraakt toen ze daar bijvoorbeeld met duizenden op het gras zaten voor de broodvermenigvuldiging. “Een profeet wordt overal geëerd, behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring”. De mensen kennen Hem te goed, Hij is voor hen al te gewoon om nog boven het maaiveld uit te kunnen komen! Ze leven in hun eigen werkelijkheid, iedereen is al ingedeeld, ze kunnen het wonder niet meer als wonder zien.

Het geheim herkennen
Dit evangelie is een uitnodiging aan ons: je kunt opgesloten raken in je eigen dingen, je eigen leefomgeving, je eigen leventje. Kun je je verwonderen, kun je bewonderen, zie je het wonder nog als wonder in alles om je heen? Kun je zien dat er méér is, dát er iets boven het maaiveld uitsteekt, dat we uiteindelijk allemaal zijn opgenomen in een groot geheim: Gods liefde voor de mensen, die zich aan ons openbaart in allerlei kleine, dagelijkse dingen. De vraag is dus: herkennen we dit geheim in de dingen van ons leven, in de gebeurtenissen van iedere dag. Veel mensen zien wat ze missen, maar niet de wonderen om hen heen. De allerhoogste, grote God heeft zich als gewone mens aan ons geopenbaard, ons leven gedeeld. Daarmee leert Hij ons ook om open te zijn en in het gewone, alledaagse Hem te herkennen, Gods hand en Gods liefde te zien. Dat brengt met zich mee dat we niet om onze gedachten blijven cirkelen om onze prestaties, onze verlangens, om hoe wij eruit zien, hoe wij naar voren komen, wat wíj willen en hoe wij iets kunnen bereiken, enzovoorts, maar geoefend zijn om de schoonheid die er om ons heen is, te herkennen en er Gods hand in te zien, eenvoudig, open voor het wonder.

† Jan Hendriks

Afbeelding: Brigitte ArtTower, via Pixabay

 

Vier keer per jaar een nieuwe, rijk gevulde Klooster! om even mee op adem te komen.
Nu voor maar € 45!