14e Zondag door het jaar C – 72 Uitzendkrachten

Schriftlezingen: Jesaja 66,10-14c Lucas 10,1-12+17-20 

Jesaja 66 voert JHWH op als een moeder: “Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten”. Die vrouwelijke kant van God (ook Jes. 49,15) dreigt weggemoffeld te worden als exclusief Heer wordt vertaald. Een lacune die door de Mariaverering, ‘moeder van God’ (4e eeuw), soms (te) uitbundig is ingevuld, maar dus oude papieren heeft.
Gods moederlijke trekken gaan bij Jesaja over op moeder Jeruzalem die het volk Israël opnieuw tot leven en bloei brengt. Het driedubbele: ‘Verheug u’, ‘juich’, ‘jubel’ (vers 10), laat voelen hoe ongelooflijk deze keer ten goede voor Jeruzalem na de ballingschap is. Vrede en roem zullen haar deel zijn, en troost, (vers 11 en 13) een typerend vrouwelijke gave. (40,1) Het beeld van vrede die als een rivier naar je toestroomt is prachtig! Jeruzalem zal haar naam van stad van salem/sjaloom= vrede, weer recht doen. Iets wat niet zo makkelijk te geloven is, als je ziet hoe ’t nu, anno 2019 is.

Na de twaalf (Lucas 9,1-6) verhaalt Lucas de missio van 72 uitzendkrachten. Toen zond Jezus uit, nu is het de Heer (vers 1, en ook in vers 17: kyrië), toen zending binnen Israël (9,6), nu universele zending van de kerk na Pasen zoals ook de formulering: “naar alle steden en plaatsen waar Hijzelf nog zou komen” doet vermoeden. Het getal 72 staat, vanuit joodse traditie, voor alle volkeren (zie bijvoorbeeld de 72 volkeren in Genesis 10) en ook de drievoudige formulering “Als je in een  huis/stad komt” (vers 5, 8 en 10) en het beeld van de grote oogst lijken op dit weidse perspectief te wijzen.

Het is ‘de Oogst’ of ‘zijn oogst’. De leerlingen zijn niet de eigenaars. Zij zijn door ‘de Heer (is ’t toch een man?) van de oogst’ in dienst genomen.  en ze gaan twee aan twee, – zie Deuteronomium 19,15 – wat een garantie voorbetrouwbaarheid is (zie Luc 1,4). En zo is het niet mijn/jouw maar onze missie.
Als lammeren te midden van wolven worden ze gezondenmet andere woorden: Blijf een lam! Gedraag je niet als wolven; Wees ont-wapenend, verspreid vrede – geen angst, of gehuil van de wolven. Daar is het Koninkrijk Gods niet van!

Terwijl anderen overal aan moeten denken, mogen zij bijna niks meenemen.  Het gaat niet om wat zij hebben, of meebrengen. Soms lijkt het of wij ‘de Kerk’, of onze ideeën, willen brengen, maar het gaat om: Ruimte voor Hem … er wordt voor hen gezorgd. Het gaat om ‘zijn’ oogst.
Wat telt is hun missie – die moet als het ware  1) van hen af te lezen zijn, en  2) blijven gelden ook als er geen oor voor is. Ieder moet weten ‘Weet wel, het Rijk Gods is nabij!’
Waar van binnengaan van een huis en van een stad sprake is, betreft dit mogelijk huisgemeenten die zij bezoeken (Zie bijvoorbeeld Handelingen 14,23 of 16,4-5). En om niet over te komen als bedelaars/profiteurs wordt op blijven en op‘verdienen van je loon gewezen.

Hun boodschap is met ‘de Heer’ verbonden. Zij moeten gaan waar Hij nog zou komen. Zij bereiden zijn weg. (Johannes de Dopers!) Hun boodschap is ‘Vrede zij dit huis’- een boodschap van nieuw leven (24,36) – en de genezingen zijn teken dat ‘Het Koninkrijk van God dichtbij u gekomen is’.

Uit verslaglegging van hun missiereis (vers 17-20) blijkt dat hun missiewerk door niets en niemand tegengehouden kan worden. Maar de echte vreugde moet blijkbaar niet in dit succes, in deze overwinning, gezocht worden maar in het feit dat zijzelf in het heilswerk Gods betrokken zijn, medewerkers Gods zijn.

Henk Bloem

Men is missionaris,
niet omdat men mensen bekeert,
maar omdat men als christen leeft
als gist in het deeg.
Missionaris is diegene
die het werk van de Heer
in zichzelf heeft ontdekt
en het ruimte durft geven in zijn leven.

uit Thailand – Wereldwijd Brevier