13e Zondag door het jaar C – Het is of-of!

Schriftlezingen: 1 Kon 19,16b+19-21 en Lucas 9,51-62

Elisa is blijkbaar landarbeider. Twaalf koppels ossen – dat is nogal wat. Staat 12 symbool voor de twaalf stammen?  Elia werpt Elisa zijn beroepskleding, een profetenmantel toe: Elisa wordt ingekleed als profeet. Bij de priesterwijding kreeg ik een stola om – wel geen mantel, maar toch ingekleed. En Jezus nam niet de mantel van kameelhaar van Johannes de Doper over; hij had blijkbaar een andere zending. Elisa vraagt dan: “Laat me toch afscheid nemen van…” De Nederlandse vertaling voegt “eerst” toe, en dat lijkt de betekenis goed te raken. Eerst afscheid nemen lijkt toch ’t meest normale, meest fatsoenlijke. Maar: “neen!” Dan maar niet!  Het is blijkbaar of-of, hij moet kiezen: graag of geheel niet!

Het gaat niet om even afscheid. Het gaat niet om lang of kort, maar hij moet de roep om profeet te worden voor en boven alles stellen, anders hoeft het niet. Het gaat om prioriteiten; om ‘wat staat voor jou bovenaan?’ Iets wat we terugzien in het Evangelie waar Jezus het luisteren naar Gods woord stelt boven de bloedband met zijn moeder (Marcus 3,31-35). Goed om te zien dat deze roeping van Elisa nauw aansluit bij het voorgaande. Het ‘in de steek laten van de ossen’ is hetzelfde woord als het in de steek laten van de Heer in vers 10-11, en hij vraagt met een kus (is verdwenen in Nederlandse vertaling!) afscheid te mogen nemen van zijn ouders zoals de Baälvereerders hun godenbeeld kusten. (vers 18)

De inkleding van Elisa  gebeurt in de context van de bemoediging en hernieuwde toewending tot God de Heer van Elia. Blijkbaar gaat zijn opvolger daarin delen. De verbranding van de ossen geeft aan dat hij alle schepen achter zich verbrand heeft.

Lucas 9,51 markeert het begin van het Lucaanse ‘reisverhaal’, Jesus’ weg naar Jeruzalem. Die vanaf het begin in het teken van zijn opname ten hemel staat. Het is niet het verhaal van een tragische afloop. Jezus néémt die weg, ‘Hij verstrakte zijn gelaat’. Daar zit moed scheppen, en vastberadenheid in.
Deze weg appelleert ook tot volgen. Drie keer dient zich een aspirant volgeling aan – de tweede keer nadat hij daartoe uitgenodigd is. Drie keer zegt Jezus in het intake gesprek dat die keuze zijn/haar leven volledig zal veranderen, in een ander perspectief zal plaatsen. En drie keer horen we niet hoe het afloopt. Een open eind! Is dat omdat de lat te hoog gelegd wordt – zoals bij de rijke jongeling die bedroefd afdruipt? Maar dat staat hier niet. Is het om de lezer zelf in dit proces te betrekken en hem zijn eigen antwoord te laten geven?

Als de spontane eerste zich aanbiedt als volgeling, vraagt Jezus: “Realiseer je je wel wat je vraagt? Besef je dat je alle geborgenheid kwijt bent, niets meer hebt om aan vast te houden?” De tweede roept Hij tot navolging. Maar die wil eerst (staat er nu wel in het Grieks) zijn plicht als zoon naar zijn vader afronden. Jezus stelt hem voor de keus. Het is of-of. Het lijkt cru dat hij niet eens zijn vader mag begraven. Maar denk aan de man die voordat hij aan zijn werk begint eerst nog  dit en dan eerst nog dat wil doen. Het kan goed zijn dat hij dan te laat op zijn werk, of zelfs helemaal niet aan zijn werk toekomt. Wat is het allerbelangrijkst voor hem, staat bovenaan op zijn prioriteitenlijstje? Of heeft hij gewoon geen echte keuze gemaakt, en zijn alle andere zaken er ook nog? De derde komt ook spontaan naar Jezus toe, maar wil eerst afscheid nemen van thuis. Hij stelt zijn religieuze plichten  boven zijn roep tot het Koninkrijk Gods – houdt meerdere ballen tegelijk in de lucht. En doordat er 3 keer niet verteld wordt wat ze zeggen, denken of er aan doen, worden we steeds herinnerd aan Jezus’ vastberaden keuze: Hij, de Mensenzoon, heeft gekozen voor het Koninkrijk Gods, en al het andere is daaraan ondergeschikt. Daarom gaat Hij de weg naar Jeruzalem.

Henk Bloem

Gezocht: Mensen
Irrelevant: leeftijd, herkomst, getuigschriften
Geboden: bezigheden in alle velden op basis van Matteüs 25,35-36 en 1 Korintiërs 12,4-6
Werktijden: niet vastgesteld
Vergoeding: Matteüs 25,34 en Matteüs 25,40
Vaardigheden: open harten, ziende ogen, horende oren, helpende handen, een wakkere geest en verstand van zake
Permanente educatie: contante mogelijkheden
Sollicitatiekenmerk: motto ‘Christen zijn’